Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12-10-2021, ECLI:NL:GHARL:2021:9564, 200.270.773/01

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12-10-2021, ECLI:NL:GHARL:2021:9564, 200.270.773/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
12 oktober 2021
Datum publicatie
14 oktober 2021
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2021:9564
Zaaknummer
200.270.773/01

Inhoudsindicatie

Geschil tussen curator van een gefailleerde scheepswerf en de verfleverancier van de werf over de eigendom van een jacht, dat door de werf vlak voor het faillissement is verkocht aan de leverancier in verband met achterstallige betalingen. Bevestigende beantwoording van de vraag of de leverancier door cp-levering de eigendom heeft verkregen. Vernietiging op grond van faillissementspauliana (artikel 42 Fw).

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.270.773/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 163626)

arrest van 12 oktober 2021

in de zaak van

Yachtpaints Equipment & Consultancy Vollenhove B.V.,

gevestigd te Vollenhove,

appellante in het principaal hoger beroep,

geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,

bij de rechtbank: eiseres in conventie, verweerster in voorwaardelijke reconventie,

hierna: YEC,

advocaat: mr. T.E. Heslinga, die kantoor houdt te Leeuwarden,

tegen

mr. Christian Geffroy, q.q. curator in het faillissement van Jetten Yachting B.V, wonende te Heerenveen,

geïntimeerde in het principaal hoger beroep,

appellant in het incidenteel hoger beroep,

bij de rechtbank: gedaagde in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie,

hierna: de curator,

advocaat: mr. D.J. de Jongh, die kantoor houdt te Zwolle.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

3.1

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 25 augustus 2020 hier over. Het hof heeft in dat tussenarrest een mondelinge behandeling bepaald, die heeft plaatsgehad op 21 juni 2021. Van de zitting is een proces-verbaal gemaakt, dat deel uitmaakt van het procesdossier. Op verzoek van partijen heeft het hof arrest bepaald.

2 2. Waar gaat de zaak over en wat beslist het hof?

2.1

YEC is de voormalig verfleverancier van de in mei 2014 gefailleerde scheepswerf Jetten Yachting B.V. (hierna verder te noemen: Jetten). In verband met een achterstand van Jetten in de betaling van facturen van YEC hebben zij in april 2014 een koop/aannemingsovereenkomst gesloten over een casco van een jacht dat op de werf van Jetten in aanbouw was. Een deel van de door YEC voor het jacht verschuldigde koopprijs is verrekend met de openstaande facturen van YEC. Tussen YEC en de curator is in geschil of het jacht eigendom van YEC is geworden en of de overeenkomst jegens de curator vernietigd c.q. vernietigbaar is (omdat sprake is van een zogenaamde paulianeuze rechtshandeling als bedoeld in artikel 42 Faillissementswet).

2.2

Het hof komt net als de rechtbank tot het oordeel dat YEC eigenaar van het jacht is geworden. Het hof laat de beslissingen van de rechtbank daarover in stand. Dat geldt ook voor de beslissing van de rechtbank op de vordering van de curator om te verklaren voor recht dat het jacht is overgedragen in strijd met artikel 42 Fw. Het hof zal hierna zijn oordeel motiveren maar zal eerst de relevante feiten en het geschil bij de rechtbank schetsen.

3 De vaststaande feiten

3.1

Jetten exploiteerde een jachtwerf. YEC exploiteert een groothandel in verf en verfwaren. Zij verkocht en leverde regelmatig verf en verfwaren aan Jetten voor in aanbouw zijnde schepen. Jetten heeft jegens YEC een achterstand in de betaling laten ontstaan. Die betalingsachterstand bedroeg in april 2018 ruim € 86.000,-.

3.2

Nadat partijen een aantal keren over die betalingsachterstand met elkaar hebben gesproken, hebben zij op 16 april 2018 een ‘koop- en aannemingsovereenkomst’ gesloten met betrekking tot het gedeeltelijk afgebouwde casco van een jacht van het type Jetten 38 Cabrio (hierna: het jacht).

In de overeenkomst, waarin YEC is aangeduid als opdrachtgever en Jetten als opdrachtnemer, is het volgende - voor zover van belang - bepaald:

"OVEREENKOMST

De opdrachtgever en de opdrachtnemer verklaren hierbij dat partijen zijn overeengekomen dat

- de opdrachtgever van de opdrachtnemer een jacht heeft gekocht in de staat zoals het nu is; een gedeeltelijk afgebouwd casco

- en opdrachtnemer voor de opdrachtgever het jacht zal afbouwen conform de specificatie op pagina 2 en de van deze overeenkomst deel uitmakende specificatie "Jetten 38 Cabrio Limited 5th Anniversary Edition", bladzijde 10 t/m 14.

(...)

ZEKERHEIDSSTELLING

De opdrachtgever kan zijn jacht in aanbouw, op zijn kosten, op zijn naam laten registreren in de openbare registers van het Kadaster, zodat de eigendom wordt vastgelegd.

(...)

LEVERTIJD

Zonder dat sprake is van bijkomende werkzaamheden zal de levering van het vaartuig, af werk te Sneek, plaatsvinden in de maand oktober 2018;

(...)

PRIJS EN BETALINGSCONDITIES

De prijs voor de bouw van het jacht is als volgt vastgesteld;

Specificatie Bedrag € excl. BTW.

