Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 01-12-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:9903, 200.283.802/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 01-12-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:9903, 200.283.802/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 1 december 2020
- Datum publicatie
- 1 december 2020
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2020:9903
- Zaaknummer
- 200.283.802/01
Inhoudsindicatie
In deze zaak vorderen enkele verzekerden van Yarden met een naturapakketpolis in kort geding dat het Yarden wordt verboden om zich te beroepen op een zogenaamde en-bloc-clausule, waardoor de uitkeringsrechten uit de verzekering beperkt worden.
De voorzieningenrechter heeft een voorziening getroffen, die erop neerkomt dat Yarden zich niet op de en-bloc-clausule kan beroepen totdat de bodemrechter op het beroep op de en-bloc-clausule heeft beslist.
Het hof wijst de vorderingen van de verzekerden af. De verzekerden hebben geen voldoende spoedeisend belang bij hun vorderingen. Los daarvan is onvoldoende aannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat Yarden zich niet met succes op de en-bloc-clausule zal kunnen beroepen. Mede gezien het relatief geringe belang van de verzekerden bij het treffen van een voorziening en het grote belang van Yarden dat die voorziening juist niet wordt getroffen, is er daarom onvoldoende grond de gevorderde voorziening toe te wijzen.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.283.802/01
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 8468109)
arrest in kort geding van 1 december 2020
in de zaak van
Yarden Uitvaartverzekering N.V.,gevestigd te Almere
hierna: Yarden,appellant in het principaal hoger beroep,
geïntimeerde in het (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep,in eerste aanleg: gedaagde,
advocaat: mr. K. Rutten, kantoorhoudend te [F] ,
tegen
1 [geïntimeerde1] ,wonende te [A] ,2. [geïntimeerde2] ,wonende te [B] ,3. [geïntimeerde3] ,wonende te [C] ,4. [geïntimeerde4] ,wonende te [D] ,5. [geïntimeerde5] ,wonende te [E] ,6. [geïntimeerde6] ,wonende te [F] ,7. [geïntimeerde7] ,wonende te [G] ,8. [geïntimeerde8] ,wonende te [F] ,9. [geïntimeerde9] ,wonende te [H] ,10. [geïntimeerde10] ,wonende te [I] ,11. [geïntimeerde11] ,wonende te [J] ,12. [geïntimeerde12] ,wonende te [J] ,13. [geïntimeerde13] ,wonende te [K] ,14. [geïntimeerde14] ,wonende te [L] ,15. [geïntimeerde15] ,wonende te [M] ,16. [geïntimeerde16] ,wonende te [N] ,17. [geïntimeerde17] ,wonende te [O] ,18. [geïntimeerde18] ,wonende te [O] ,19. [geïntimeerde19] ,wonende te [M] ,
geïntimeerden in het principaal hoger beroep,
appellanten in het (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep,in eerste aanleg: eisers,
hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden] c.s.,
advocaat: mr. M.P. Harten, kantoorhoudend te Rotterdam.
1 Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van
11 september 2020 dat de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere (hierna: de kantonrechter) heeft gewezen.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep van 30 september 2020 (met grieven),- de conclusie van eis,
- de memorie van antwoord/tevens van (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep (met producties),
- de aanvullende producties (34 t/m 42) van Yarden;- de aanvullende producties (13 t/m 18) van [geïntimeerden] c.s.
Vervolgens heeft op 17 september 2020 de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Het proces-verbaal van de mondelinge behandeling bevindt zich bij de processtukken. 2.3 Ten slotte heeft het hof een datum voor arrest vastgesteld. 2.4 Yarden vordert in het principaal hoger beroep - samengevat - dat het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd, dat de vorderingen van [geïntimeerden] c.s. alsnog worden afgewezen en dat [geïntimeerden] c.s. worden veroordeeld in de kosten van de procedures bij de kantonrechter en het hof.
[geïntimeerden] c.s. vorderen in het (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep - kort weergegeven - dat de door de kantonrechter toegewezen vordering alsnog wordt versterkt met een dwangsom. 3 Waar gaat het in deze zaak om?
