Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27-08-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:6876, 200.242.198/01

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27-08-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:6876, 200.242.198/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
27 augustus 2019
Datum publicatie
29 augustus 2019
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2019:6876
Zaaknummer
200.242.198/01

Inhoudsindicatie

Koop op een marktplaats voor onbetwiste vorderingen. Na de koop van een vordering, maar nog voor het intreden van de vervaldatum op de factuur, gaat de oorspronkelijke schuldeiser failliet. Komt de schuldenaar tegenover de koper een beroep op artikel 37 F toe? Zo ja, wordt dat anders door antwoorden die de schuldenaar op vragen van de marktplaats heeft gegeven, en die de strekking hebben dat de vordering opeisbaar was en dat de tegenprestatie al was verricht? Kan de koper zich gelet op die uitlatingen beroepen op artikel 3:36 BW? En kan de koper zich er ook op beroepen dat de schuldenaar al voorafgaand aan het faillissement van zijn schuldeiser in verzuim was, omdat de vervaltermijn op de factuur is geconverteerd in een kortere termijn die al voorafgaand aan het faillissement verviel (artikel 6:119a BW)?

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.242.198/01

(zaaknummer rechtbank Overijssel C/08/207216 / HA ZA 17-399)

arrest van 27 augustus 2019

in de zaak van

De vennootschap naar Belgisch recht Moore Stephens Belgium CVBA,

gevestigd te Brussel, België

appellante,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: Moore Stephens,

advocaat: mr. I.A. van Rooij, kantoorhoudend te Tilburg,

tegen

Ausnutria Nutrition B.V. voorheen genaamd Hyproca Nutrition,

gevestigd te Zwolle,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: Hyproca,

advocaat: mr. J.J. Veldhuis, kantoorhoudend te Leeuwarden.

1 Het procesverloop

1.1

De rechtbank Overijssel in Zwolle (kanton) heeft op 15 november 2017 en

30 mei 2018 vonnis gewezen. Het verloop van de daarop volgende procedure in het hoger beroep blijkt uit de dagvaarding, het herstelexploot en de memories van grieven en antwoord. Nadat beide partijen de stukken aan het hof hebben gestuurd, is beslist dat vandaag arrest wordt gewezen.

2 De vaststaande feiten

2.1

Het volgende staat in dit hoger beroep vast.

2.2

Hyproca en de onderneming Centra Voor Zwangerschap en Geboorte BV (CVZG) hebben op 11 november 2015 een overeenkomst gesloten waarbij CVZG de verplichting op zich heeft genomen Hyproca exclusiviteit te verlenen voor het domein "Baby- en kindervoeding", met uitzondering van het domein 'Borstvoeding" tot en met 2019, tegen een vergoeding van € 100.000,- excl. btw per jaar. Voor 2016 heeft Hyproca die vergoeding voldaan. Over de factuur voor 2017 is discussie ontstaan. Die factuur wordt hieronder weergegeven.

.

2.3

CVZG heeft deze factuur te koop aangeboden op het marktplatform van de Belgische onderneming Ebedex. Dat is een bedrijf dat zich bezighoudt met het online bemiddelen in de koop en verkoop van openstaande facturen. Als onderdeel van de door haar uitgevoerde externe audit heeft Ebedex hiervan op 2 november 2016 aan Hyproca melding gedaan in een mail aan financieel administratief medewerker [A] . Ebedex schrijft aan [A] : "Wij nemen (...) steeds contact op met de debiteur vooraleer wij groen licht geven om een factuur te koop aan te bieden op de marktplaats. Graag kregen wij van u een antwoord op onderstaande vragen:

-

Erkent HYPROCA NUTRITION B.V. deze factuur als echt?

-

Is het vermelde bedrag (121.000,00€) en de vervaldag (01/01/2017) juist?

-

Zijn de goederen/diensten besteld EN geleverd'?

-

Aanvaardt HYPROCA NUTRITION B.V. formeel en onherroepelijk deze factuur?

2.4

Nog dezelfde dag heeft [A] in een e-mail geantwoord dat de factuur zal worden voldaan. De gestelde vragen zijn daarbij alle vier bevestigend beantwoord. [A] voegde een e-mail bij die de manager finance van Hyproca (Westhoff) al op 31 oktober 2016 aan een werknemer van CVZG had gestuurd ( [B] ). Daarin wordt ook meegedeeld dat Hyproca per 1 januari 2017 € 100.000,- conform afspraak zal overmaken.

2.5

Nadat Ebedex de factuur vervolgens op haar marktplatform had aangeboden, heeft Moore Stephens de vordering op 3 november 2016 voor € 118.924,- gekocht. Ebedex heeft Hyproca Nutrition diezelfde dag bericht over de overdracht van de betreffende vordering. Ruim anderhalve maand later, op 23 december 2016, is CVZG op eigen aangifte failliet verklaard. Hyproca heeft daarna het standpunt ingenomen dat zij de factuur niet zou betalen, omdat CVGZ niet meer kon voldoen aan de prestatie die verbonden was aan de exclusiviteit over 2017. Ook na aanmaning door Moore Stephens is Hyproca niet overgegaan tot betaling aan die partij.

2.6

Op 16 januari 2018 heeft de curator schriftelijk meegedeeld dat hij geen nakoming van de overeenkomst zou vorderen.

3 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

3.1

Moore Stephens heeft in eerste aanleg gevorderd Hyproca te veroordelen tot betaling van € 131.174,85, vermeerderd met (handels)rente, proceskosten en nakosten. Ook is een verklaring voor recht gevraagd, kort gezegd, dat de uiterste termijn van betaling van de factuur 24 oktober 2016 is. Die vorderingen zijn afgewezen. De grieven in dit hoger beroep hebben de strekking dat deze alsnog worden toegewezen.

4 Thematische beoordeling van de grieven en de vordering