Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21-01-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:437, 200.264.486/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21-01-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:437, 200.264.486/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 21 januari 2020
- Datum publicatie
- 21 januari 2020
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2020:437
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2021:1452, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 200.264.486/01
Inhoudsindicatie
Kort geding. Hoger beroep. AMvB Reële prijs Wmo is van toepassing op Open house procedure. Naar voorshands oordeel van het hof heeft de thuiszorgorganisatie aannemelijk gemaakt dat de gemeenten voor het jaar 2019 geen reële prijzen hebben vastgesteld en daarmee onrechtmatig jegens de thuiszorgorganisatie hebben gehandeld. Er bestaat geen wettelijke verplichting voor gemeenten om gebruik te maken van de door Actiz en Zorgthuisnl ontwikkelde en door VNG aanbevolen rekentool. De rekentool is wel een objectiveerbaar middel om tot vaststelling van Reële prijzen te komen. Nu de gemeenten de prijzen zelf niet op inzichtelijke en controleerbare wijze hebben vastgesteld, ziet het hof in het kader van dit kort geding aanleiding aansluiting te zoeken bij de die rekentool.
Het hof veroordeelt de gemeenten om een onafhankelijke registeraccountant aan de hand van de rekentool een kostenonderzoek op het prijspeil van 2019 voor tarieven 2019 in de regio uit te laten voeren met inachtneming van de AMvB Reële prijzen Wmo.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.264.486/01
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland C/16/482366 / KL ZA 19-158)
arrest in kort geding van 21 januari 2020
in de zaak van
Thuiszorg Gooi en Vechtstreek Services B.V.,
gevestigd te Huizen,
appellante in het principaal hoger beroep,
geïntimeerde in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna: TGVS,
advocaten: mr. J.G. Sijmons en mr. A.C. Beijering-Beck, beiden kantoorhoudend te Zwolle, die ook hebben gepleit,
tegen
1 Gemeente Blaricum,
gevestigd te Blaricum,
gevestigd te Eemnes,
gevestigd te Bussum,
gevestigd te Hilversum,
gevestigd te Huizen,
gevestigd te Laren,
gevestigd te Weesp,
gevestigd te Loosdrecht,
geïntimeerden in het principaal hoger beroep,
appellanten in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: gedaagden,
hierna gezamenlijk te noemen: de gemeenten,
advocaat: mr. W.M. Ritsema van Eck, kantoorhoudend te Leiden, die ook heeft gepleit.
1 Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar het vonnis van 15 juli 2019 dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, heeft gewezen.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 8 augustus 2019, tevens memorie van grieven,
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,
- de memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep (met producties),
- de pleidooien overeenkomstig de pleitnotities. Hierbij is akte verleend van de producties
44 t/m 49 die op 7 november 2019 door mr. Sijmons namens TVGS zijn ingebracht.
Na afloop van de pleidooien heeft het hof arrest bepaald op het voor de pleidooien overgelegde dossier, aangevuld met de akte producties en de pleitnotities.