Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-09-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:8129, 200.300.539/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-09-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:8129, 200.300.539/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 20 september 2022
- Datum publicatie
- 22 september 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2022:8129
- Zaaknummer
- 200.300.539/01
Inhoudsindicatie
Convenant is als een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:900 BW aan te merken. Beroep op dwaling en beroep op onrechtmatig handelen verworpen.
Uitspraak
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.300.539
(zaaknummer rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo: 251593)
arrest van 20 september 2022
in de zaak van
[appellante] ,
wonende te [woonplaats1] ,
appellante,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna: de vrouw,
advocaat: mr. E.M. Kostense,
tegen:
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats1] ,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna: de man,
advocaat: mr. M.M.H. Ceelen.
1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 31 mei 2022 hier over.
Het verdere verloop blijkt uit:
- het proces-verbaal van de op 11 juli 2022 gehouden mondelinge behandeling.
Voorafgaand aan en ten behoeve van de mondelinge behandeling zijn de volgende stukken ingediend:
- een formulier van mr. Kostense van 28 juni 2022 met producties 4 en 5;
- een formulier van mr. Ceelen van 29 juni 2022 met producties S tot en met W;
- een formulier van mr. Ceelen van 30 juni 2022 met een aanvullende productie, behorende bij productie T.
Na afloop van de mondelinge behandeling heeft het hof arrest bepaald.
2 De vaststaande feiten
Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1. tot en met 2.4. van het vonnis van 2 juni 2021 (hierna ook ‘het bestreden vonnis’). Deze feiten zijn hierna voor de leesbaarheid van dit arrest nogmaals opgenomen en aangevuld:
Partijen zijn [in] 1994 te [woonplaats1] met elkaar gehuwd onder huwelijkse voorwaarden, inhoudende uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen met een periodiek verrekenbeding. In voormelde huwelijkse voorwaarden hebben partijen de volgende – voor zover hier van belang zijnde – afspraken vastgelegd:
“UITSLUITING GEMEENSCHAP.
Artikel 1 : Tussen de echtgenoten zal generlei gemeenschap van goederen bestaan.
ROERENDE GOEDEREN .
Artikel 2 : Bestaat tussen de echtgenoten een geschil aan wie van hen beiden een recht aan toonder of een zaak die geen registergoed is toebehoort en kan geen van beiden zijn recht op dat goed bewijzen, dan wordt het goed geacht aan ieder der echtgenoten voor de helft toe te horen, met dien verstande evenwel, dat ieder der echtgenoten wordt geacht eigenaar te zijn van de te zijnen gebruike strekkende kleren, sieraden en verdere kleinodiën.
ONDERNEMINGSVERMOGEN .
Artikel 3 : Zaken die geen registergoederen zijn en die kennelijk dienstbaar aan het beroep casu quo die onderneming drijft, zonder enig onderzoek omtrent de wijze waarop deze goederen zijn verkregen, echter behoudens onderlinge verrekening zo deze goederen, hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk door de andere echtgenoot zijn betaald.
KOSTEN HUISHOUDING .
Artikel 4 : De kosten van de gemeenschappelijke huishouding, daaronder begrepen de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen die uit het huwelijk geboren mochten worden of met beider toestemming in het gezin mochten worden opgenomen, komen ten laste van de arbeidsinkomens van de echtgenoten in verhouding daarvan. Voor zover deze arbeidsinkomens daartoe ontoereikend zijn, komen deze kosten ten laste van de vermogensinkomsten van de echtgenoten in verhouding daarvan en voor
zover ook deze ontoereikend zijn, ten laste van de eigen vermogens in verhouding daarvan.
(...)
VERREKENING INKOMSTEN.
Artikel 6 : Hetgeen van de jaarlijkse inkomsten der echtgenoten zal resteren, nadat daaruit de in artikel 4 bedoelde kosten alsmede alle overige lasten en belastingen zijn voldaan, zal tussen de echtgenoten gelijkelijk worden verdeeld.
De verplichting tot verdeling eindigt:
a. zodra de gemeenschappelijke huishouding feitelijk ophoudt te bestaan;
b. indien een echtgenoot surséance van betaling heeft aangevraagd, in staat van faillissement verkeert of verkeerd heeft, terwijl het faillissement op andere wijze dan door homologatie van een akkoord is geëindigd en deze echtgenoot op grond van de deling een vordering op de andere echtgenoot zou verkrijgen.
Het recht om verrekening te vorderen als bedoeld in dit artikel vervalt indien deze niet heeft plaatsgehad of schriftelijk is gevorderd binnen één jaar na ontbinding van het huwelijk of na scheiding van tafel en bed.
(...)”
Ten tijde van het huwelijk en daarna waren de vrouw en de man beiden in dienst bij [naam1] B.V. De man heeft op 26 september 2001 [naam2] B.V. opgericht, waarvan hij 100% aandeelhouder is. [naam1] B.V. is één van de dochterondernemingen van deze holding.
Bij beschikking van 22 mei 2019 heeft de rechtbank Limburg de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Deze beschikking is op 5 juni 2019 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
De man en de vrouw hebben de gevolgen van hun echtscheiding geregeld en neergelegd in de door beiden op 18 april 2019 ondertekende vaststellingsovereenkomst/ convenant (hierna: het convenant). Hierin is onder meer het volgende opgenomen:
“VASTSTELLINGSOVEREENKOMST/ CONVENANT
(...)
3 VERDELING HUWELIJKSGEMEENSCHAP
Huwelijkse Voorwaarden
Partijen zijn gehuwd op huwelijkse voorwaarden. Dit betekent dat er geen algehele gemeenschap van goederen is ontstaan. Daardoor zijn niet alle bezittingen en schulden die zij voorafgaand of tijdens het huwelijk hebben verkregen gezamenlijk geworden. In dit artikel zulten partijen overgaan tot het afwikkelen van de huwelijkse voorwaarden.
In de huwelijkse voorwaarden is een periodiek verrekenbeding opgenomen. Afgesproken is dat partijen jaarlijks de overgespaarde inkomsten bij helfte zouden verdelen. Partijen hebben nooit uitvoer gegeven aan het verrekenbeding. Derhalve zijn zij van mening dat hun vermogen, met uitzondering van de goederen die bij het huwelijk zijn aangebracht en/of ontvangen erfenissen en schenkingen ten huwelijk aan één van de partijen toebehoren, als gemeenschappelijk eigendom dienen te worden beschouwd. Partijen zullen hieronder overgaan tot verdeling van de beperkte gemeenschap van goederen.
Partijen stellen vast dat met uitzondering van de hierna genoemde onderneming er geen bezittingen en schulden zijn die op grond van de huwelijkse voorwaarden niet verdeeld hoeven te worden. In de huwelijkse voorwaarden wordt verwezen naar een staat van aanbrengsten. Volgens partijen is deze niet meer voorhanden. Verder verklaarden partijen dat zij weinig tot geen vermogen bezaten toen zij zijn gehuwd en dat er dus ten aanzien daarvan geen verrekening hoeft plaats te vinden.
Volgens partijen is er een onduidelijkheid is met betrekking tot de onderneming die wordt gedreven door de man, het gaat om [naam2] BV (inclusief alle aan deze onderneming behorende dochtermaatschappijen). Volgens artikel 3 behoort de onderneming toe aan de man. Tijdens het huwelijk is echter vermogen dat op grond van het periodiek verrekenbeding verrekend had moeten worden geïnvesteerd in de onderneming. Het is echter niet traceerbaar om hoeveel geld het gaat. Om te voorkomen dat dit tot een geschil zou leiden en beslecht zou moeten worden door een rechter hebben partijen ervoor gekozen om in een mediationtraject een afspraak te maken over de verdeling van de onderneming.
Ter voorkoming van een geschil hebben partijen afgesproken dat de aandelen in [naam2] BV toebedeeld blijft aan de man en dat de man ter compensatie daarvoor:
- de onderwaarde van de echtelijke woning voor zijn rekening neemt;
- dat hij de rekening-courantschuld van [naam2] BV aan partijen alsmede de overige schulden van partijen aan [naam2] BV voor zijn rekening neemt;
- de man aan de vrouw € 25.000,-- (netto) betaalt die gebruikt dient te worden om voor haar en de kinderen een andere woning aan te kopen. Partijen vinden deze afspraken redelijk en billijk omdat de vrouw op deze manier schuldenvrij uit het huwelijk komt alsmede dat een langdurig en kostbaar geschil wordt voorkomen. In het overzicht verdeling vermogensbestanddelen zijn genoemde onderdelen niet opgenomen.
(...)
De waardestijgingen en/of -dalingen komen vanaf de in artikel 3.2 genoemde peildatum volledig ten goede aan/ten laste van degene aan wie de vermogensbestanddelen worden toegedeeld ingevolge het in dit convenant bepaalde.
Peildatum
De peildatum voor de samenstelling en de waardering van de gemeenschap is de wettelijke datum waarop de gemeenschap eindigt, zijnde de datum van indiening van het echtscheidingsverzoek bij de rechtbank. (...)
Afrekendatum
Partijen nemen als datum voor de finale afrekening over en weer naar elkaar het moment waarop de woning na verkoop wordt geleverd bij de notaris.
(...)