Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26-01-2021, ECLI:NL:GHARL:2021:740, 200.267.914/01

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26-01-2021, ECLI:NL:GHARL:2021:740, 200.267.914/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
26 januari 2021
Datum publicatie
28 januari 2021
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2021:740
Zaaknummer
200.267.914/01

Inhoudsindicatie

Handelen namens niet bestaande vennootschap. Vordering op de vertegenwoordiger tot betaling van facturen voor geleverde goederen toewijsbaar. Geen volledige proceskostenveroordeling.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.267.914/01

(zaaknummer rechtbank Overijssel 6867571)

arrest van 26 januari 2021

in de zaak van

German Car Company B.V.,

gevestigd te Zwolle,

appellante,in eerste aanleg: eiseres,

hierna: GCC,

advocaat: mr. T.H.I.M. Pierik, kantoorhoudend te Zwolle,

tegen

[geïntimeerde] h.o.d.n. [A],

wonende te [B] ,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [geïntimeerde],

advocaat: mr. B. Korvemaker, kantoorhoudend te Leeuwarden.

1 De procedure in eerste aanleg

Voor het verloop van de procedure in eerste aanleg verwijst het hof naar de vonnissen van 22 mei 2018, 18 juni 2018 (mondeling) en 22 januari 2019 die de kantonrechter van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, heeft gewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep van 17 april 2019,

- de memorie van grieven (met producties),- de betekening van de memorie van grieven aan [geïntimeerde] , tegen wie eerst verstek was verleend,

- de memorie van antwoord (met producties),

- een akte na memorie van antwoord van GCC (met producties),- een antwoordakte van [geïntimeerde] .

2.2

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2.3

GCC vordert in het (principaal) hoger beroep - kort samengevat - dat de vonnissen van de kantonrechter worden vernietigd en dat [geïntimeerde] wordt veroordeeld tot betaling aan GCC van (primair) € 17.090,71, althans (subsidiair) € 11.935,64, te vermeerderen met wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke kosten, zowel primair als subsidiair met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten.

3 De ontvankelijkheid van het hoger beroep, de vermeerdering van eis en de uitbreiding van de grondslag van de vordering

3.1

GCC heeft ook hoger beroep ingesteld tegen het tussenvonnis van 22 mei 2018. In dat tussenvonnis heeft de kantonrechter een comparitie van partijen bepaald. Tegen zo'n vonnis kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 131 Rv). GCC is om die reden niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen dat tussenvonnis.

3.2

GCC vorderde in de procedure bij de kantonrechter betaling van een bedrag van € 11.935,64, te vermeerderen met wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke kosten. In de memorie van grieven heeft zij haar vordering vermeerderd, in die zin dat zij primair betaling van een bedrag van € 17.090,71 vordert. [geïntimeerde] heeft zich niet tegen deze vermeerdering van eis verzet. Het hof ziet ook geen reden de vermeerdering ambtshalve buiten beschouwing te laten.

3.3

In haar akte na memorie van antwoord heeft GCC - meer subsidiair - aangevoerd dat [geïntimeerde] paulianeus heeft gehandeld bij de liquidatie van een vennootschap - [A] Hasselt B.V. - waarvan hij bestuurder was. Aan die stelling komt het hof alleen toe indien het hof GCC niet volgt in de het (oorspronkelijke) betoog dat zij zaken heeft gedaan met de eenmanszaak van [geïntimeerde] , [A] , dan wel dat [geïntimeerde] handelend namens een niet bestaande vennootschap, [A] B.V.

3.4

Het hof zal deze uitbreiding van de grondslag buiten beschouwing laten. De uitbreiding is in een zeer laat stadium van de procedure gedaan en om die reden in strijd met de zogenaamde twee-conclusie-regel. Op die regel zou in dit geval een uitzondering gemaakt kunnen worden, omdat de liquidatie een paar weken voor de memorie van grieven heeft plaatsgevonden, zodat voorstelbaar is dat GCC daar ten tijde van het indienen van de memorie van grieven nog niet van op de hoogte was. Daar staat weer tegenover dat door de uitbreiding in een zeer laat stadium van de procedure een geheel nieuw onderwerp, te weten de gang van zaken rond de liquidatie van een vennootschap, aan de orde wordt gesteld en dat GCC de mogelijkheid behoudt om indien het hof de nieuwe grondslag van zijn vordering niet behandelt, een nieuwe vordering tegen [geïntimeerde] in te stellen, gebaseerd op het verwijt dat hij rond de liquidatie van [A] Hasselt B.V. onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. Dat betekent dat het hof de nrs. 70 e.v. van de akte na memorie van antwoord en de reactie daarop in de nadere akte (nrs. 12 e.v.) buiten beschouwing zal laten. Het hof komt, gezien het bovenstaande, ook niet toe aan de beoordeling van het verzoek van GCC om [geïntimeerde] te bevelen stukken in het geding te brengen over de liquidatie van [A] Hasselt B.V.

