Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22-02-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:1322, 200.293.847/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22-02-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:1322, 200.293.847/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 22 februari 2022
- Datum publicatie
- 28 februari 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2022:1322
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2021:738, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 200.293.847/01
Inhoudsindicatie
AVG. Verzoek gericht tegen een samenwerkingsverband van verschillende overheidsinstanties. Ontvankelijkheid. Het samenwerkingsverband is volgens het hof geen ‘verwerkingsverantwoordelijke’ in de zin van art. 4 onder 7 AVG.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.293.847/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland: 202690)
beschikking van 22 februari 2022
in de zaak van
1 [appellant] ,wonende te [woonplaats1] ,2. [appellante] ,wonende te [woonplaats2] ,appellanten,bij de rechtbank: verzoekers,hierna: [appellanten] c.s.,advocaat: mr. P.A.Th. Kostwinder te Groningen,
tegen
Regionaal Informatie- en Expertise Centrum Noord-Nederland,te Leeuwarden,geïntimeerde,bij de rechtbank: verweerster,hierna: RIEC NN,niet verschenen
en
Gemeente Leeuwarden,zetelend te Leeuwarden,belanghebbende,hierna: de gemeente,advocaten: mr. A. van Beelen en mr. H. Ellemers te Leeuwarden.
1 1. De procedure bij de rechtbank en het hof
De procedure bij de rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Groningen (hierna: de rechtbank), blijkt uit de beschikking van de rechtbank van 1 maart 20211.
De procedure bij het hof blijkt uit de volgende processtukken:- het beroepschrift (met producties) van [appellanten] c.s. van 28 april 2021;
- het verweerschrift ex artikel 361 Rv (met producties) van de gemeente van 18 juni 2021;- de brief van de gemeente (met één productie) van 27 januari 2022.
Op 8 februari 2022 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Het verslag (‘proces-verbaal’) van de mondelinge behandeling is toegevoegd aan de processtukken.
Aan het slot van de mondelinge behandeling is meegedeeld dat het hof een beschikking zal geven.
2 2. Waar gaat het in deze zaak over?
Het gaat er in deze zaak om of RIEC NN, een samenwerkingsverband van een aantal overheidsorganisaties in Noord-Nederland, als zogenaamde verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de AVG (de Algemene verordening gegevensverwerking) door [appellanten] c.s. kan worden aangesproken op de verplichtingen die zo’n verwerkingsverantwoordelijke heeft tegenover personen van wie gegevens worden verwerkt. Dat is alleen het geval wanneer eerst wordt vastgesteld dat RIEC NN verwerkingsverantwoordelijke is en vervolgens ook als partij in een procedure bij de burgerlijke rechter (een ‘civiele procedure’) kan optreden.
De rechtbank heeft geoordeeld dat RIEC NN geen natuurlijk persoon en geen rechtspersoon is en dat zij om die reden geen partij kan zijn in een civiele procedure. De rechtbank heeft daar ‘ten overvloede’ aan toegevoegd dat RIEC NN geen verwerkingsverantwoordelijke is.
Het hof komt tot de conclusie dat RIEC NN geen verwerkingsverantwoordelijke is en daarom niet op die basis door [appellanten] c.s. kan worden aangesproken. De verzoeken van [appellanten] c.s. zijn om die reden al niet toewijsbaar. De vraag of RIEC NN wel als partij in een civiele procedure kan optreden, kan dus onbeantwoord blijven. Het hof zal deze conclusie hierna onderbouwen, door eerst de relevante feiten te vermelden en door daarna in te gaan op de tussen partijen bestaande geschilpunten. In dat verband zal het hof ook de bezwaren (‘grieven’) van [appellanten] c.s. tegen de beschikking van de rechtbank bespreken.