Het gaat in deze zaak om de vraag of Yarden zich tegenover [geïntimeerden] c.s. met succes kan beroepen op een zogenaamde en-bloc-clausule uit algemene voorwaarden, waardoor de rechten van [geïntimeerden] c.s. uit een door hen afgesloten natura uitvaartpolis vanaf 1 januari 2020 worden beperkt. Yarden vindt dat zij dat wel kan en mag, [geïntimeerden] c.s. vinden van niet. Volgens [geïntimeerden] c.s. hebben zij een spoedeisend belang bij een veroordeling van Yarden om de rechten uit de oorspronkelijke polis onverkort na te komen.
De achtergrond van dit geschil tussen partijen is de volgende.
[geïntimeerden] c.s. zijn allen vóór 1993 lid geworden van de AVVL (Algemeene Vereniging voor Lijkverbranding, opgericht in 1919). Het lidmaatschap van deze vereniging gaf recht op een uitvaart. Ten bewijze van het lidmaatschap ontvingen de leden van AVVL een papieren lidmaatschapsbewijs. Op dat bewijs stond vermeld op welke producten en diensten (de nabestaanden van) het lid recht heeft in geval van overlijden. Van een verzekeringspolis en verzekeringsvoorwaarden was op dat moment nog geen sprake. De aanspraken van de leden van de AVVL op financiering en/of verzorging van de uitvaart waren tot de statutenwijziging van 17 mei 1993 vastgelegd in de statuten van de vereniging AVVL van 12 juni 1990. Artikel 5 van de statuten van de vereniging AVVL luidde:
“5. De Algemene Vergadering kan: a. de bijdrage(n) voor hen, die reeds lid zijn, wijzigen; b. de in het eerste lid genoemde rechten beperken tot ten hoogste het bedrag dat laatstelijk als grondslag voor de berekening van de wiskundige reserve heeft gediend en dat per ledengroep onder de benaming: "Onvoorwaardelijke Rechten" in elk financieel verslag van de Vereniging wordt vermeld.”
Op 17 mei 1993 heeft AVVL de AVVL Uitvaartzorg N.V. opgericht. De aandelen van AVVL Uitvaartzorg N.V. werden volgestort door inbreng van alle activa en passiva van de vereniging AVVL. De aanspraken op een uitvaart van de leden van AVVL zijn vervolgens omgezet in verzekeringsovereenkomsten met AVVL Uitvaartzorg N.V. De leden bleven overigens wel lid van de vereniging AVVL. Over die omzetting hebben (volgens Yarden) de leden van AVVL op 1 juni 1993 een brief ontvangen van AVVL Uitvaartzorg N.V. Bij die brief zat het polisblad van de naturapakketpolis, een langlopende verzekering die erin voorziet dat de nabestaanden van de verzekerde bij diens overlijden recht hebben op bepaalde, door de verzekeraar omschreven uitvaartdiensten en -producten zonder enige vorm van bijbetaling. In de brief stond onder meer:
"U ontvangt hierbij per ingeschreven gezinslid een polis, waaruit blijkt dat uw natura-uitvaartverzekering per heden is ondergebracht bij de AVVL Uitvaartzorg N.V. (...) Verder zenden wij u de aan de verzekering verbonden algemene voorwaarden, alsmede een omschrijving van het rechtenpakket." In de omschrijving van rechten is opgesomd op welke rechten - zoals een uitvaartkist, rouwbrieven, volgauto en de crematie of begrafenis zelf - de polis aanspraak geeft.
De algemene voorwaarden AVVL Uitvaartzorg NV 1993 (hierna: de AVVL 1993) bepalen in artikel 4.1 het volgende:"Behoudens het bepaalde in het vijfde lid onder b heeft een verzekerde, overeenkomstig het in de 'Omschrijving van Rechten' vastgelegde, recht op de verzorging en bekostiging van zijn crematie of begrafenis danwel een andere door de verzekerde bepaalde wijze van dodenbezorging." Artikel 4.5 onder b bevat een zogenaamde en-bloc-causule, die het mogelijk maakt om de periodieke premies voor hen die al verzekerd zijn te wijzigen of om de in de artikel 4 lid 1 vastgelegde rechten te beperken "tot ten hoogste het bedrag dat laatstelijk als grondslag voor de berekening van de technische reserve heeft gediend en dat per groep verzekerden onder benaming 'Onvoorwaardelijke Rechten' in elk financieel verslag van de verzekeraar wordt vermeld."
