Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-11-2021, ECLI:NL:GHARL:2021:10591, 200.237.571
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-11-2021, ECLI:NL:GHARL:2021:10591, 200.237.571
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 16 november 2021
- Datum publicatie
- 18 november 2021
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2021:10591
- Zaaknummer
- 200.237.571
Inhoudsindicatie
Opzegging door curator op grond van artikel 39 Fw en naderhand gedane ontbinding. Hoofdelijke aansprakelijkheid.
Uitspraak
locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.237.571
(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, 5111663)
arrest van 16 november 2021
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidOpzeeland Logistics B.V.,
gevestigd te Boxtel,
appellante in het principaal hoger beroep,
geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna: Opzeeland Logistics,
advocaat: mr. H.G.A.M. Spoormans,
tegen
1 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid[geïntimeerde1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats1] ,
2. de gezamenlijke erven van [geïntimeerde2],
wonende te [woonplaats1] ,
geïntimeerden in het principaal hoger beroep,
appellanten in het incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: gedaagden,
hierna: [geïntimeerde1] en de gezamenlijke erven van [geïntimeerde2] ,
advocaat: onttrokken.
1 Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep.
Het hof heeft op 3 december 2019 een tussenarrest uitgesproken waarbij een zitting (comparitie van partijen) is bepaald. In verband met het overlijden van [geïntimeerde2] op 4 januari 2020 is het geding op grond van artikel 225 Rv geschorst en hervat door de oproeping van de erven bij exploot. De vervolgens opnieuw bepaalde zitting is gehouden op 22 oktober 2021. [geïntimeerde1] en de gezamenlijke erven van [geïntimeerde2] zijn, hoewel daartoe op de juiste wijze te zijn opgeroepen, niet verschenen. Op de zitting heeft [de bestuurder] , bestuurder/enig aandeelhouder van Opzeeland Logistics, een nadere toelichting gegeven en heeft de advocaat aan de hand van spreekaantekeningen het standpunt van Opzeeland Logistics toegelicht. Van de zitting is een verslag opgemaakt.
Opzeeland Logistics heeft na afloop van de zitting het hof gevraagd arrest te wijzen waarna het hof arrest heeft bepaald.
2 Achtergrond van het geschil
Opzeeland Logistics is een bedrijf dat zich onder meer bezighoudt met de handel en verhuur van transportmiddelen, met als enig aandeelhouder en bestuurder Wilmaro Beheer B.V. (Wilmaro). Wilmaro hield tot 21 augustus 2014 eveneens alle aandelen in Opzeeland Transport B.V. en heeft deze aandelen op die datum verkocht en geleverd aan [geïntimeerde1] . [geïntimeerde2] was bestuurder/enig aandeelhouder van [geïntimeerde1] . Op dezelfde dag hebben Opzeeland Logistics en Opzeeland Transport een huurovereenkomst roerende zaken gesloten, waarbij Opzeeland Logistics als verhuurder een wagenpark van 26 trucks en 40 trailers aan Opzeeland Transport als huurder ter beschikking heeft gesteld. De overeenkomst is voor 4 jaar aangegaan en loopt tot en met 22 augustus 2018. In één van de bepalingen van deze overeenkomst (artikel 16) is opgenomen dat [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] naast de huurder hoofdelijk aansprakelijk zijn voor betaling van alle uit de overeenkomst door huurder en verhuurder verschuldigde bedragen, voortvloeiende kosten, boete(s) en schade, en dat die hoofdelijke aansprakelijkheid is gemaximeerd tot € 150.000,-.
Op 26 februari 2016 is Opzeeland Transport failliet verklaard, met aanstelling van mr. Van Ingen tot curator. Op dezelfde dag heeft de curator in een brief aan Opzeeland Logistics de huurovereenkomst op grond van artikel 39 Faillissementswet (Fw) opgezegd (tegen 31 mei 2016).
In een brief van 1 maart 2016 aan de curator heeft Opzeeland Logistics de huurovereenkomst per die dag ontbonden, op grond van artikel 14.1 onder a van de huurovereenkomst (kort gezegd: ontbinding van de overeenkomst in geval van faillissement van de huurder) en op grond van de artikelen 6:80 lid 1 onder a jo. 6: 265 BW.
Bij brieven van dezelfde datum heeft Opzeeland Logistics aan [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] betaling verzocht van € 150.000,-, zoals bepaald in artikel 16 van de huurovereenkomst.