Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-03-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:2423, 21-004242-19
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-03-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:2423, 21-004242-19
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 20 maart 2020
- Datum publicatie
- 20 maart 2020
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2020:2423
- Formele relaties
- Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2021:251
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2021:770
- Zaaknummer
- 21-004242-19
Inhoudsindicatie
Veroordeling wegens belaging, het opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing en vernieling tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden en oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Gemaximeerde TBS. Oplegging TBS met verpleging van overheidswege is geen ultimum remedium maar een passende maatregel. Ook oplegging van de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht en de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende een contactverbod voor de duur van vijf jaren, waarbij de dadelijke uitvoerbaarheid is bevolen. Toewijzing van de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij.
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-004242-19
Uitspraak d.d.: 20 maart 2020
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 24 juli 2019 met parketnummer 16-263496-18 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
verblijvende te [woonplaats] , [woonadres] .
Het hoger beroep
De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 6 maart 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde tot:
- een gevangenisstraf van acht maanden, met aftrek van het voorarrest;
- oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege;
- toepassing van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht;
- toepassing van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht door oplegging van een contactverbod met aangeefster en familie, dadelijk uitvoerbaar, gedurende vijf jaren, waarbij per overtreding zeven dagen vervangende hechtenis moet worden toegepast;
- toewijzing van de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij ad € 1.851,53, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. R.J. Pardijs, naar voren is gebracht.