Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12-10-2021, ECLI:NL:GHARL:2021:9639, 200.283.655

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12-10-2021, ECLI:NL:GHARL:2021:9639, 200.283.655

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
12 oktober 2021
Datum publicatie
18 oktober 2021
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2021:9639
Formele relaties
Zaaknummer
200.283.655

Inhoudsindicatie

Europees bankbeslag (EAPO-Vo), intrekkingsgronden aanwezig? Bespreking dringende behoefte, waarschijnlijke gegrondheid, aanvaardbare zekerheid, betekeningsmoment en -termijn, vrijgeven van het teveel waarop beslag is gelegd en het begrip ‘bank’.

Uitspraak

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.283.655

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 496271)

arrest in kort geding van 12 oktober 2021

in de zaak van

de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid naar het recht van de Republiek Cyprus

Hoch Capital Ltd.,

gevestigd te Limasol (Republiek Cyprus),

appellante,

in eerste aanleg: eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

hierna: ‘Hoch Capital’,

advocaat: mr. P. Katz,

tegen:

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie, verweerster in reconventie,

hierna: ‘ [geïntimeerde] ’,

advocaat: M.P. Dol.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1.

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest in kort geding van 23 februari 2021 hier over.

1.2.

Het verdere verloop blijkt uit:

- de akte overlegging producties van 20 mei 2021 zijdens [geïntimeerde] , met producties 33 tot en met 43;

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 3 juni 2021.

1.3.

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2 De vaststaande feiten

2.1.

Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.4 van het vonnis in kort geding van 24 juni 2020 van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht.1

3 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

3.1.

Hoch Capital heeft in eerste aanleg (in conventie) primair gevorderd dat de voorzieningenrechter het gegeven Europees bevel tot conservatoir beslag op de tegoeden van Hoch Capital bij Wirecard van 24 januari 2020 intrekt. Haar subsidiaire vorderingen hadden – kort gezegd – de strekking dat ‘het teveel waarop beslag is gelegd’ wordt vrijgegeven. Een en ander met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten.

3.2.

[geïntimeerde] heeft in eerste aanleg (in reconventie) – samengevat – een vordering ingesteld die tot doel heeft dat zij de beschikking krijgt over alle (uitwerkingen van) geluidsopnamen van gesprekken tussen (werknemers van) Hoch Capital en [geïntimeerde] .

3.3.

Bij vonnis van 24 juni 2020 heeft de voorzieningenrechter in conventie geoordeeld dat er geen gronden aanwezig zijn om tot intrekking van het bevel tot conservatoir beslag over te gaan en de primaire vordering afgewezen. De subsidiaire vorderingen zijn afgewezen, omdat er geen bankverklaring is waaruit blijkt dat het bedrag waarop beslag is gelegd te hoog is. Hoch Capital is in de proceskosten veroordeeld. In reconventie heeft de voorzieningenrechter Hoch Capital op straffe van verbeurte van een dwangsom veroordeeld om binnen 2 weken na betekening van het vonnis aan [geïntimeerde] een digitale kopie te verstrekken van alle geluidsopnamen die zijn gemaakt van telefoongesprekken tussen Hoch Capital en [geïntimeerde] . Hoch Capital is in de proceskosten veroordeeld.

4 De motivering van de beslissing in hoger beroep

5 De slotsom

6 De beslissing