3.5

Uit het voorgaande volgt dat het hof recht zal doen op de bij memorie van grieven vermeerderde eis en die eis zal beoordelen op basis van wat daaraan in de memorie van grieven ten grondslag is gelegd, met inachtneming van wat over deze grondslagen in de akte na memorie van antwoord nog is aangevoerd.

4 De vaststaande feiten en de beslissing van de kantonrechter

4.1

Het hof gaat in hoger beroep uit van de volgende feiten.

4.2

GCC is een vennootschap die tot 15 februari 2016 4Fill B.V. (hierna: 4Fill) heette. Volgens de bedrijfsomschrijving in het Handelsregister hield 4Fill zich bezig met de productie van- en de groot- en detailhandel in kruidenmixen en dranken.

4.3

In het Handelsregister is sinds 2 januari 2017 geregistreerd dat [geïntimeerde] per

1 januari 2017 een eenmanszaak heeft met de handelsnaam [A] en dat hij zich onder die naam bezighoudt met de gespecialiseerde groothandel in overige voedings- en genotmiddelen. Verder is in het handelsregister vanaf 5 februari 1986 de besloten vennootschap [A] Hasselt B.V. geregistreerd. [A] Hasselt B.V. is volgens een uittreksel uit het Handelsregister per 13 december 2019 ontbonden. Volgens dat uittreksel hield [A] Hasselt zich bezig met de groothandel in sportartikelen, overige consumentenartikelen en sportprijzen, partijgoederen en duivensportartikelen, voerde zij de handelsnaam [A] Hasselt B.V. en was [geïntimeerde] bestuurder en enig aandeelhouder.

4.4

GCC (heeft in 2015 en 2016 (deels onder de naam 4Fill) facturen gestuurd naar " [A] ".

4.5

Nadat partijen per e-mail hadden gecorrespondeerd over de betaling van deze facturen, heeft de advocaat van GCC in een brief van13 april 2018 [geïntimeerde] gesommeerd tot betaling van een bedrag van € 11.925,64. [geïntimeerde] heeft niet aan deze sommatie voldaan.

4.6

GCC heeft [geïntimeerde] daarop gedagvaard tot betaling van laatstgenoemde bedrag, vermeerderd met rente en kosten. Nadat [geïntimeerde] (in persoon) verweer had gevoerd, heeft de kantonrechter een comparitie van partijen vastgesteld. Tijdens deze comparitie, op

18 juni 2018, heeft de kantonrechter een mondeling tussenvonnis gewezen, waarin hij GCC heeft opgedragen de feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit volgt dat zij terecht aanspraak maakt op betaling van de overgelegde facturen tot een totaalbedrag van

€ 11.935,64. Ook overwoog de kantonrechter dat [geïntimeerde] zo nodig zal moeten bewijzen dat deze facturen geheel of gedeeltelijk aan hem zijn betaald.

4.7

Nadat de eerste door GCC aangezegde getuige gehoord was, heeft de kantonrechter een eindvonnis gewezen. In dat vonnis heeft hij overwogen dat tijdens het getuigenverhoor is gebleken dat [geïntimeerde] ook bedoeld heeft het verweer te voeren dat hij niet voor zichzelf zaken heeft gedaan met GCC, maar dat hij heeft gehandeld voor de vennootschappen [A] B.V. of [A] Hasselt B.V. De kantonrechter heeft het verweer gehonoreerd dat GCC heeft gehandeld met [A] B.V. en heeft de vordering van GCC om die reden afgewezen.

5 5 De beoordeling van de grieven en de vordering

6 De beslissing