Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29-11-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:10232, 200.298.685/01

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29-11-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:10232, 200.298.685/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
29 november 2022
Datum publicatie
1 december 2022
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:10232
Zaaknummer
200.298.685/01

Inhoudsindicatie

Verzekeringsfraude? Is verzekeraar terecht overgegaan tot registratie in het incidentenregister en in het extern verwijzingsregister, tot weigering de geclaimde schade uit te keren en alle verzekeringsovereenkomsten te beëindigen?

Het hof oordeelt van wel. Bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 6 april 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:1246.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.298.685/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 8468954)

arrest van 29 november 2022

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats1] ,

appellant,

bij de kantonrechter: eiser in conventie, verweerder in reconventie,

hierna: [appellant],

advocaat: mr. D. Pieterse, die kantoor houdt in 's-Gravenhage,

tegen

N.V. Univé Schade,

gevestigd te Zwolle,

geïntimeerde,

bij de kantonrechter: gedaagde in conventie en eiseres in reconventie,

hierna: Univé,

advocaat: mr. G. Loman, die kantoor houdt in Assen.

1 De procedure bij de kantonrechter

Voor de procedure bij de kantonrechter verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 6 april 2021 dat de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, heeft gewezen.

2 De procedure in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep van 30 juni 2021,

- de memorie van grieven (met producties) van 2 november 2021,

- de memorie van antwoord (met producties) van 11 januari 2022,

- het tussenarrest van 15 februari 2022.

2.2

Op grond van het tussenarrest heeft op 13 oktober 2022 een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt.

2.3

Vervolgens heeft het hof arrest bepaald op het voorafgaand aan het tussenarrest overgelegde procesdossier dat is aangevuld met het proces-verbaal.

3 Waar het in deze zaak om gaat

[appellant] heeft bij Univé een verzekering afgesloten voor een personenauto. Ongeveer twee maanden na het afsluiten van deze overeenkomst heeft [appellant] bij Univé een schademelding gedaan. De door [appellant] verstrekte gegevens over de diefstal van onderdelen uit de auto bleken echter niet overeen te stemmen met de informatie waarover Univé na door haar verricht onderzoek beschikte. Univé meent daarom dat sprake is van verzekeringsfraude. Zij heeft [appellant] geregistreerd in haar incidentenregister en in het extern verwijzingsregister (EVR), de door [appellant] geclaimde schade niet uitgekeerd en alle verzekeringsovereenkomsten met [appellant] beëindigd. Ook heeft ze de onderzoekskosten voor rekening van [appellant] gebracht. [appellant] betwist dat sprake is van fraude, volgens hem is sprake van een vergissing. Dit geschil heeft de volgende achtergrond.

4 De vaststaande feiten

5 Het geschil bij en de beslissing van de kantonrechter

6 Het geschil in hoger beroep

7 Beoordeling van de grieven en de vordering

8 De beslissing