Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18-02-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1382, 200.243.897

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18-02-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1382, 200.243.897

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
18 februari 2020
Datum publicatie
25 februari 2020
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2020:1382
Zaaknummer
200.243.897

Inhoudsindicatie

Renvooiprocedure .

Uitspraak

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof: 200.243.897

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht: 432739)

arrest van 18 februari 2020

in de zaak van

de rechtspersoon naar Duits recht

Agrarfrost GmbH,

kantoorhoudende te Wildeshausen, Duitsland,

appellante in renvooi,

in eerste aanleg: eiseres in renvooi,

hierna: Agrarfrost,

advocaat: mr. J.J. Veldhuis,

tegen:

mr. W.J.M. van Andel,

in hoedanigheid van curator in het faillissement

van BMA Nederland B.V. te Woerden,

kantoorhoudende te Utrecht,

geïntimeerde in renvooi,

in eerste aanleg: niet verschenen,

hierna: de curator,

advocaat: mr. T.T. van Zanten.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 20 juni 2018 dat de rechtbank Midden-Nederland, sector civiel recht, locatie Utrecht, heeft gewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep van 30 juli 2018;

- de memorie van grieven met producties;

- de memorie van antwoord met producties;

- de rol van 9 april 2019 waaruit blijkt dat aan partijen op de voet van artikel 4.5 van het toen geldende procesreglement schriftelijk pleidooi is toegestaan;

- de pleitnota's van ieder van partijen.

2.2

Vervolgens zijn de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

3 De vaststaande feiten

In de rechtsoverwegingen 1.1 tot en met 1.5 van het bestreden vonnis heeft de rechtbank de feiten vastgesteld. Nu daartegen geen grieven zijn gericht of anderszins bezwaar is gemaakt, vormen die feiten ook voor het hof het uitgangspunt. Het gaat in dit geding om het volgende.

3.1.

Agrarfrost heeft in 2000 bij BMA Nederland B.V. (hierna: BMA) een nieuwe productielijn voor de vervaardiging van aardappelchips besteld alsmede enige aanvullingen op een bestaande productielijn voor een bedrag van in totaal 5,9 miljoen DM. BMA heeft de machinerieën daarvoor ontwikkeld, vervaardigd en geplaatst.

Het Oberlandesgericht Naumburg heeft op 25 juni 2009 in een procedure tussen Agrarfrost en BMA een vordering tot schadevergoeding van Agrarfrost van meer dan 1 miljoen euro afgewezen, kort gezegd omdat te laat zou zijn geklaagd en een deel van haar vordering was verjaard. Agrarfrost is tegen dat oordeel opgekomen bij het Bundesgerichtshof.

3.2.

Bij vonnis van de rechtbank Utrecht van 3 april 2012 is BMA in staat van faillissement verklaard. Agrarfrost heeft een vordering ter hoogte van € 1.969.596,17, te vermeerderen met rente, ter verificatie ingediend in het faillissement van BMA. Op de verificatievergadering in het faillissement van BMA heeft de curator (toen nog mr. Pasman) de vordering van Agrarfrost betwist. De rechter-commissaris heeft de zaak vervolgens op de voet van artikel 122 Fw verwezen naar de renvooiprocedure. Partijen dienden zich daarin te stellen op de rol van de rechtbank Midden-Nederland van 5 juli 2017.

3.3.

Agrarfrost heeft op 5 juli 2017 in de renvooiprocedure advocaat gesteld en verzocht om een aanhouding omdat er reeds tussen haar en BMA een procedure liep in Duitsland over dezelfde vordering. De curator is, ook nadat de rechtbank de zaak twee weken had aangehouden, niet verschenen in de renvooiprocedure. De rechtbank heeft de zaak op de rol van 2 augustus 2017 ambtshalve doorgehaald.

3.4.

Bij e-mail van 21 augustus 2017 schrijft Agrarfrost aan de rolrechter van de rechtbank dat haars inziens in een geval als het onderhavige, waarin de curator ook na een aanhouding van twee weken niet in de renvooiprocedure verschijnt, de rechter de vordering aanstonds dient te erkennen.

Bij e-mail van 31 augustus 2017 reageert de roladministratie van de rechtbank als volgt:

"Uw e-mail is voorgelegd aan de rolrechter. Zij bevestigt dat ambtshalve doorhaling erkenning van de vordering inhoudt."

3.5.

Op 7 december 2017 heeft het Bundesgerichtshof geoordeeld dat de curator - die zich inmiddels in die procedure had gesteld voor BMA - bevoegd was de procedure over te nemen, het oordeel van het Oberlandesgericht Naumburg vernietigd ("aufgehoben") en de zaak geheel terugverwezen naar dat Oberlandesgericht, behoudens voor zover over een bedrag van € 29.803,00 plus rente in het nadeel van Agrarfrost was beslist (omdat dit niet meer in geschil was).

3.6.

Bij brief van 30 april 2018 heeft de curator (inmiddels mr. Van Andel) de rechtbank gevraagd in de renvooiprocedure vonnis te wijzen. De curator heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat de rechtbank zich onbevoegd dient te verklaren ten aanzien van de vraag of de vordering van Agrarfrost in het faillissement van BMA moet worden erkend, vanwege de in Duitsland lopende procedure, die inmiddels weer bij het Oberlandesgericht Naumburg aanhangig was.

3.7.

Agrarfrost heeft op 2 mei 2018 gereageerd, eveneens bij brief. Zij heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoek van de curator om vonnis te wijzen moet worden geweigerd omdat de vordering van Agrarfrost door de rechtbank is erkend door middel van de e-mail van 31 augustus 2017. Agrarfrost schrijft verder: "(...) door niet in de renvooiprocedure te verschijnen, ook niet na een respijttermijn van twee weken, is de vordering van Agrarfrost erkend, en heeft de beslissing gezag van gewijsde gekregen".

4 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

5 De motivering van de beslissing in hoger beroep

6 De slotsom

7 De beslissing