Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 08-11-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:9509, 200.282.117/02

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 08-11-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:9509, 200.282.117/02

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
8 november 2022
Datum publicatie
10 november 2022
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:9509
Formele relaties
Zaaknummer
200.282.117/02

Inhoudsindicatie

Decharge verleend door bevoegd orgaan, waardoor gedechargeerde bestuurder niet langer door vennootschap kan worden aangesproken wegens onbehoorlijke vervulling van haar taak.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.282.117

(zaaknummer Hoge Raad: 18/02341, gerechtshof ’s Hertogenbosch 200.200.093, rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, 194719)

arrest van 8 november 2022

in de zaak van

Pluvezo B.V.

die is gevestigd in Meerlo, gemeente Horst aan de Maas

die hoger beroep heeft ingesteld

en bij de rechtbank optrad als eiseres

hierna Pluvezo te noemen

advocaat: mr. G.R.A.G. Goorts

tegen

1 [geïntimeerde1] B.V.

die is gevestigd in [vestigingsplaats]

2. [geïntimeerde2]

die woont in [woonplaats1]

en bij de rechtbank optraden als gedaagden

hierna samen [geïntimeerden] te noemen en ieder afzonderlijk [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2]

advocaat: mr. J. Schröder

1 Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep

1.1

Het verdere procesverloop in hoger beroep blijkt uit:

-

het arrest na verwijzing van 22 september 2020

-

het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 24 maart 2021 is gehouden

-

de memorie na verwijzing van 21 september 2021

-

de antwoordmemorie na verwijzing van 28 december 2021

1.2

Vervolgens hebben partijen het hof gevraagd om arrest te wijzen.

2 De kern van de zaak

2.1

Deze zaak gaat, kort gezegd, over het volgende. [naam1] (hierna: [naam1] ) heeft in 1982 de vennootschap [naam1] Pluimveebedrijven B.V. opgericht. [geïntimeerde1] is een holding waarvan [geïntimeerde2] bestuurder en enig aandeelhouder was. In 1994/1995 werd [naam1] geconfronteerd met een inval van de FIOD bij zijn pluimveebedrijf en met fiscale claims. [naam1] Pluimveebedrijven B.V. was een grote klant van [geïntimeerde1] . [naam1] en [geïntimeerde2] hebben een constructie bedacht waardoor de fiscus geen beslag zou kunnen leggen op de onderneming van [naam1] . [naam1] heeft hiertoe de activa van zijn onderneming verkocht aan een vennootschap van [geïntimeerde2] met de bedoeling de aandelen van die vennootschap, en daarmee de activa, zo snel mogelijk terug te kopen nadat de problemen met de fiscus waren geregeld. In dat kader heeft [geïntimeerde2] Pluvezo (een inactieve vennootschap van een van de zonen van [geïntimeerde2] ) gekocht, waarin vervolgens de activa zijn ondergebracht. Op 22 juni 1995 is daartoe een koopovereenkomst gesloten. Bestuurder van Pluvezo werd [geïntimeerde1] . Bij het opstellen van die koopovereenkomst is ook [naam2] , fiscalist van zowel [geïntimeerde2] als [naam1] , betrokken geweest. Pluvezo maakte geen deel uit van de vennootschappen die tot de [naam5] Group behoorden.

2.2

In 1997 hebben [naam1] en [geïntimeerde2] besloten de aandelen van Pluvezo te verkopen aan de Belgische vennootschap Florama bvba (hierna: Florama). [naam1] was enig aandeelhouder van Florama. De verkoop heeft eind 1997 plaatsgevonden, waarbij [geïntimeerde1] onverminderd bestuurder van Pluvezo bleef. Vervolgens is Florama bvba, mede om fiscale redenen, omgevormd tot een naamloze vennootschap. [geïntimeerde1] is op 30 april 2004 afgetreden als bestuurder van Pluvezo. Vanaf 1 mei 2004 is Florama bestuurder van Pluvezo geworden. Met ingang van 16 februari 2004 is [naam1] aangetreden als voorzitter van de Raad van bestuur van Florama en vanaf 26 april 2004 werd [naam1] gedelegeerd bestuurder van Florama en werden (eerst) B.F.V.L. bvba vertegenwoordigd door [naam3] (hierna: [naam3] ) en (later ook) Mandatim bvba, vertegenwoordigd door [naam4] (hierna: [naam4] ) bestuurder van Florama. De accountant van Pluvezo, Flynth Adviseurs en Accountants B.V. (hierna: Flynth), heeft bij brief van 8 juni 2004 aan Florama (ter attentie van [naam4] ) een conceptbesluit voorgelegd strekkende tot het verlenen van decharge aan [geïntimeerde1] wegens het door [geïntimeerde1] als bestuurder van Pluvezo gedurende de gehele bestuursperiode gevoerde beleid.

