Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 01-12-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:9983, 200.258.529/01

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 01-12-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:9983, 200.258.529/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
1 december 2020
Datum publicatie
3 december 2020
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2020:9983
Zaaknummer
200.258.529/01

Inhoudsindicatie

Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 BW. Schending deponeringsverplichting. Geen onbelangrijk verzuim. Andere oorzaken voor faillissement dan onbehoorlijke taakvervulling.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.258.529/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/18/183910 / HA ZA 18-93)

arrest van 1 december 2020

in de zaak van

M. P. Waninge (voorheen W.A. Entzinger q.q.) in de hoedanigheid van curator in het faillissement van Breinverruimers B.V.,

wonende te [invullen],

appellante,

in eerste aanleg: eiser(es),

hierna: de curator,

advocaat: mr. J. Keekstra, kantoorhoudend te Groningen,

tegen

1 Molte B.V.,

gevestigd te Groningen,

hierna: Molte,

2. [geïntimeerde2] ,

wonende te [A] ,

hierna: [geïntimeerde2] ,

geïntimeerden,

in eerste aanleg: gedaagden,

hierna gezamenlijk te noemen: Molte c.s.,

advocaat: mr. A. Speksnijder, kantoorhoudend te Akkrum.

1 Het verdere verloop van de procedure

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 10 december 2019 hier over. In dat arrest heeft het hof een zitting bepaald, die heeft plaatsgehad op 2 september 2020. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat zich in kopie bevindt bij de stukken op basis waarvan het hof op verzoek van partijen arrest zal wijzen. Tijdens de zitting is van de zijde van de curator een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 10 augustus 2020 overgelegd waaruit blijkt dat mr. Waninge mr. Entzinger is opgevolgd als curator in het faillissement van Breinverruimers B.V.

2. De feiten

2.1

In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten.

2.2

[geïntimeerde2] is bestuurder en enig aandeelhouder van Molte.

2.3

Molte is bestuurder en enig aandeelhouder van Breinverruimers B.V.

(hierna: Breinverruimers).

2.4

Breinverruimers is opgericht op 5 juni 2014. De aandelen in Breinverruimers werden aanvankelijk gehouden door Molte, de heer [B] (hierna: [B] ) en mevrouw [C] (hierna: [C] ). Zowel [geïntimeerde2] als [B] en [C] waren werkzaam voor de onderneming van Breinverruimers.

2.5

Breinverruimers dreef een onderneming die actief was op het gebied van 'breinleren' en die zich richtte op de exploitatie van het gedachtegoed van [D] (hierna: [D] ).

2.6

Om het gedachtegoed van [D] te kunnen exploiteren, had Breinverruimers met [D] een licentieovereenkomst gesloten.

2.7

Op 14 juli 2015 is aan Breinverruimers een subsidie verleend voor een haalbaarheidsproject binnen de topsector Creatieve Industrie (hierna: de subsidie). Dit project had een looptijd van 1 juli 2015 tot en met 30 juni 2016. De subsidie betrof blijkens de aanvraag het financieren van onderzoek naar de technische, organisatorische en economische haalbaarheid van een nieuw innovatief ontwikkelplatform.

2.8

Eind juli 2015 heeft Breinverruimers een voorschot op de subsidie ontvangen van

€ 33.177,-.

2.9

In 2015 heeft [B] zijn werkzaamheden voor Breinverruimers beëindigd en heeft hij zijn aandelen in Breinverruimers overgedragen aan Molte en [C] .

2.10

In 2016 heeft [C] haar werkzaamheden voor Breinverruimers beëindigd en heeft zij haar aandelen in Breinverruimers overgedragen aan Molte.

2.11

In het najaar van 2016 heeft [D] de licentieovereenkomst met Breinverruimers beëindigd.

2.12

Op 5 april 2017 is de jaarrekening van Breinverruimers over het jaar 2015 gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel.

2.13

Op 6 juni 2017 is Breinverruimers op eigen aanvraag in staat van faillissement verklaard. Mr. Entzinger is aangesteld tot curator van Breinverruimers.

3 Het geding in eerste aanleg

3.1

In eerste aanleg heeft de curator, samengevat, gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. voor recht verklaart dat gedaagden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het boedeltekort in het faillissement van Breinverruimers;

  2. gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding van het boedeltekort in het faillissement van Breinverruimers, tot dan toe begroot op € 64.636,62;

  3. gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot vergoeding van de resterende schulden voor zover deze niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan en zoals deze zullen blijken na afwikkeling van het faillissement, althans tot vergoeding van die resterende kosten nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

  4. gedaagden hoofdelijk veroordeelt in de kosten van het geding, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2

Molte c.s. hebben gemotiveerd verweer gevoerd. Dat verweer zal, voor zover in hoger beroep van belang, in het navolgende aan de orde komen.

3.3

In het in hoger beroep bestreden vonnis heeft de rechtbank de vorderingen van de curator afgewezen en laatstgenoemde veroordeeld in de proceskosten.

4 De grieven en de beoordeling daarvan

5 Slotsom

6 De beslissing