Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24-03-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:2491, 200.226.616/01

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24-03-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:2491, 200.226.616/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
24 maart 2020
Datum publicatie
26 maart 2020
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2020:2491
Formele relaties
Zaaknummer
200.226.616/01

Inhoudsindicatie

Onrechtmatige daad. Kennelijk onbehoorlijk bestuur. Feitelijk leidinggeven. Aansprakelijkheid commissaris.

Aandeelhouder en bestuurders komen in hoger beroep nadat zij in eerste aanleg zijn veroordeeld tot vergoeding van de schade die de schuldeisers hebben geleden, respectievelijk het boedeltekort (met verwijzing naar de schadestaatprocedure). In hoger beroep wordt het oordeel van de rechtbank bekrachtigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.226.616/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 132632)

arrest van 24 maart 2020

in de zaak van

1 Harlingen Holding Industries B.V.,

gevestigd te Sneek,

wonende te [A] ,

wonende te [B] ,

appellanten,

in eerste aanleg: gedaagden in conventie en eisers in reconventie,

hierna gezamenlijk te noemen: HHI c.s.,

advocaat: mr. W.M. Sturms, kantoorhoudend te Leeuwarden,

tegen

mr. D.C. Poiesz in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Welsec Schilders- en Classificeerbedrijf B.V.,

kantoorhoudend te Sneek,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiser in conventie en verweerder in reconventie,

hierna: de curator,

advocaat: mr. D.C. Poiesz, voornoemd,

tevens is in de procedure door HHI c.s. opgeroepen op grond van artikel 118 Rv

Deloitte Accountants B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

geïntimeerde in voorwaardelijk appel

hierna: Deloitte,

advocaat: mr. M.H.S. Verhoeven, kantoorhoudend te Rotterdam.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof heeft op 8 oktober 2019 een comparitie van partijen gelast. De zitting heeft op 10 februari 2020 plaatsgevonden. Tegelijkertijd zijn ook de zaken bekend onder de nummers 200.227.807/01 (de curator - Deloitte) en 200.252.264/01 (vrijwaringsprocedure Deloitte - HHI.c.s.) behandeld. HHI c.s. heeft tijdens de comparitie een akte houdende productie genomen. Mr. Sturms en mr. Verhoeven hebben pleitnotities overgelegd.

1.2

Na afloop van de comparitie hebben partijen arrest gevraagd en heeft het hof arrest bepaald op het voor de comparitie door HHI c.s. overgelegde procesdossier, aangevuld met het proces-verbaal van de comparitie, de akte en de spreekaantekeningen van mr. Sturms en

mr. Verhoeven.

1.3

In alle drie zaken wordt vandaag arrest gewezen.

2 Ontvankelijkheid

2.1

Bij exploot van 12 oktober 2017 heeft HHI c.s. Deloitte ex artikel 118 Rv opgeroepen om Deloitte als partij te betrekken in deze procedure tussen HHI c.s. en de curator. HHI c.s. wil op die wijze bereiken dat Deloitte in deze procedure procespartij wordt en HHI c.s. bij afwijzing van haar hoger beroep tegen de curator in hoger beroep kan opkomen tegen de afwijzing door de rechtbank in haar vonnis 19 juli 2017 van de vorderingen van de curator op Deloitte. Deloitte heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van HHI c.s.

2.2

Artikel 118 Rv ziet op procedures waarin het noodzakelijk is om derden op te roepen in het geding, omdat sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding. In deze procedure is daarvan geen sprake. De oproeping van Deloitte is niet noodzakelijk om tot toewijzing van het gevorderde door HHI c.s. te kunnen komen. Aangezien HHI c.s. ervoor hebben gekozen Deloitte toch op te roepen, zal het hof hen in hun vorderingen jegens Deloitte niet-ontvankelijk verklaren en in de door Deloitte gemaakte proceskosten veroordelen.

3 De feiten

4 De motivering van de beslissing in hoger beroep