2.3

Tot de [naam5] Groep behoorde [naam6] B.V. (hierna: [naam6] ), die geen vennootschappelijke band had met Pluvezo. Aan [naam6] zijn in 2003 door Pluvezo niet gesecureerde leningen verstrekt, waarvan achteraf één overeenkomst van geldlening is opgemaakt, gedateerd op 31 december 2003. Al deze leningen dateren van na de overdracht van de aandelen van Pluvezo door [geïntimeerde1] aan Florama. Op 16 oktober 2007 is [naam6] in staat van faillissement gesteld. Op dat moment was van de lening van € 1.000.000 aan [naam6] een bedrag van € 500.000, alsmede rente over 2005 en 2006 terugbetaald.

2.4

Pluvezo heeft bij de rechtbank gevorderd om [geïntimeerden] hoofdelijk te veroordelen om aan haar te betalen een bedrag van € 500.000 in hoofdsom te vermeerderen met (primair) de wettelijke handelsrente, dan wel (subsidiair) de contractueel overeengekomen rente, alsmede de proceskosten. Zij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat [geïntimeerde1] als bestuurder van Pluvezo heeft gehandeld in strijd met de op grond van artikel 2:9 lid 1 BW op haar rustende verplichtingen, door leningen aan [naam6] te verstrekken zonder daarbij zekerheden ten behoeve van Pluvezo te bedingen. [geïntimeerde2] is, naar Pluvezo heeft gesteld, aansprakelijk op grond van artikel 2:11 BW.

2.5

De rechtbank heeft in haar vonnis van 13 mei 2015 (ECLI:NL:RBLIM:2015:3957) het beroep van [geïntimeerden] op verjaring gehonoreerd en de vorderingen afgewezen. Het hof ’s Hertogenbosch heeft in het arrest van 27 februari 2018 (ECLI:NL:GHSHE:2018:823) het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Pluvezo is vervolgens in cassatie gegaan. De Hoge Raad heeft in het arrest van 4 oktober 2019 (ECLI:NL:HR:2019:1489) het arrest van het hof ‘s Hertogenbosch vernietigd en de zaak naar het hof verwezen voor verdere behandeling en beslissing. De Hoge Raad is van oordeel dat het hof ’s Hertogenbosch niet zonder nadere motivering kon voorbijgaan aan de stelling van Pluvezo dat ook de brief van 11 september 2008 valt te betrekken op de in de e-mail van 18 april 2008 gepretendeerde vordering uit onbehoorlijk bestuur. Om diezelfde reden had het hof ’s Hertogenbosch niet voorbij mogen gaan aan de stelling van Pluvezo dat de e-mail van 18 april 2008 voor zowel [geïntimeerde2] als [geïntimeerde1] was bedoeld en dat [geïntimeerden] dit ook zo hebben begrepen.

2.6

De bedoeling van het hoger beroep van Pluvezo is dat het beroep van [geïntimeerden] op verjaring alsnog wordt afgewezen en de vorderingen van Pluvezo alsnog worden toegewezen. Het procesverloop bij de rechtbank en het hof ’s Hertogenbosch heeft tot gevolg gehad dat uitsluitend een inhoudelijke beoordeling heeft plaatsgevonden van het beroep van [geïntimeerden] op verjaring. Tijdens de zitting bij het hof zijn ook de andere inhoudelijke punten aan de orde gesteld, waarover partijen zich tijdens de zitting hebben uitgelaten en in de na de zitting genomen memories na verwijzing.

2.7

Het hof komt tot de conclusie dat het beroep van [geïntimeerde1] op het tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) op 15 februari 2005 genomen dechargebesluit slaagt. Met het slagen van dit verweer inzake het dechargebesluit (zie uitvoerig hierna) komt het hof niet meer toe aan de overige weren van [geïntimeerden] , zoals het beroep op verjaring. Hierna wordt uitgelegd hoe het hof tot deze beslissingen komt.

3 Het oordeel van het hof

4 De slotsom

5 De beslissing