In 2001 zijn AVVL en NUVA (Nederlandse Uitvaart en Verzekeringsassociatie) gefuseerd tot de vereniging Yarden. Yarden (de procespartij) is de uitvoeringsorganisatie van die vereniging Yarden. Yarden heeft 1,4 miljoen polissen, waarvan in 2018 nog ongeveer 390.000 naturapakketpolissen.
In 2007 heeft Yarden de naturapakketpolissen willen omzetten in sommenpolissen (een uitvaartverzekering die na overlijden een vast bedrag uitkeert). De Ombudsman Financiële Dienstverlening heeft bij brief van 6 september 2007 aan Yarden naar aanleiding van klachten van naturapakketpolishouders een aanbeveling ex artikel 7 lid 5 Reglement Ombudsman Financiële Dienstverlening inzake de toepassing van de en-bloc-clausule gestuurd. De aanbeveling luidt onder meer: “Met betrekking tot de mogelijkheid om de voorwaarden aan te passen, adviseer ik u verzekeringnemer het recht op een pakket van diensten bij overlijden toe te kennen overeenkomstig het pakket van diensten waarop recht bestond vóórdat u een beroep deed op de en-bloc aanpassing van de voorwaarden, zulks uiteraard voor zover uw cliënt daarvoor kiest."
Naar aanleiding van de aanbeveling van de Ombudsman Financiële Dienstverlening heeft Yarden een coulanceregeling in het leven geroepen voor polishouders die zich bij Yarden beklaagden over de omzetting. Op basis van deze coulanceregeling kregen nabestaanden bij het overlijden van de verzekerde de keuze tussen een door Yarden verzorgde uitvaart conform de oorspronkelijke naturapakketpolis, dan wel een uitkering van een vast bedrag uit een sommenpolis dat vrij kon worden aangewend voor uitvaartdiensten en -producten. Een aantal polishouders heeft gebruik gemaakt van dit keuzerecht.
Op 22 augustus 2018 heeft de directie van Yarden vastgesteld dat de omzetting van naturapakketpolissen in 2007 naar een sommenpolis niet rechtsgeldig had plaatsgevonden. Dit betekende dat Yarden vanaf het derde kwartaal van 2018 in haar cijfers circa 390.000 polissen met terugwerkende kracht weer moest aanmerken als naturapakketpolissen met negatieve consequenties voor de solvabiliteit van Yarden.
Yarden heeft op 26 november 2018 De Nederlandse Bank (DNB) bericht dat de SCR (Solvency Capital Requirement) en de MCR (Minimum Capital Requirement) (ver) onder de wettelijke ondergrens van 100% zijn gedaald. In reactie daarop heeft DNB Yarden bij brief van 26 november 2018 verzocht een (wettelijk verplicht) herstelplan op te stellen, dat erin voorzag dat Yarden op 26 mei 2019 weer zou voldoen aan de solvabiliteitseisen. DNB heeft op 25 maart 2019 P. de Groot op grond van artikel 1:76 lid 2 sub b Wft benoemd tot stille curator. Yarden had toen al een herstelplan ingediend en dat aangepast, maar DNB wilde dat dat plan nog verder werd uitgewerkt. DNB heeft Yarden bij brief van 28 mei 2019 (uiteindelijk) laten weten in te stemmen met het door Yarden ingediende herstelplan. Dat herstelplan hield onder meer in het inroepen door Yarden van de en-bloc-clausule.
