Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29-01-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:813, 200.206.832
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29-01-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:813, 200.206.832
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 29 januari 2019
- Datum publicatie
- 14 februari 2019
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2019:813
- Zaaknummer
- 200.206.832
Inhoudsindicatie
Informatie- en zorgplicht verzekeraar bij beleggingsverzekeringen, afgesloten in de periode 1988-1998. Hoger beroep van ECLI:NL:RBGEL:2016:5476
Uitspraak
locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.206.832
(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, 295782)
arrest van 29 januari 2019
in de zaak van
1 [appellant sub 1] ,
2. [appellant sub 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
appellanten,
in eerste aanleg: eisers,
hierna: [appellant sub 1] , [appellant sub 2] en gezamenlijk (in mannelijk enkelvoud) [appellanten] ,
advocaat: mr. R.H.J.M. Silvertand,
tegen:
1. de naamloze vennootschap
Aegon Levensverzekering N.V.,
2. de naamloze vennootschap
Aegon Nederland N.V.,
beiden gevestigd te ‘s-Gravenhage,
geïntimeerden,
in eerste aanleg: gedaagden,
hierna gezamenlijk: (in vrouwelijk enkelvoud) Aegon,
advocaat: mr. B.W.G. van der Velden.
1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 17 april 2018 hier over.
Het verdere verloop blijkt uit de meervoudige comparitie van partijen van 7 november 2018, waarbij de advocaten van beide partijen aan de hand van spreekaantekeningen het woord hebben gevoerd en waarbij akte is verleend van in het geding brengen van de door [appellanten] ingediende producties 60, 63 tot en met 66, 68 en 69 en de bij dezelfde akte aangekondigde vermeerdering van eis is toegestaan.
Vervolgens heeft het hof arrest bepaald.
2 De vaststaande feiten
Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen (r.o.) 2.1 tot en met 2.23 van het bestreden vonnis van 12 oktober 2016 (gepubliceerd onder ECLI:NL:RBGEL:2016:5476), met dien verstande dat van r.o. 2.4 slechts de eerste zin wordt overgenomen.