Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-11-2021, ECLI:NL:GHARL:2021:10908, 200.295.040/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-11-2021, ECLI:NL:GHARL:2021:10908, 200.295.040/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 25 november 2021
- Datum publicatie
- 1 december 2021
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2021:10908
- Zaaknummer
- 200.295.040/01
Inhoudsindicatie
Rechtbank heeft verzoek tot faillietverklaring van DOC afgewezen, verzoekers veroordeeld in de proceskosten en die kosten begroot op 2 punten, tarief VIII ( € 7.998,-) wegens misbruik van recht. Verzoekers in hoger beroep tegen proceskostenveroordeling.
Hof: verzoekers zijn terecht veroordeeld in de kosten. Ten onrechte tarief VIII gehanteerd. Wel sprake van misbruik van recht door faillissement aan te vragen. Hof ziet daarin aanleiding om appellanten tot hoger bedrag te veroordelen dan conform liquidatietarief en begroot de kosten op € 5.000,-.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht. handel
zaaknummer gerechtshof 200.295.040/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/18/204860 / FT RK 21/230)
beschikking van 25 november 2021
in de zaak van:
1 Stille Maatschap [appellante1] ,
gevestigd te [plaats1] ,
2. [appellant2] v.h.o.d.n. [appellant2],
wonende te [plaats2] ,
3. [appellant3] h.o.d.n. [appellant3],
wonende te [plaats3] ,
4. Maatschap [appellante4],
gevestigd te [plaats4] ,
5. [appellant5] , h.o.d.n. [appellant5],
wonende te [plaats5] ,
6. Maatschap [appellante6],
gevestigd te [plaats6] ,
7. de v.o.f. Melkveebedrijf [appellante7],
gevestigd te [plaats7] ,
8. [appellant8] , h.o.d.n. [appellant8],
wonende te [plaats8] ,
9. [appellant9] , h.o.d.n. Veehoudersbedrijf [appellant9],
wonende te [plaats9] ,
10. Maatschap [appellante10],
gevestigd te [plaats10] ,
11. de v.o.f. [appellante11] Melkveebedrijf,
gevestigd te [plaats11] ,
12. Mts [appellante12],
gevestigd te [plaats12] ,
13. [appellant13] , v.h.o.d.n. [appellant13],
wonende te [plaats8] ,
14. de maatschap [appellante14],
gevestigd te [plaats13] ,
15. Stille maatschap [appellante15],
gevestigd te [plaats14] ,
16. [appellant16] , h.o.d.n. [appellant16],
wonende te [plaats15] ,
17. [appellant17] , h.o.d.n. [appellant17],
wonende te [plaats16] ,
18. de maatschap Melkveebedrijf [appellante18],
gevestigd te [plaats17] ,
19. V.O.F. [appellante19],
gevestigd te [plaats18] ,
20. V.O.F. [appellante20],
gevestigd te [plaats19] ,
21. V.O.F. [appellante21],
gevestigd te [plaats20] ,
22. [appellant22] , h.o.d.n. Melkveebedrijf [appellant22],
wonende te [plaats21] ,
23. Maatschap [appellante23],
gevestigd te [plaats22] ,
24. de maatschap Melkveebedrijf [appellante24],
gevestigd te [plaats23] ,
appellanten,
bij de rechtbank: verzoekers,
hierna gezamenlijk te noemen: de melkveehouders,
advocaat: mr. G.B. te Biesebeek, die kantoor houdt te Zwolle,
tegen
Drents Overijsselse Coöperatie Kaas U.A.,
gevestigd te Hoogeveen,
geïntimeerde,
bij de rechtbank: verweerster,
hierna: DOC Kaas,
advocaat: mr. W.H.M. Cnossen, die kantoor houdt te Heerenveen.
1 De procedure bij de rechtbank
Bij beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 18 mei 2021 is het verzoek van de melkveehouders tot faillietverklaring van DOC Kaas afgewezen en is geoordeeld dat de melkveehouders met het verzoek misbruik van hun bevoegdheid hebben gemaakt door het faillissement van DOC Kaas aan te vragen. De rechtbank heeft de melkveehouders veroordeeld in de proceskosten en heeft die begroot op € 7.998,- (2 punten, tarief VIII).
2 De procedure in hoger beroep
Bij beroepschrift, binnengekomen bij de griffie van het hof op 26 mei 2021, hebben de melkveehouders het hof verzocht voornoemde beschikking in zoverre te vernietigen dat de melkveehouders worden ontheven van de uitgesproken proceskostenveroordeling, dan wel de proceskosten te bepalen op € 1.126,- (2 punten, tarief II) en DOC Kaas te veroordelen het teveel betaalde terug te betalen.
Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken, waaronder het verweerschrift van DOC Kaas en de brieven van partijen waarin zij aangeven dat zij geen behoefte hebben aan een mondelinge behandeling en dat het hof uitspraak kan doen op basis van de stukken.