Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28-07-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:5935, 200.273.315

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28-07-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:5935, 200.273.315

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
28 juli 2020
Datum publicatie
30 juli 2020
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2020:5935
Zaaknummer
200.273.315

Inhoudsindicatie

aanpassing zorgregeling, kinderalimentatie, forfaitair systeem, niet-vermijdbare lasten, aanvaardbaardheidstoets, vrijwillige schuldsanering.

Uitspraak

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof Arnhem 200.273.315

(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem)

beschikking van 28 juli 2020

in de zaak van

[verzoekster] ,

wonende te [A] ,

verzoekster in hoger beroep,

verder te noemen: de vrouw,

advocaat: mr.drs. J.L. Zegelink te Elst,

en

[verweerder] ,

wonende te [B] ,

verweerder in hoger beroep,

verder te noemen: de man,

advocaat: mr. K.L.M. Kremer te Utrecht.

1 De procedure in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 11 november 2019, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. Verder ook te noemen: de bestreden beschikking.

2 De procedure in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het beroepschrift, ingekomen op 3 februari 2020;

-

het verweerschrift;

-

een journaalbericht van mr. Kremer van 29 mei 2020 met producties A tot en met H en een begeleidend schrijven;

-

drie journaalberichten van mr. Zegelink van 29 mei 2020 met respectievelijk

o bijlagen 1 tot en met 8;

o de spreekaantekeningen zijdens de vrouw en bijlagen 1 tot en met 5, en;

o de spreekaantekeningen zijdens de man, een reactie van de vrouw daarop en

bijlagen 1 tot en met 4;

-

een journaalbericht van mr. Kremer van 8 juni 2020 met een reactie van de man op de spreekaantekeningen zijdens de vrouw;

-

een journaalbericht van mr. Kremer van 9 juni 2020 met producties I en J, en

-

een journaalbericht van mr. Kremer van 11 juni 2020.

2.2

In verband met het (beleid ten aanzien van) het coronavirus heeft het hof partijen de mogelijkheid geboden om te kiezen voor een schriftelijke afdoening van de zaak. Partijen hebben het hof laten weten dat zij instemmen met een schriftelijke afdoening van deze procedure. Partijen hebben vervolgens gebruik gemaakt van de gelegenheid spreekaantekeningen in het geding te brengen.

2.3

Bij voormeld journaalbericht van 11 juni 2020 heeft mr. Kremer namens de man bezwaar gemaakt tegen de door mr. Zegelink op 8 juni 2020 ingediende stukken bij de reactie van de vrouw op de spreekaantekeningen van de man. Mr. Kremer stelt dat hij pas op 10 juni 2020 kennis heeft genomen van deze stukken (niet zijnde de spreekaantekeningen en de reactie hierop), omdat deze te laat zijn ingediend en dat hij daarom niet op die stukken heeft kunnen reageren. De advocaat van de vrouw heeft de door mr. Kremer overgelegde stukken wel tijdig - op 29 mei 2020 - ontvangen. Mr. Kremer verzoekt het hof daarom geen kennis van de bijlagen 1 tot en met 4 te nemen.

Het hof stelt vast dat beide partijen spreekaantekeningen met onderliggende stukken hebben ingediend en op elkaars stukken hebben gereageerd. De vrouw neemt met de bij haar reactie op de spreekaantekeningen van de man overgelegde nieuwe bijlagen 1 tot en met 4 een extra termijn. Het hof acht dit in strijd met de goede procesorde.

Het hof neemt bij zijn beoordeling daarom de volgende namens de vrouw overgelegde bijlagen niet in aanmerking:

-

vakantieplanning 2019,

-

hemelvaart,

-

wel of geen uitzending? en

-

openstaande kosten kinderopvang.

3 De feiten

3.1

De man en de vrouw zijn de ouders van:

-

[de minderjarige1] ( [de minderjarige1] ), geboren [in] 2013 te [B] , en

-

[de minderjarige2] ( [de minderjarige2] ), geboren [in] 2016 te [B] .

De man heeft de kinderen erkend. Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de kinderen.

3.2

De kinderen hebben hun hoofdverblijf bij de vrouw.

3.3

In het tussen partijen overeengekomen ouderschapsplan dat de man op 21 september 2017 heeft ondertekend en de vrouw op 30 september 2017, hebben partijen afspraken gemaakt over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling) en over de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van de kinderen aan de vrouw(hierna: kinderalimentatie).

Met betrekking tot de zorgregeling in de vakanties zijn partijen overeengekomen dat een gelijke verdeling het uitgangspunt is en dat daarbij rekening wordt gehouden met het werk van de ouders. Met betrekking tot de kinderalimentatie zijn partijen overeengekomen dat de man met ingang van 1 oktober 2017 aan de vrouw een bijdrage zal voldoen van in totaal € 450,- per maand, met ingang van 1 januari 2018 jaarlijks te indexeren.

4 Het geschil

5 De overwegingen voor de beslissing

6 De beslissing