Jetten 38 Cabrio Anniversary Edition 235.000

Korting 22.415

Bedrag exclusief BTW 212.585

Deze prijs wordt door de opdrachtgever betaald in de volgende betalingstermijnen:

Omschrijving Bedrag excl. BTW

1. bij ondertekening van de overeenkomst 91.115

2.1e week mei 20.000

3, 1e week juni 20.000

4. 1e week juli 20.000

5. 1e week augustus 20.000

6. 1e week september 20.000

7. 1e week oktober 21,470

Totaal 212.585

(...) De op dit moment openstaande facturen van opdrachtgever worden direct met de 1e termijn, bij ondertekening van de overeenkomst, zijnde € 91.115,- verrekend.

(...)

Algemene voorwaarden

Op deze overeenkomst zijn van toepassing de NJI leveringsvoorwaarden gedeponeerd onder nummer 178/2014 voor zover daarvan in deze overeenkomst niet uitdrukkelijk is afgeweken. Door ondertekening van deze overeenkomst verklaart de opdrachtgever kennis te hebben genomen van de inhoud van voormelde voorwaarden en deze integraal te hebben aanvaard.

Afwijking op de algemene voorwaarden

In afwijking van artikel 15.1 van de NJI leveringsvoorwaarden zal de opdrachtnemer tot aan de datum van oplevering het jacht en de daarvoor benodigde materialen en installaties verzekeren voor de waarde die deze zaken vertegenwoordigen en maximaal voor het volle bedrag van de overeengekomen koopsom als bovengenoemd. De kosten voor deze verzekering komen voor rekening van opdrachtnemer. In afwijking van artikel 16 van de NJI leveringsvoorwaarden dient de opdrachtgever de facturen te voldoen binnen 7 dagen na de factuurdatum nadat hi zich ervan heeft overtuigd dat de werkzaamheden zoals bij de

betalingstermijnen staat omschreven daadwerkelijk zijn aangevangen”.

3.3

Op 18 april 2018 heeft YEC het jacht met haarzelf als eigenaar laten registreren in het scheepsregister bij het Kadaster.

3.4

Jetten heeft op 17 april 2018 een factuur aan YEC gezonden voor een bedrag van € 110.249,15 inclusief btw. YEC heeft op 19 april 2018 € 23.518,- aan Jetten overgemaakt en € 86.694,21 verrekend met openstaande facturen voor geleverde verfproducten. Deze manier van betalen is vastgelegd in een e-mail van haar bestuurder [bestuurder1] (hierna: [bestuurder1] ) aan bestuurder [bestuurder2] (hierna: [bestuurder2] ) van Jetten van 18 april 2018. Rekening houdend met de verminderde schuld van Jetten aan YEC heeft YEC op 4 mei 2018 aanvullend een bedrag ad € 32.099,80 aan Jetten betaald.

3.5

Bij vonnis van 22 mei 2018 van de Rechtbank Noord-Nederland is Jetten in staat van faillissement verklaard, met aanstelling van mr. C. Geffroy tot curator.

3.6

YEC heeft aan de curator gevraagd om afgifte althans afbouw van het jacht. De curator heeft in reactie hierop op 24 augustus 2018 het standpunt ingenomen dat, indien de eigendom van het jacht zou zijn overgegaan naar YEC, sprake is van een paulianeuze rechtshandeling in de zin van artikel 42 Faillissementswet (Fw). De curator heeft op die grond de vernietiging van deze rechtshandeling ingeroepen.

3.7

[bestuurder1] en [bestuurder2] hebben schriftelijke verklaringen afgelegd. De verklaring van [bestuurder1] d.d. 22 augustus 2018 luidt - voor zover van belang - als volgt:

"(...) Aangezien wij als verfleverancier YEC nauw contact hadden met Jetten Shipyard, waren wij op de hoogte van de betalingsproblemen van deze werf. Omdat wij als leverancier belang hechten aan de continuïteit bij onze klanten, hebben wij een oplossing gevonden door voor de openstaande bedragen en toekomstige leveringen zekerheid te verkrijgen door de koop van het casco. We hebben ongeveer 40k verrekend met openstaande facturen en 50k bijbetaald aan het casco (met dit geld kon Jetten de lonen aan zijn werknemers betalen).

Omdat het niet duidelijk was of Jetten het zou redden hebben we een heldere koopovereenkomst gesloten, die aangeeft dat wij het casco hebben gekocht en dat de eigendom naar ons is overgegaan. Wij hebben daarvoor ook meteen het Kadaster gevraagd dit te registreren en een nummer in de boot aan te laten brengen. Dit is allemaal in overleg gegaan met de directeur van de werf, [Y] . De afbouw van de boot kon wat ons betreft worden uitgevoerd door Jetten, maar mocht Jetten het niet redden, dan zouden wij voldoende bedrijven in ons netwerk hebben die de boot willen en kunnen afbouwen (...)"

De verklaring van [bestuurder2] d.d. 21 augustus 2018 luidt - voor zover van belang - als volgt:

"(...) Deze boot was een voorraadboot, hetgeen ongebruikelijk is, daar normaal alleen boten op basis van een klantorder gebouwd worden. Deze boot bouwde Jetten dus op eigen rekening en risico. Normaal gesproken leveren wij de eigendom niet voordat alles betaald is. Dat was hier niet het geval en wij hebben dan ook beoogd de boot in eigendom te leveren, daarbij geen risico nemend dat we een boot geleverd hebben en dan nog maar zien dat er betaald wordt. Er was immers een strak betaalschema afgesproken, waarbij geen eindtermijn voor levering werd afgesproken en er ondertussen voldoende geld binnen kwam om de boot ook daadwerkelijk af te bouwen. (...)"

4 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg (bij de rechtbank)

6 De beslissing