Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17-03-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:2344, 200.249.139

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17-03-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:2344, 200.249.139

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
17 maart 2020
Datum publicatie
30 maart 2020
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2020:2344
Zaaknummer
200.249.139

Inhoudsindicatie

Benoeming partner tot erfgenaam en executeur. Verbreking samenwoning. Uitleg testament.

Uitspraak

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof: 200.249.139

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht: NL17.12314)

arrest van 17 maart 2020

in de zaak van

1 [appellante1] ,wonende te [A] ,

2 [appellant2],wonende te [B] ,

3 [appellante3],wonende te [C] ,

4 [appellante4],wonende te [D] ,

5 [appellant5],wonende te [E] ,

appellanten in het principaal hoger beroep,

geïntimeerden in het incidenteel hoger beroep,

in eerste aanleg: eisers,

hierna: de broers en zussen,

advocaat: aanvankelijk mr. C.M. Kardol de Ruiter, thans mr. J.J. van Deventer,

tegen:

[geïntimeerde] ,

wonende te [F] ,

geïntimeerde in het principaal hoger beroep,

appellant in het incidenteel hoger beroep,

in eerste aanleg: verweerder,

hierna: de (ex-)vriend,

advocaat: mr. S. Luyt.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 15 januari 2019 hier over.

1.2

Het verdere verloop blijkt uit:

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen op 5 februari 2019;

- de memorie van grieven (met producties 1-2);

- de memorie van antwoord tevens voorwaardelijk incidenteel hoger beroep (met producties A-B);

- de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep (met productie 3);

- de akte uitlating productie.

1.3

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2 De feiten

2.1

[In] 2017 is in [D] overleden mevrouw [erflaatster] (hierna: erflaatster). Zij was op het moment van haar overlijden ongehuwd en niet geregistreerd als partner. Zij heeft geen afstammelingen achtergelaten. Erflaatster is de zuster van de broers en zussen. De ouders van erflaatster zijn overleden.

2.2

Erflaatster heeft op 2 oktober 1982 een testament gemaakt en daarin de volgende uiterste wilsbeschikkingen gemaakt:

“1. Ik herroep alle vroeger door mij gemaakte uiterste wilsbeschikkingen.

2.1.

Indien ik zonder nakomelingen na te laten kom te overlijden, benoem ik de Heer (hof: de (ex-)vriend), hierna te noemen: "vriend", tot mijn enige erfgenaam onder de last, dat hetgeen hij bij zijn overlijden van mijn nalatenschap onverteerd zal overlaten, zal worden verkregen op de wijze zoals hierna onder 3. wordt bepaald.

2.2.

De hiervoor genoemde erfstelling over de hand zal niet meer van kracht zijn indien mijn vriend mij langer dan vijf jaar overleeft.

2.3.

Op deze erfstelling over de hand zijn de volgende bepalingen van toepassing:

2.3.1.

In het bezwaarde vermogen zal zaaksvervanging van toepassing zijn, zodat de erfstelling over de hand ook voor eventuele herbeleggingen zal gelden.

2.3.2.

De bezwaarde erfgenaam zal een notariële beschrijving moeten doen opmaken van hetgeen hij uit mijn nalatenschap zal hebben geërfd, alsmede van zijn eigen vermogen ten tijde van mijn overlijden, bij welke boedelbeschrijving de verwachters tegenwoordig of vertegenwoordigd dienen te zijn, of schriftelijk dienen te zijn uitgenodigd om bij die boedelbeschrijving tegenwoordig te zijn.

2.3.3.

Indien de bezwaarde erfgenaam geen boedelbeschrijving van zijn eigen vermogen en het bezwaarde vermogen bij notariële akte heeft tot stand gebracht, zal bij zijn overlijden het bezwaarde vermogen geacht worden in dezelfde verhouding in het totale vermogen te zijn begrepen als bij mijn overlijden, behoudens tegenbewijs.

2.3.4.

Indien de bezwaarde erfgenaam wel bij notariële akte een boedelbeschrijving tot stand brengt, bij welke akte de verwachters tegenwoordig of vertegenwoordigd zijn geweest, dan wel schriftelijk daartoe zijn uitgenodigd en hij het bezwaarde vermogen afzonderlijk zal hebben beheerd en geadministreerd, zal bij zijn overlijden dit vermogen geacht worden het bezwaarde vermogen te zijn, behoudens tegenbewijs.

