Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29-08-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:7399, 200.307.986
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29-08-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:7399, 200.307.986
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 29 augustus 2022
- Datum publicatie
- 30 augustus 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2022:7399
- Zaaknummer
- 200.307.986
Inhoudsindicatie
Artikel 7:671b lid 9 sub c BW. Aan werknemer wordt een billijke vergoeding toegekend omdat werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door in plaats van een welwillende en begripvolle koers te varen, heeft gekozen voor een vijandige en beschuldigende aanpak, die (in overwegende mate) heeft geleid tot de ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.307.986
(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, 9428022)
beschikking van 29 augustus 2022
in de zaak van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats1] ,verzoeker in hoger beroep,
in eerste aanleg: verweerder/verzoeker in het tegenverzoek,
hierna: [verzoeker]
advocaat: mr. P.M.J. Nijboer,
tegen
Stichting Veluwse Onderwijsgroep,
gevestigd te Apeldoorn,
verweerster in hoger beroep,
in eerste aanleg: verzoekster/verweerster in het tegenverzoek,
hierna: VOG
advocaat: mr. S. van Lammeren.
1 De procedure bij de kantonrechter
Het verloop van de procedure bij de kantonrechter blijkt uit de beschikking van 17 december 2021 van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, hierna aangeduid met de bestreden beschikking.
2 De procedure in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:- het beroepschrift met producties, binnengekomen bij de griffie van het hof op 17 maart 2022;- het verweerschrift met producties;
- de op 8 juni 2022 van de kant van [verzoeker] nog ingediende productie 44;
- de mondelinge behandeling op 15 juni 2022 waarvan aantekeningen zijn gemaakt die aan partijen zijn toegezonden in de vorm van een proces-verbaal. De advocaten hebben de standpunten van de partijen toegelicht en de advocaat van [verzoeker] heeft spreekaantekeningen overgelegd.
Na afloop van de mondelinge behandeling heeft het hof beschikking bepaald.
In het door [verzoeker] ingestelde hoger beroep verzoekt hij de bestreden beschikking te vernietigen en heel kort samengevat:
a. te bepalen dat de arbeidsovereenkomst is ontbonden per 1 april 2022;
b. VOG te veroordelen tot betaling van het loon en emolumenten over februari en maart 2022, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente;
c. te verklaren voor recht dat VOG ernstig verwijtbaar heeft gehandeld dan wel nagelaten;
d. aan hem ten laste van VOG een billijke vergoeding toe te kennen van € 337.261,- bruto;
e. VOG te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 38.307,26 bruto te vermeerderen met de wettelijke rente zoals in het beroepschrift is aangegeven als schadevergoeding, subsidiair VOG te veroordelen in de proceskosten van de procedures bij de kantonrechter en het hof, te vermeerderen met de wettelijke rente.
VOG heeft verweer gevoerd en verzocht de verzoeken van [verzoeker] af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen, een en ander met veroordeling van [verzoeker] in de kosten van deze procedure.
3 Samenvatting van het geschil en de beslissingen
Partijen zijn het er over eens dat sprake is van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding en dat het verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op die grond1 terecht door de kantonrechter is toegewezen. In deze zaak gaat het in de kern om de vraag of sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van VOG en zo ja of aan [verzoeker] een billijke vergoeding moet worden toegekend. Voorts houdt partijen verdeeld tegen welke datum moet worden ontbonden en wie de kosten van de procedures bij het de rechtbank en het hof moet betalen en als VOG de proceskosten moet betalen of de werkelijk gemaakte kosten moeten worden vergoed of dat een bedrag moet worden voldaan volgens een vastgesteld tarief.
beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking het verzoek van VOG tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen toegewezen met ingang van 1 februari 2022 en heeft daarbij tevens geoordeeld dat geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van VOG. Het verzoek van [verzoeker] tot toekenning van een billijke vergoeding is daarom afgewezen. Wel is een transitievergoeding toekend. De verzochte vergoeding voor openstaande vakantiedagen en het overig verlofsaldo is toegewezen. De kantonrechter heeft de proceskosten gecompenseerd.
beslissing van het hof
Het hof is anders dan de kantonrechter van oordeel dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen/nalaten van VOG wat (in overwegende mate) heeft geleid tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst en dat aan [verzoeker] een billijke vergoeding van € 27.000,- bruto moet worden toegekend. Daarnaast is het hof van oordeel dat de kantonrechter met ingang van de juiste datum de arbeidsovereenkomst heeft ontbonden, dat [verzoeker] daarom geen recht heeft op loon over de maanden februari en maart 2020 en evenmin een vergoeding toekomt voor de werkelijke advocaatkosten. Wel zal het hof VOG veroordelen in de proceskosten van de procedures bij de rechtbank en het hof.
Hieronder legt het hof uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen.