Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26-10-2021, ECLI:NL:GHARL:2021:10097, 200.291.419/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26-10-2021, ECLI:NL:GHARL:2021:10097, 200.291.419/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 26 oktober 2021
- Datum publicatie
- 28 oktober 2021
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2021:10097
- Zaaknummer
- 200.291.419/01
Inhoudsindicatie
Yogaschool maakt gebruik van ingeleend personeel van een personeelsdienst. De rekeningen worden echter niet geheel betaald. Een tijdje later gaat de yogaschool failliet. De bestuurder van de yogaschool wordt hiervoor aansprakelijk gehouden en veroordeeld om de rekeningen van de personeelsdienst alsnog te betalen. Hiertegen gaat de bestuurder in hoger beroep en hij wil dat de tenuitvoerlegging van het vonnis wordt geschorst, dan wel dat de curator van de inmiddels failliete personeelsdienst zekerheid stelt. Het hof gaat hier maar gedeeltelijk in mee. Er is wel sprake van een aanmerkelijk restitutierisico, maar dat is voor het hof niet genoeg voor een volledige schorsing of een veroordeling van de curator tot het stellen van een bankgarantie. Hier speelt mee dat de hypotheekbank het bedrijfspand van de yogaschool gaat verkopen, zodat schorsing van het bestreden vonnis nog niet betekent dat er geen onomkeerbare situatie ontstaat, zoals waar de bestuurder voor vreest. Wel wordt de curator ertoe veroordeeld om aan de eventuele restitutievordering van de bestuurder voorrang te verlenen boven ander boedelschulden en boven de faillissementskosten. Volgens het hof wordt het restitutierisico hierdoor voldoende afgedekt.
Uitspraak
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.291.419 /01
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 18.10942)
arrest van 26 oktober 2021 in het incident ex art. 351 Rv en art. 235 Rv
in de zaak van
[appellant] ,
die woont in [woonplaats1] ,
appellant, tevens eiser in het incident,
bij de rechtbank: gedaagde,
hierna: [appellant],
advocaat: mr. G.A. Krol, die kantoor houdt in Ridderkerk,
tegen
mr. H. Dulack q.q., in diens hoedanigheid van curator in het faillissement van Beryl Personeel B.V.,
die kantoor houdt in Utrecht,
geïntimeerde, tevens verweerder in het incident,
bij de rechtbank: eiser,
hierna: de curator,
advocaat: mr. R.H. Bask, die kantoor houdt in Utrecht.
1 De procedure bij de rechtbank
Hoe de procedure bij de rechtbank is verlopen, blijkt uit de vonnissen van 13 september 2018 en 29 januari 2020 van de rechtbank Midden-Nederland, afdeling civiel recht, locatie Lelystad (hierna: de rechtbank).
2 De procedure in hoger beroep
Het verloop van de procedure bij het hof blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep van 22 april 2020 (met bijlagen);
- de memorie van grieven, tevens akte vermeerdering van eis en akte houdende producties van 29 juni 2021 (met bijlagen);
- de incidentele vordering tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad ex art. 351 Rv en tot zekerheidsstelling ex art. 235 Rv (met bijlagen);
- de antwoordconclusie in het incident van 13 juli 2021 (met bijlage).
Partijen hebben arrest gevraagd in het incident en zij hebben de stukken daarvoor aan het hof gegeven.
3 De feiten, het geschil en de beslissing van de rechtbank
Voor zover van belang voor de beoordeling in het incident, gaat het in deze zaak om het volgende.
[appellant] exploiteerde met zijn eenmanszaak een yogaschool in [plaats1] onder de naam " [naam1] ". Medio 2016 is [appellant] een samenwerking aangegaan met Beryl Personeel B.V., gevestigd in Amersfoort (hierna: Beryl). Het personeel van [appellant] trad in dienst bij Beryl om vervolgens te worden ingeleend door [appellant] .
Vanaf 2017 is de exploitatie van yogascholen in Den Haag en Almere ondergebracht in een tweetal vennootschappen, te weten [naam1] Den Haag B.V. en [naam1] Almere B.V. Aandeelhouder en bestuurder van deze vennootschappen is [naam1] Holding B.V. (hierna: de holding). [appellant] is middellijk aandeelhouder en bestuurder van de holding via Magnum Opus Investment B.V.
In 2017 en 2018 is personeel van Beryl ingezet in de [naam1] vennootschappen Den Haag en Almere. Vanaf augustus 2017 zijn de facturen hiervoor grotendeels onbetaald gebleven. De betalingsachterstand is opgelopen tot € 134.058,20. Beryl heeft de inlening daarom met ingang van 9 mei 2018 beëindigd.
In eerste aanleg heeft Beryl betaling van de facturen gevorderd. Hiertoe heeft Beryl de [naam1] vennootschappen, de holding, [appellant] en een aantal andere partijen gedagvaard. [naam1] Almere en de holding zijn op 21 augustus 2018 failliet verklaard. [naam1] Den Haag is op 11 september 2018 failliet verklaard. De procedure tegen deze vennootschappen is daarom van rechtswege geschorst. Beryl is op 30 april 2019 failliet verklaard.
In het eindvonnis van 29 januari 2020 heeft de rechtbank [appellant] als indirect bestuurder aansprakelijk gehouden voor de betalingsachterstand. [appellant] is veroordeeld tot betaling van € 134.058,20, met nevenveroordelingen. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard.