Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-09-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:7537, 200.244.989/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-09-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:7537, 200.244.989/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 16 september 2019
- Datum publicatie
- 19 september 2019
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2019:7537
- Zaaknummer
- 200.244.989/01
Inhoudsindicatie
Verweersters in hoger beroep (moeder en twee meerderjarige dochters) verzoeken op grond van artikel 36 Wbp tot vernietiging van een dossier dat Veilig Thuis heeft opgemaakt naar aanleiding van een melding door de politie. Anders dan de rechtbank, oordeelt het hof dat Veilig Thuis het verzoek terecht heeft afgewezen. Het is redelijkerwijs aannemelijk dat bewaren van het dossier van aanmerkelijk belang is voor een derde, in dit geval de minderjarige dochter van de moeder).
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.244.989/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/19/122782/HA RK 18/22)
beschikking van 16 september 2019
in de zaak van
De publiekrechtelijke rechtspersoon GGD Drenthe,gevestigd te Assen,verzoekster in hoger beroep,in eerste aanleg: verweerster,hierna te noemen: Veilig Thuis,advocaat: mr. T.A.M. van den Ende, kantoorhoudend te Zwolle,
tegen
1 [geïntimeerde1] ,hierna te noemen: [geïntimeerde1] ,2. [geïntimeerde2] ,hierna te noemen: [geïntimeerde2] ,3. [geïntimeerde3] ,hierna te noemen: [geïntimeerde3] , verweersters in hoger beroep, in eerste aanleg: verzoeksters,hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden] c.s.,
advocaat: mr. J.M. Suurmeijer, kantoorhoudend te Stadskanaal.
1 1. Het geding in eerste aanleg
In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Assen (hierna: de voorzieningenrechter) van 20 juli 2018.
2 2. Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:- het beroepschrift (met producties) van Veilig Thuis, ter griffie ontvangen op 16 augustus 2018;- het verweerschrift in hoger beroep van [geïntimeerden] c.s., ter griffie ontvangen op 10 oktober 2018;- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 13 juni 2019;- de akte overlegging producties (met producties E en F) van Veilig Thuis van 9 juli 2019;- de brief van mr. Van den Ende voornoemd van 2 augustus 2019;- de brief van mr. Suurmeijer voornoemd van 7 augustus 2019.
Bij haar brief van 2 augustus 2019 heeft mr. Van den Ende nieuwe stukken gevoegd. Het hof zal deze stukken buiten beschouwing laten. Tijdens de mondelinge behandeling heeft het hof bepaald dat Veilig Thuis de gelegenheid krijgt twee specifieke stukken in het geding te brengen, waarop Veilig Thuis zich had beroepen. Veilig Thuis heeft die stukken vervolgens ook in het geding gebracht. Het hof heeft Veilig Thuis niet in de gelegenheid gesteld ook nog andere stukken in het geding te brengen. Het betreft stukken waarop Veilig Thuis zich niet eerder heeft beroepen en die ook niet ten grondslag liggen aan de beslissing die in deze zaak centraal staat, de weigering van Veilig Thuis om persoonsgegevens betreffende [geïntimeerden] c.s. te verwijderen. Met deze stukken krijgt het debat tussen partijen een geheel nieuwe wending. Het hof acht dat, gelet op het feit dat de stukken pas na de mondelinge behandeling in hoger beroep in het geding zijn gebracht, in strijd met de goede procesorde, ook al kon Veilig Thuis niet eerder beschikken over deze stukken.
Het beroep van Veilig Thuis strekt ertoe dat de beschikking van de voorzieningenrechter wordt vernietigd en dat het verzoek van [geïntimeerden] c.s. alsnog wordt afgewezen, met veroordeling van [geïntimeerden] c.s. in de proceskosten in beide instanties.