Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15-12-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:10834, 200.312.913

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15-12-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:10834, 200.312.913

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
15 december 2022
Datum publicatie
22 december 2022
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:10834
Zaaknummer
200.312.913

Inhoudsindicatie

Het hof heeft de beschikking van de rechtbank, waarbij het gezamenlijk gezag (ten aanzien van de vader) is beëindigd en een omgangsregeling (met regie aan de GI ten aanzien van de uitvoering) is vastgesteld, bekrachtigd.

Uitspraak

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.312.913

(zaaknummer rechtbank Gelderland 397518)

beschikking van 15 december 2022

inzake

[verzoeker] ,

ingeschreven te [plaats1] (daklozenopvang), verzoeker in het principaal hoger beroep,

verweerder in het incidenteel hoger beroep,

verder te noemen: de vader,

advocaat: mr. F. van den Heuvel te Arnhem,

en

[verweerster] ,

wonende te [plaats2] ,

verweerster in het principaal hoger beroep,

verzoekster in het incidenteel hoger beroep,

verder te noemen: de moeder,

advocaat: mr. W.A.J.M. Staal te Zutphen.

Als overige belanghebbende is aangemerkt:

de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Gelderland,

regio Noord,

gevestigd te Zutphen,

verder te noemen: de GI.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 15 april 2022, uitgesproken onder voormeld zaaknummer, hierna ook: de bestreden beschikking.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met producties, ingekomen op 8 juli 2022;

- het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep van de moeder met producties;

- het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep met een productie;

- de brief van de GI van 23 september 2022;

- een journaalbericht van mr. Staal van 3 november 2022 met producties;

- een journaalbericht van mr. Van den Heuvel van 4 november 2022 met productie;

- de brief van de GI van 7 november 2022.

2.2

De mondelinge behandeling heeft op 17 november 2022 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:

-de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

-de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

-een vertegenwoordiger van de GI;

-een vertegenwoordiger van de raad.

3 De feiten

3.1

De vader en de moeder hebben een relatie met elkaar gehad. Zij zijn de ouders van:

- [de minderjarige1] , ( [de minderjarige1] ), geboren [in] 2012 te [plaats3] ;

- [de minderjarige2] , ( [de minderjarige2] ), geboren [in] 2014 te [plaats4] ;

- [de minderjarige3] , ( [de minderjarige3] ), geboren [in] 2016 te [plaats4] , verder gezamenlijk ook te noemen: de kinderen.

De kinderen wonen bij de moeder

De moeder heeft uit een eerdere relatie drie kinderen: [naam1] ( [in] 1997), [naam2] ( [in] 2000) en [naam3] ( [in] 2002). [naam3] woont nog in het gezin van de moeder.

3.2

De kinderen staan sinds 22 januari 2019 onder toezicht van de GI. De termijn van die ondertoezichtstelling is nadien steeds verlengd, laatstelijk tot 22 juli 2023.

4 De omvang van het geschil

5 De motivering van de beslissing

6 De beslissing