Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27-08-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:6938, 200.224.770
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27-08-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:6938, 200.224.770
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 27 augustus 2019
- Datum publicatie
- 4 september 2019
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2019:6938
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2021:647, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- 200.224.770
Inhoudsindicatie
Verdeling ontbonden huwelijksgemeenschap en nalatenschap. Is aan de eisen van artikel 3:182 BW voldaan? Waardering woning. Verjaring verplichting tot uitkering uit maatschapsovereenkomst. Vervaltermijn recht van koop. Beroep op verjaring en vervaltermijn onaanvaardbaar?
Uitspraak
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.224.770
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 323079)
arrest van 27 augustus 2019
in de zaak van
1 [appellant 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna: [appellant 1] ,
2. [appellant 2]
wonende te [woonplaats] ,
hierna: [appellant 2] ,
appellanten in het principaal hoger beroep,
geïntimeerden in het incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: eisers in conventie en verweerders in reconventie,
hierna samen: [appellanten] (mannelijk enkelvoud),
advocaat: mr. K.H.P. Selcraig,
tegen:
1 [geïntimeerde 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna: [geïntimeerde 1]
2. [geïntimeerde 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna: [geïntimeerde 2] ,
3. [geïntimeerde 3]
wonende te [woonplaats] ,
hierna: [geïntimeerde 3] ,
geïntimeerden in het principaal hoger beroep,
appellanten in het incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: gedaagden in conventie en eisers in reconventie,
hierna samen: [geïntimeerden] (mannelijk enkelvoud),
advocaat: mr. H.M. van Eerten.
1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 21 november 2017 hier over.
Het verdere verloop blijkt uit:
- het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 6 februari 2018;
- de memorie van grieven tevens houdende wijziging van eis (met producties A en B);
- de memorie van antwoord tevens incidenteel hoger beroep (met producties 14-18),
- de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep (met productie D).
Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.