Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27-07-2021, ECLI:NL:GHARL:2021:7155, 200.272.609
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27-07-2021, ECLI:NL:GHARL:2021:7155, 200.272.609
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 27 juli 2021
- Datum publicatie
- 23 augustus 2021
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2021:7155
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2023:880, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
- Zaaknummer
- 200.272.609
Inhoudsindicatie
Effectenlease. Vordering afnemer wordt grotendeels afgewezen. Terugbetalingsverplichting op grond van hofmodel. Geen vordering vanwege advisering door [naam1] Kredieten. Geen sprake van doorgeven effectenorders.
Uitspraak
locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.272.609
(zaaknummer rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo: 7271970)
arrest van 27 juli 2021
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Dexia Nederland B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante in het principaal hoger beroep, geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,
bij de rechtbank: gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,
hierna: Dexia,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer,
tegen:
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde in het principaal hoger beroep,
appellante in het incidenteel hoger beroep,
bij de rechtbank: eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie,
hierna: [geïntimeerde] ,
advocaat: mr. J.B. Maliepaard.
1 Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 15 september 2020 hier over.
Het verdere verloop blijkt uit:
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 25 maart 2021, met de daarin vermelde stukken,- de akte van [geïntimeerde] ,- de antwoordakte van Dexia.
Na afloop van de mondelinge behandeling heeft het hof arrest bepaald.
2 De vaststaande feiten
Tussen (de rechtsvoorganger van) Dexia en [geïntimeerde] en de heer [de echtgenoot] (hierna: de echtgenoot) is de onderstaande effectenleaseovereenkomst tot stand gekomen (hierna: de overeenkomst), die vroegtijdig is beëindigd.
|
Nr. |
Contractnr. |
Naam overeenkomst |
Datum overeenkomst |
Betaalde maand-termijnen/inleg |
Datum beëindiging overeenkomst |
Resultaat bij beëindiging overeenkomst |
|
I |
[nummer1] |
Capital Effect |
3-6-1999 |
€ 7.056,22 |
5-8-2004 |
- € 3.507,55 |
Bij de totstandkoming van de overeenkomst was [naam1] Kredieten B.V. (hierna: [naam1] Kredieten) als tussenpersoon betrokken. [geïntimeerde] heeft de restschuld op 16 augustus 2004 aan Dexia voldaan.
3 Het geschil en de beslissing bij de rechtbank
[geïntimeerde] heeft in conventie – samengevat – verklaringen voor recht gevorderd primair dat de overeenkomst is vernietigd vanwege bedrog (vordering 1), subsidiair op grond van dwaling is vernietigd (vordering 2), meer subsidiair dat sprake is van een wanprestatie (vordering 3), dat sprake is van strijd met het recht dan wel redelijkheid en billijkheid dan wel met wat maatschappelijk betamelijk is (vordering 4) dan wel dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld vanwege schending van de bijzondere zorgplicht en schending van artikel 25 Nadere Regeling 1995 (hierna: NR 1995) dan wel artikel 41 Nadere Regeling 1999 (hierna: NR 1999) (vordering 5). [geïntimeerde] heeft op deze gronden gevorderd Dexia te veroordelen tot betaling van het bedrag van € 10.563,77, vermeerderd met wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.
Dexia heeft de vorderingen van [geïntimeerde] bestreden en in reconventie – kort samengevat – gevorderd een verklaring voor recht dat de overeenkomst rechtsgeldig tot stand is gekomen, niet is vernietigd en niet bloot staat aan vernietiging, als ook dat [geïntimeerde] niet heeft blootgestaan aan het risico van een onaanvaardbaar zware financiële last en dat Dexia aan [geïntimeerde] niets meer verschuldigd is. Daarnaast heeft Dexia gevorderd te worden veroordeeld tot betaling van maximaal een bedrag van
€ 2.338,37 aan [geïntimeerde] , vermeerderd met wettelijke rente, alles met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten.
De kantonrechter heeft in conventie de vorderingen 1 t/m 4 afgewezen en vordering 5 toegewezen. De kantonrechter heeft voor recht verklaard dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld wegens schending van de bijzondere zorgplicht en vanwege schending van artikel 25 NR 1995 en artikel 41 NR 1999 en heeft Dexia veroordeeld tot betaling van € 7.874,57 (hetgeen resteert na vermindering met dividend en fiscaal voordeel), te vermeerderen met wettelijke rente en proceskosten. De vergoeding van buitengerechtelijke kosten heeft de kantonrechter afgewezen. De vorderingen van Dexia in reconventie heeft de kantonrechter afgewezen, met veroordeling van Dexia in de kosten van de reconventie.