2.3.5.

De bezwaarde erfgenaam zal niet bij schenking over het bezwaarde vermogen mogen beschikken, tenzij ten behoeve van de verwachters.

3. Indien ik - zonder nakomelingen na te laten - na of gelijktijdig met mijn vriend kom te overlijden, beschik ik als volgt:

3.1.

Ik legateer aan mijn ouders of de langstlevende hunner een zodanig bedrag in contanten als van betaling van successierecht is vrijgesteld.

3.2.

Ik benoem onder de last van het onder 3.1. genoemde legaat tot mijn enige erfgenamen, tezamen en voor gelijke delen mijn broer(s) en zuster(s).

3.3.

Ik bepaal voor het geval één of meer van mijn erfgenamen mij niet mocht overleven, dat zijn of haar nakomelingen voor hem of haar in de plaats komen, evenals bij wettelijke plaatsvervulling, welke plaatsvervulling vóór aanwas zal gaan.

4. Op mijn ouder(s) doe ik het dringend beroep de legitieme portie niet op te eisen.

5. Ik benoem tot mijn executeur-testamentair, tot beredderaar van mijn boedel en verzorger van mijn begrafenis of crematie, met de macht van inbezitneming van alle zaken van mijn nalatenschap, gedurende de tijd voor de afwikkeling daarvan vereist, mijn vriend.”

2.3

Erflaatster en haar (ex-)vriend hebben in de zeventiger en tachtiger jaren van de vorige eeuw gedurende ongeveer tien jaar een affectieve relatie gehad. In de periode 1980-1985 hebben zij in [D] samengewoond, zonder de gevolgen van het samenleven vast te leggen in een samenlevingsovereenkomst. Vanaf 1982 hebben zij samengewoond in de parterre van de destijds aan de (ex-)vriend in eigendom toebehorende woning aan de [a-straat] 7 en 7-bis (hierna te noemen: de woning) te [D] . Na verbreking van de relatie heeft de (ex-)vriend ongeveer nog een jaar in de bovenwoning 7- bis gewoond en heeft hij de parterre verhuurd aan erflaatster. Daarna is de (ex-)vriend vertrokken en op enig moment getrouwd met een ander.

2.4

Erflaatster is altijd blijven wonen in de woning en heeft deze in 2001 van de (ex-)vriend gekocht en geleverd gekregen voor een koopprijs van € 158.823,00.

2.5

Op 13 november 2017 is een verklaring van erfrecht gegeven. Daarin is verklaard dat:

-

erflaatster voor het laatst over haar nalatenschap heeft beschikt bij haar testament van 1 oktober 1982, verleden voor een plaatsvervanger van mr. J. Geene, destijds notaris te Zutphen;

-

erflaatster in dit testament de (ex-)vriend onder de last van een making over de hand tot haar enige erfgenaam en tot executeur heeft benoemd;

-

de (ex-)vriend de nalatenschap van erflaatster zuiver heeft aanvaard;

-

de (ex-)vriend zijn benoeming tot executeur heeft aanvaard;

-

de (ex-)vriend in privé en in zijn hoedanigheid van executeur alleen en met uitsluiting van ieder ander volledig bevoegd is alle daden van beheer en beschikking met betrekking tot de nalatenschap van erflaatster te verrichten en al hetgeen daartoe behoort of daaraan is verschuldigd te ontvangen en daarvoor kwijting te verlenen;

-

het de notaris bekend is dat over het testament van erflaatster een gerechtelijke procedure aanhangig is gemaakt;

-

deze conclusie van kracht blijft totdat bij in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak het tegendeel blijkt.

2.6

Tussen de (ex-)vriend en de broers en zussen is in geschil hoe het testament van erflaatster moet worden uitgelegd. De rechtbank heeft in deze procedure geoordeeld dat:

  1. erflaatster (en ook de (ex-)vriend) niet de bedoeling heeft/hebben gehad om hun vermogen aan de ander na te laten indien het samenleven op het moment van overlijden was beëindigd.

  2. niet is komen vast te staan dat de broers en zussen erfgenamen (bij versterf) zijn van erflaatster.

De rechtbank heeft vervolgens alle vorderingen van de broers en zussen afgewezen en de proceskosten gecompenseerd (vonnis van 14 augustus 2018).

3 De motivering van de beslissing in hoger beroep

4 De beslissing