Bij brief van 1 juli 2019 heeft Yarden de polishouders met een naturapakketpolis een brief geschreven. In deze brief heeft Yarden geschreven dat de naturapakketpolissen in 2007 niet zijn omgezet in sommenpolissen en dat Yarden de naturapakketpolissen eenzijdig heeft aangepast. Die aanpassing komt erop neer dat vanaf 1 januari 2020 de jaarlijkse kostenstijgingen van de diensten en producten voor eigen rekening van de polishouders komen. In de brief is onder meer geschreven:
"B. Yarden is onvoldoende solvabel
(...) Yarden moet maatregelen nemen om haar solvabiliteit te versterken. Daarom heeft Yarden besloten de rechten van uw pakketpolis te beperken. Dat betekent concreet dat kostenstijgingen van de diensten en producten in uw pakket vanaf 1 januari 2020 voor uw eigen rekening komen. Deze kostenstijgingen worden in ieder geval veroorzaakt door inflatie. Daarnaast is het mogelijk dat de kosten door andere oorzaken sterker stijgen dan de inflatie, bijvoorbeeld als Yarden bepaalde inkoopvoordelen verliest.
Wat betekent dit voor u?
U heeft nog steeds uw pakketpolis bij Yarden. Bijgevoegd ontvangt u uw polisblad, het overzicht van de diensten en producten in uw pakket (AVVL Uitvaartzorg NV 1993 Omschrijving van Rechten) [Hof.: of... , of... ] en de Algemene Voorwaarden van Verzekering door AVVL Uitvaartzorg Natura Verzekering 1993 die van toepassing zijn op uw polis.
De voorwaarden van uw pakketpolis zijn gewijzigd. Vanaf 1 januari 2020 komen de jaarlijkse kostenstijgingen van de diensten en producten in uw pakket voor uw eigen rekening. In de meegestuurde folder lichten we dit toe aan de hand van een rekenvoorbeeld. In december van ieder jaar wordt u geïnformeerd over de hoogte van de kostenstijgingen voor het komende jaar. (...)
Moet u iets doen?
De verzekerde waarde van uw pakketpolis bedraagt € 3.201.(...)”
In de bij de brief gevoegde folder ‘extra uitleg polisvoorwaarden’ is het volgende rekenvoorbeeld opgenomen:
"Stel:
• Een polishouder heeft in 1993 een pakketpolis afgesloten
• Deze pakketpolis heeft een verzekerde waarde van € 3.200
• De polishouder komt te overlijden in 2030
• De jaarlijkse kostenstijgingen tussen 2020 en 2030 bedragen 1,75% De prijs van het pakket in 2030 is door de kostenstijgingen gestegen naar € 3.873. Dan kan bij overlijden van de polishouder:
• Het verschil tussen de pakketpolis in 2030 (€ 3.873) en de verzekerde waarde (€3.200) = totaal € 673 worden bijbetaald om het volledige pakket te behouden.
of
• In overleg met de Yarden uitvaartverzorger worden bepaald welke diensten en producten uit het pakket voor de verzekerde waarde kunnen worden uitgevoerd. Er zal in dat geval voor € 673 aan diensten en producten uit het pakket weggelaten moeten worden. (..)
In enkele uitspraken heeft het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid) de klacht van enkele naturapolishouders van Yarden afgewezen. De uitspraken van het Kifid komen er in de kern op neer dat het beroep van Yarden op de en-bloc-clausule niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
DELA en Yarden hebben vergaande onderhandelingen gevoerd over een overname door DELA van Yarden. In september 2020 heeft DELA laten weten Yarden niet over te nemen. In een persbericht van 29 september 2020 van DELA is daarover onder meer vermeld:“Yarden verkeerde al enige tijd in financiële problemen door de aanhoudend lage rente en de financiële verplichtingen voor een groep van circa 390.000 pakketpolissen. In de zomer van 2019 voerde Yarden een herstelactie door maar een kleine groep polishouders verzette zich daartegen. De rechter stelde hen voorlopig in het gelijk, in afwachting van een definitieve uitspraak. Dit zorgt voor veel onzekerheid bij alle circa 1 miljoen leden van Yarden. Het kan nog jaren duren voordat de rechtmatigheid juridisch is getoetst. DELA heeft besloten om die onzekerheid niet af te wachten.”
In een brief van 10 november 2020 aan Yarden heeft DNB geschreven dat Yarden over het derde kwartaal van 2020 een SRC-ratio van 95% heeft gerapporteerd en dat zij daarmee niet voldoet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste. Om die reden dient Yarden uiterlijk op 4 januari 2021 een herstelplan bij DNB in te dienen om uiterlijk op 4 mei 2021 weer te voldoen aan dat solvabiliteitskapitaalvereiste.