Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19-11-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:9945, 200.238.051/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19-11-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:9945, 200.238.051/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 19 november 2019
- Datum publicatie
- 21 november 2019
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2019:9945
- Zaaknummer
- 200.238.051/01
Inhoudsindicatie
Verkoop van een groep bij elkaar horende opstallen. Uitleg van de overeenkomst: de vraag of een schuur van de overeenkomst was uitgezonderd. Het hof beantwoordt die vraag ontkennend.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.238.051/01
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland C/16/435689 / HL ZA 17-97)
arrest van 19 november 2019
in de zaak van
1 [appellant] ,
wonende te [A] ,
hierna: [appellant],
2. [appellante],
wonende te [A] ,
hierna: [appellante],
appellanten,
in eerste aanleg: gedaagden,
hierna gezamenlijk te noemen: [appellanten] c.s.,
advocaat: mr. D.W.J. Leijs, kantoorhoudend te Hilversum,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [B] ,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiser,
hierna: [geïntimeerde],
advocaat: mr. H.C. Vroege, kantoorhoudend te Hilversum.
1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Naar aanleiding van het tussenarrest van 2 juli 2019 heeft op 24 oktober 2019 een comparitie van partijen plaatsgevonden. Een kopie van het proces-verbaal dat daarvan is opgemaakt, is aan het dossier toegevoegd. Het hof heeft na de comparitie bepaald dat opnieuw arrest zal worden gewezen.
2 De vaststaande feiten
[appellanten] c.s. waren in 2016 eigenaars van een bedrijventerrein aan de [a-straat 1] in [A] , kadastraal bekend gemeente [A] sectie [Y] nummer [000] (het perceel). Dit perceel omvat twee garageboxen, een kantoor, een pantry, drie opslagruimtes, een toegangspad en een loods aan dat pad. De zoon van [geïntimeerde] (hierna: [C] ) voert een onderneming op een perceel in de buurt van het perceel.
Op 10 september 2016 heeft een bezichtiging van het perceel plaatsgevonden waar [geïntimeerde] en zijn vrouw en [appellanten] aanwezig waren. [C] is bij het eerste deel van deze bezichtiging aanwezig geweest. Na afloop van de bezichtiging heeft [geïntimeerde] op verzoek van [appellanten] de volgende handgeschreven tekst opgesteld, die door [geïntimeerde] , zijn vrouw en [appellanten] is getekend.
10-9-2016
[geïntimeerde]
[b-straat 2] [B]
vandaag 10-9-2016 zijn wij overeengekomen
Perceel [a-straat 1] gekocht voor € 150.000
ingaande +/- 20 december 2016
Makelaar Hermans 06 55 226 347
Na 10 september 2016 heeft [appellanten] onderhandeld met [C] over een overeenkomst waarbij [C] het perceel zou kopen. Dat heeft niet tot afspraken geleid.
Op 16 januari 2017 heeft op het kantoor van een notaris een gesprek plaatsgevonden tussen [geïntimeerde] en [appellant] . [appellant] heeft toen meegedeeld dat de loods niet is verkocht en dat ingeval van een verkoop ten behoeve van de loods een erfdienstbaarheid moest worden gevestigd, zodat [appellanten] c.s. vanaf haar perceel bij de loods zou kunnen komen. [geïntimeerde] heeft vervolgens aangeboden € 20.000,- meer te betalen voor het perceel. [appellant] heeft dat bod van de hand gewezen. Op 19 januari 2017 heeft [appellant] aan [geïntimeerde] bevestigd dat op 16 januari 2017 geen overeenstemming was bereikt en dat [appellanten] c.s. afzag van een verkoop van het perceel aan hem.