Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 09-03-2021, ECLI:NL:GHARL:2021:2308, 200.262.117/01

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 09-03-2021, ECLI:NL:GHARL:2021:2308, 200.262.117/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
9 maart 2021
Datum publicatie
11 maart 2021
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2021:2308
Zaaknummer
200.262.117/01

Inhoudsindicatie

Art. 2:60 BW; gehoudenheid van bungaloweigenaar aan algemene voorwaarden coöperatie van eigenaren op een bungalowpark en diens verplichting tot betaling van contributie. Opzeggingsbevoegdheid van dit lid van de coöperatie en de gevolgen van die opzegging: op grond van een derdenbeding blijft de eigenaar gebonden aan de in de akte van levering genoemde algemene voorwaarden van de coöperatie.

Uitspraak

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.262.117/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 6560498)

arrest van 9 maart 2021

in de zaak van

Coöperatieve Vereniging van Eigenaren Bungalowpark ''Zuiderveld'' U.A.,

gevestigd te Geesbrug,

appellante in het principaal hoger beroep,

geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,

in eerste aanleg: eiseres

hierna: Zuiderveld,

advocaat: mr. E.C.J. Ris, kantoorhoudend te Leusden,

tegen

1 [geïntimeerde1] ,

wonende in [A] ,

2. [geïntimeerde2] ,

wonende in [A] ,

geïntimeerden in het principaal hoger beroep,

appellanten in het incidenteel hoger beroep,

in eerste aanleg: gedaagden,

hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden] c.s,

advocaat: mr. I.M. Hidding, kantoorhoudend te Diever.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

De mondelinge behandeling die het hof bij tussenarrest van 10 september 2019 heeft bepaald, vond plaats op 6 december 2019. Na een schorsing hebben partijen laten weten dat zij verwachtten dat een minnelijke regeling mogelijk was als antwoord zou zijn gegeven op de vraag of een niet-lid van de vereniging ook gebonden is aan leefregels die in het parkreglement zijn opgelegd. De raadsheer-commissaris heeft desgevraagd laten weten het belang in te zien van deze vraag voor partijen in deze procedure, mede in het licht van de vordering van Zuiderveld en de overige vijf leden die inmiddels hun lidmaatschap hebben opgezegd. Hij heeft voor het beantwoorden van die vraag enige tijd gevraagd. De uitkomst zou hij in een brief vaststellen, onder de toezegging dat het dan om zijn voorlopig oordeel zou gaan en dat hij niet verder bij de zaak betrokken zou zijn als de procedure zou worden voortgezet. De raadsheer-commissaris heeft daarna echter moeten constateren dat aan deze vraag meerdere aspecten kleven en dat een eenduidig antwoord op basis van de beschikbare stukken niet kan worden gegeven. Het voorlopig oordeel zou daarmee het karakter krijgen van een advies, en dat gaat de rechterlijke taak te buiten. Daarom is Zuiderveld alsnog in de gelegenheid gesteld grieven te formuleren.

2 Waar gaat deze zaak over?

2.1

In dit geschil draait het met name om de mogelijkheden en de financiële gevolgen van opzegging van een lidmaatschap van een coöperatieve vereniging van eigenaren op een bungalowpark. Het heeft de volgende achtergrond.

2.2

Op het Bungalowpark Zuiderveld in Geesbrug staan 106 bungalows die eigendom zijn van particulieren, onder wie [geïntimeerden] c.s. De eigenaren zijn gezamenlijk ook eigenaar van de infrastructuur en de collectieve voorzieningen, waarvan beheer en onderhoud zijn uitbesteed aan de coöperatie Zuiderveld. Zuiderveld is niet een vereniging van eigenaren waarvan de wet het lidmaatschap voorschrijft, maar aan [geïntimeerden] c.s. is in de akte van levering van de bungalow wel de verplichting opgelegd om van Zuiderveld lid te worden en te blijven. Bij niet nakoming van deze bepaling verbeuren zij ten behoeve van Zuiderveld een boete van fl. 1.000,- (€ 453,78).

2.3

[geïntimeerden] c.s. zijn de verplichting om lid te worden na de aankoop van hun bungalow nagekomen, maar hebben in 2016 in een contributieverhoging aanleiding gezien het lidmaatschap met onmiddellijke ingang op te zeggen. Sindsdien weigeren zij de volledige contributie van Zuiderveld te betalen. Zuiderveld heeft zich mede om die reden tot de kantonrechter gewend en heeft gevorderd dat [geïntimeerden] c.s. worden veroordeeld tot betaling van (het restant van) de jaarlijkse contributie over 2016 en 2017, met ‘verklaring voor recht’ dat de opzegging niet rechtsgeldig is, dat [geïntimeerden] c.s. dus gehouden zijn tot betaling van de jaarlijkse contributie en dat zij ook gebonden zijn en blijven aan de hierna nog te bespreken algemene voorwaarden, alsmede aan de statuten en het huishoudelijk reglement van Zuiderveld. Daarnaast zijn verklaringen gevraagd die inhouden (i) dat [geïntimeerden] c.s. niet het recht hebben een brievenbus te bekladden of te bekrassen, onder de verplichting de schade te vergoeden die zij aan die brievenbus hebben toegebracht en (ii) dat zij de bestaande waterafvoer moeten gedogen en moeten meewerken aan de verbreding daarvan. Ten slotte is gevorderd dat [geïntimeerden] c.s. een huisnummerplaatje herstellen (onder verbeurte van een dwangsom) en dat zij verplicht worden mailberichten aan Zuiderveld tot een maximum te beperken.

2.4

De kantonrechter heeft de vorderingen voor het grootste deel afgewezen, maar heeft [geïntimeerden] c.s. wel veroordeeld om aan Zuiderveld € 141- te betalen (schade ter hoogte van het restant contributie 2016) en € 385,50 (2017, schade op grond van ongerechtvaardigde verrijking), telkens met rente, en ook om het huisnummerplaatje in oorspronkelijke staat te herstellen en terug te plaatsen bij de toegangsweg van het bungalowpark.

2.5

De strekking van het hoger beroep van Zuiderveld is, dat het hof alsnog voor recht verklaart dat de opzegging niet rechtsgeldig is, dat [geïntimeerden] c.s. gehouden zijn de volledige jaarlijks bijdrage of contributie te betalen, en dat zij ook gebonden blijven aan de al genoemde voorwaarden en regelingen.

2.6

[geïntimeerde1] heeft zelf ook bezwaar gemaakt tegen het vonnis. Hij vordert alsnog afwijzing van de toegewezen schade met betrekking tot boekjaren 2016 en 2017. Daarnaast stelt hij eigen vorderingen in. Het is hem echter niet toegestaan dat voor het eerst in hoger beroep te doen. Het hof gaat daarom aan dat deel van zijn ‘incidenteel hoger beroep’ voorbij.

3 Het oordeel van het hof