Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12-10-2021, ECLI:NL:GHARL:2021:9619, 200.249.147

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12-10-2021, ECLI:NL:GHARL:2021:9619, 200.249.147

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
12 oktober 2021
Datum publicatie
6 september 2023
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2021:9619
Formele relaties
Zaaknummer
200.249.147

Inhoudsindicatie

Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248, 2:9 en 6:162 BW.

Zie voor het cassatieberoep in deze zaak: ECLI:NL:HR:2023:967.

Uitspraak

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.249.147

(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, 317402)

arrest van 12 oktober 2021

in de zaak van

1 mr. Rob Klein q.q., handelend in de hoedanigheid van curator in de faillissementen van de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Drent Goebel B.V. en Drent Holding B.V.,kantoorhoudende te Apeldoorn,advocaat: mr. M. Wevers,

2. mr. Maarten Wevers q.q., handelend in de hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Trend Graphic Services B.V.,kantoorhoudende te Apeldoorn,advocaat: mr. R. Klein,

appellanten,in eerste aanleg: eisers,

hierna: de curatoren,

tegen

1 [geïntimeerde1] ,wonende te [woonplaats1] ,hierna: [geïntimeerde1] ,advocaat: mr. H.S. Mensonides,

2. [geïntimeerde2],wonende te [woonplaats2] ,hierna: [geïntimeerde2] , advocaat: mr. R. van der Jagt,

geïntimeerden,

in eerste aanleg: gedaagden.

1 Kern van de zaak en de beslissing

1.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] als bestuurders van Drent Holding B.V. (hierna: Drent Holding), Drent Goebel B.V. (hierna: Drent Goebel) en Trend Graphic Services B.V. (hierna: Trend) wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur aansprakelijk zijn voor het tekort in het faillissement van deze vennootschappen, althans wegens onbehoorlijke taakvervulling en/of onrechtmatig handelen aansprakelijk zijn voor de schade die (de gezamenlijke schuldeisers van) deze vennootschappen door hun handelen hebben geleden. Net als de rechtbank komt het hof tot de conclusie dat de handelingen van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] niet kunnen worden beschouwd als een belangrijke oorzaak van het faillissement van deze vennootschappen, zodat zij niet aansprakelijk zijn voor het faillissementstekort op grond van artikel 2:248 BW. Anders dan de rechtbank oordeelt het hof dat [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] bij de verkoop van de patenten kort voor het faillissement wel onrechtmatig hebben gehandeld tegenover de gezamenlijke schuldeisers van Drent Holding en dat zij op grond daarvan aansprakelijk zijn voor de schade die deze daardoor hebben geleden. Het hof begrijpt de stellingen en vorderingen van de curatoren daarbij zo dat deze mede daarop zij gericht. Het hof is ook van oordeel dat [geïntimeerde2] bij de verkoop van de voorraad zijn taak als bestuurder van Trend niet naar behoren heeft vervuld en daarom aansprakelijk is voor de schade die Trend daardoor heeft gelden. In een schadestaatprocedure zal moeten worden vastgesteld wat de te vergoeden schade is.

1.2.

Hierna legt het hof zijn oordeel uit. Eerst vermeldt het hof nog wat er in de procedure in hoger beroep is gebeurd.

2 Het procesverloop tot nu toe

3 De vaststaande feiten

4 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

5 De beoordeling in hoger beroep

6 De slotsom

7 De beslissing