Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 06-04-2021, ECLI:NL:GHARL:2021:3294, 200.276.152/01

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 06-04-2021, ECLI:NL:GHARL:2021:3294, 200.276.152/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
6 april 2021
Datum publicatie
8 april 2021
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2021:3294
Zaaknummer
200.276.152/01

Inhoudsindicatie

IPR. Faillissementsrecht. Bevoegdheid Nederlandse rechter. Peeter/Gatzen-vordering?

Spaanse bank werkt na faillissement mee aan verkoop van Spaanse woning door failliet.

De woning en de verkoopopbrengst vallen daardoor buiten het faillissement.

De curator spreekt de bank aan.

Nederlandse rechter bevoegd? Rechtbank: Nee. Hof: ja en verwijst terug.

Uitspraak

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.276.152/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 184351)

arrest van 6 april 2021

in de zaak van

Mr. Jan Hein Mastenbroek, in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van Goudhof Juweliers [A] v.o.f., [B] in privé en [C] in privé,

wonende te Lucaswolde,

appellant,

in eerste aanleg: eiser,

hierna: de curator,

advocaat: mr. K.M. Löwik-Felt te Groningen,

tegen:

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Caixa Rural Altea Cooperativa de Credit Valenciana,

gevestigd te Alicante (Spanje),

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: Caixaltea,

niet verschenen.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van

30 oktober 2019 dat de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, onder bovengenoemd zaaknummer heeft gewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep van 24 januari 2020,

- de memorie van grieven.

2.2

Vervolgens heeft de curator de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

3 De vaststaande feiten

3.1

Het hof gaat in hoger beroep uit van de navolgende feiten.

3.2

Bij vonnis van 7 juni 2016 zijn de faillissementen uitgesproken van [B] (hierna: [B] ), [C] (hierna: [C] ), beiden wonende te [D] , en de door hen gedreven vennootschap onder firma Goudhof Juweliers [A] (hierna: de vof), gevestigd te Veendam, onder benoeming van mr. J.H. Mastenbroek als curator en mr. P. Molema als rechter-commissaris.

3.3

[B] en [C] hielden bij Caixaltea een bankrekening aan (hierna: de bankrekening). Op de datum waarop het faillissement is uitgesproken was het saldo op de bankrekening € 511,77.

3.4

Ten tijde van het uitspreken van het faillissement waren [B] en [C] eigenaar van een vakantiewoning in de gemeente Altea, Spanje. Ten behoeve van de aankoop is in 2002 een hypotheek naar Spaans recht gevestigd ten behoeve van Caixaltea.

3.5

Op 7 juli 2016 hebben [B] en [C] een koopovereenkomst met[E] (hierna: [E] ) gesloten met betrekking tot de vakantiewoning voor een bedrag van € 360.000,-.

3.6

Voorafgaand aan de levering van de vakantiewoning is door [E] bij wijze van voorschot € 33.000,- betaald door overboeking op de bankrekening van [B] en [C] bij Caixaltea (ontvangen op 12 juli 2016) en € 3.000,- contant. Het bedrag van € 33.000,- is in de twee dagen na ontvangst bijna volledig opgenomen dan wel doorgestort door [B] en [C] . Het resterende creditsaldo van de bankrekening was op14 juli 2016 € 107,41.

3.7

Op 14 juli 2016 is Caixaltea door de zaakwaarnemer/makelaar van [B] en [C] geïnformeerd over de verkoop van de vakantiewoning. Op verzoek van de zaakwaarnemer heeft een medewerkster van Caixaltea, [F] (hierna: [F] ) op 19 juli 2016 aan deze laten weten dat het uitstaande bedrag in verband met de hypotheek € 144.716,22 bedroeg.

3.8

Bij e-mail van 20 juli 2016 om 10.18 uur heeft de curator aan het hoofdkantoor van de Grupo Cooperative Cajamar medegedeeld dat [B] en [C] als gevolg van hun faillissement niet meer beschikkingsbevoegd zijn. Voorts heeft de curator verzocht om de bankrekeningen van [B] en [C] te blokkeren, om toezending van bankafschriften vanaf januari 2015 en om meer informatie over de vakantiewoning en de ten behoeve daarvan gevestigde hypotheek. Het hoofdkantoor heeft de mail diezelfde dag om 12.50 uur doorgestuurd naar Caixaltea. Hierop heeft Caixaltea de bankrekening geblokkeerd.

3.9

Bij e-mail van 27 juli 2016 heeft [F] namens Caixaltea aan de curator de ontvangst van zijn e-mail van 20 juli 2016 bevestigd en verzocht een vertaling van de faillissementsuitspraak met apostille te doen toekomen. Bij e-mail van 5 augustus 2016 heeft de curator aan dit verzoek voldaan.

3.10

Op de datum van levering van de vakantiewoning, 3 augustus 2016, heeft de notaris, Beatriz Azpitarte Melero te Altea, contact opgenomen met Caixaltea om de aflossing van de hypothecaire lening af te stemmen. Caixaltea heeft de notaris bevestigd dat na betaling van € 144.716,22 de hypothecaire lening volledig zou zijn afgelost en het hypotheekrecht zou kunnen worden doorgehaald in de openbare registers.

3.11

Daarna is op diezelfde dag, 3 augustus 2016, de akte van levering met betrekking tot de vakantiewoning gepasseerd ten overstaan van voornoemde notaris. De vakantiewoning is geleverd tegen een koopprijs van € 360.000,-, welk bedrag door [E] is voldaan door afgifte van een cheque ter hoogte van € 144.716,22 ten behoeve van Caixaltea, een cheque ter hoogte van € 150.872,06 ten behoeve van [B] en [C] en een cheque ter hoogte van € 17.611,72 ten behoeve van hun makelaar (naast de betalingen vermeld in rechtsoverweging 3.6.). Met betrekking tot het resterende, achtergehouden bedrag van € 10.800,- is onbekend of dit betaald is.

3.12

[B] en [C] hebben de cheque van € 150.872,06 niet (via een) bij Caixaltea (aangehouden bankrekening) geïnd.

3.13

Na aflossing van de hypothecaire lening van Caixaltea door middel van genoemde cheque van € 144.716,22 is het hypotheekrecht doorgehaald in de daartoe bestemde openbare registers.

3.14

Bij e-mail van 19 augustus 2016 is door Caixaltea een bankafschrift met betrekking tot de bankrekening aan de curator toegestuurd. Daarbij is door Caixaltea aangegeven dat er geen hypotheekrechten zijn.

3.15

Op 5 september 2016 heeft de curator aan Caixaltea verzocht aan te geven of er eerder wel hypotheken zijn geweest. Daarop heeft Caixaltea laten weten dat er op dat moment geen hypotheken waren. Op 5 oktober 2016 heeft de curator nogmaals verzocht of dat op enig moment anders was. Daarop is geen reactie ontvangen. De curator heeft op 18 oktober 2016 gerappelleerd, maar ook daarna is geen reactie ontvangen.

4 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

5 De motivering van de beslissing in hoger beroep

6 De slotsom

7 De beslissing