Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 07-01-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:126, 200.249.803/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 07-01-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:126, 200.249.803/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 7 januari 2020
- Datum publicatie
- 9 januari 2020
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2020:126
- Zaaknummer
- 200.249.803/01
Inhoudsindicatie
Verzoek verwijdering BKR-registratie in kort geding. Geen spoedeisend belang.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.249.803/01
(zaaknummer rechtbank Overijssel KG ZA 18-246)
arrest in kort geding van 7 januari 2020
in de zaak van
[appellante] ,
wonende te [A] ,
appellante in het principaal hoger beroep,
geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna: [appellante],
advocaat: mr. R.G.P. Voragen, kantoorhoudend te Heerlen,
tegen
Wehkamp Finance B.V.,
gevestigd te Zwolle,
geïntimeerde in het principaal hoger beroep,
appellante in het incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna: Wehkamp Finance,
advocaat: mr. T.J.P. Jager, kantoorhoudend te Amsterdam.
1 Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van
15 oktober 2018 dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, heeft gewezen.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep van 12 november 2018,
- de memorie van grieven (met een productie),
- de memorie van antwoord/tevens van incidenteel hoger beroep (met producties),
- de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep,
- de akte van Wehkamp toegestuurd aan het hof op 6 november 2019 (met producties),
- het H-formulier van mr. Voragen van 21 november 2019, waarin hij aangeeft af te zien van pleidooi,
- het faxbericht van mr. D.J. Posthuma, kantoorgenoot van mr. de Jager
van 21 november 2019, met het verzoek de zitting door te laten gaan,
- het gehouden pleidooi, waarbij door mr. Posthuma pleitnotities zijn overgelegd.
Na afloop van het pleidooi heeft het hof arrest bepaald (op één dossier).
3 De vaststaande feiten
Het hof heeft de feiten zelf vastgesteld en daarbij rekening heeft gehouden met hetgeen door partijen in hoger beroep over en weer gesteld is. Het hof gaat in hoger beroep uit van de volgende feiten.
[appellante] heeft in de periode van 10 april 2015 tot 21 april 2016 goederen besteld bij Wehkamp B.V. en die geleverd gekregen op het adres [a-straat 1] , [A] , waar [appellante] woont.
[appellante] heeft in de periode van 1 april 2015 tot en met 29 april 2016 betalingen aan Wehkamp B.V. verricht variërend van € 24,- tot € 62,80.
In een brief van 13 april 2018 van Stichting Bureau Kredietregistratie (hierna: BKR) aan [appellante] met bijgevoegd overzichten van kredieten die op naam van [appellante] in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) geregistreerd staan, is onder meer als “Krediet 3 van 4”, geregistreerd onder de aanduiding Vesting Finance t.b.v. Wehkamp Finance, een Verzendhuis Krediet met contractnummer [00000] voor een bedrag van € 1.980,-, met als ingangsdatum 9 april 2015 en als registratiedatum 19 november 2015. Bij de vermelding Werkelijke einddatum staat: “niet beëindigd”.
De registratie vermeldt verder:
code omschrijving ingangsdatum
A Achterstand 27-09-2016
2 (restant)vordering geheel opeisbaar 24-10-2016
In de brief worden verder de codes uitgelegd:
A(Achterstand) U krijgt een A-code, als u enkele maanden achterloopt met de terugbetaling van uw lening. Uw kredietverstrekker meldt deze achterstand bij Stichting BKR. Het verschilt per kredietsoort na hoeveel tijd deze achterstand wordt gemeld.
Code 2 De kredietverstrekker heeft betaling van de (restant) vordering geëist (...).
In een brief van 27 oktober 2016 heeft Vesting Finance Incasso B.V. (hierna Vesting Finance) aan [appellante] meegedeeld dat Wehkamp Finance haar opeisbare vordering op [appellante] van € 1.355,88 heeft gecedeerd aan Investing B.V. en dat Investing B.V. de vordering ter incasso uit handen heeft gegeven aan Vesting Finance.
Naar aanleiding van een verzoek van [appellante] op 17 augustus 2018, heeft Vesting Finance in een brief van 22 augustus 2018 aan (de advocaat van) [appellante] meegedeeld de BKR-registratie niet te zullen verwijderen.