Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 07-03-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:1844, 21-003398-20
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 07-03-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:1844, 21-003398-20
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 7 maart 2022
- Datum publicatie
- 9 maart 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2022:1844
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2024:223
- Zaaknummer
- 21-003398-20
Inhoudsindicatie
Man wegens belaging en bedreiging van ex-partner en vernieling veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en een taakstraf van 150 uur.
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003398-20
Uitspraak d.d.: 7 maart 2022
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 25 september 2020 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 05-264147-19 en 05-051623-19, tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
wonende te [woonplaats] , [adres] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 21 februari 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. J.C.H. Pronk, naar voren is gebracht.