Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21-02-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:1540, 200.301.375

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21-02-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:1540, 200.301.375

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
21 februari 2023
Datum publicatie
23 februari 2023
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2023:1540
Formele relaties
Zaaknummer
200.301.375

Inhoudsindicatie

Verjaring en stuiting van individuele vorderingen nadat collectieve actie ex artikel 3:305a BW is geëindigd door toewijzing van verklaring voor recht. Vragen over toepassing van artikel 3:316 lid 2, 3:324, 3:319 lid 2 BW.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.301.375

zaaknummer rechtbank 8953494

arrest van 21 februari 2023

in de zaak van

[appellant]

wonend in [woonplaats1]

die hoger beroep heeft ingesteld

en bij de kantonrechter optrad als eisende partij

hierna [appellant] te noemen

advocaat mr. J.B. Maliepaard

tegen

Groeivermogen N.V.

gevestigd in Utrecht

die zich verweert in het hoger beroep van [appellant]

en bij de kantonrechter optrad als gedaagde partij

hierna Groeivermogen te noemen

advocaat mr. W. de Jong.

1 Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, op 16 juni 2021 tussen partijen heeft uitgesproken. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit:

-

de dagvaarding in hoger beroep

-

de memorie van grieven

-

de memorie van antwoord

-

een akte van [appellant]

-

een antwoordakte van Groeivermogen

1.2

Hierna hebben partijen het hof gevraagd arrest te wijzen.

2 De vaststaande feiten

Overeenkomst Groeivermogen en [appellant] 2.1 Tussen Groeivermogen en [appellant] zijn de onderstaande effectenleaseovereenkomsten tot stand gekomen (hierna: de overeenkomsten).

Nr.

Contractnr.

Naam overeenkomst

Datum overeenkomst

Vooruit betaalde rente

Datum eind-

afrekening

Resultaat bij beëindiging overeenkomst

I

[nummer1]

Vermogens Versneller 1997/3

18-12-1997

€ 2.381,45

19-12-2002

- € 666,87

II

[nummer2]

Vermogens

Versneller

1998/3

10-7-1998

€ 2.348,97

10-7-2003

- € 1.754,71

2.2

[appellant] heeft op respectievelijk 27 december 2002 en 22 juli 2003 de restschulden aan Groeivermogen voldaan.

Procesverloop collectieve actie VCG

2.3

Bij dagvaarding van 2 mei 2005 heeft de Vereniging Consument & Geldzaken (hierna: VCG), samen met dertien individuele eisers - waaronder niet [appellant] - , (onder meer) gevorderd voor recht te verklaren dat Groeivermogen is tekortgeschoten in haar contractuele verplichtingen en/of onrechtmatig heeft gehandeld vanwege de schending van de op haar rustende zorgplicht jegens particuliere cliënten (hierna: de collectieve actie).

2.4

Bij vonnis van 8 augustus 2007 heeft rechtbank Utrecht deze vordering gedeeltelijk toegewezen en (onder 8.1) voor recht verklaard dat Groeivermogen ten aanzien van de contracten GroeiVermogen, BeursVersneller, VermogensVersneller en KoerswinstStapelaar onrechtmatig heeft gehandeld vanwege de schending van de op haar rustende zorgplicht jegens haar particuliere cliënten. Daarnaast heeft de rechtbank aan één individuele eiser schadevergoeding toekend.1

2.5

VCG en de overige individuele eisers hebben tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld. Na gedeeltelijk royement, is dit hoger beroep enkel ten aanzien van VCG voortgezet. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft (aanvankelijk als nevenzittingsplaats van het gerechtshof Amsterdam) op 25 maart 2014,2 21 april 20153 en 26 februari 20194 een drietal tussenarresten gewezen.

2.6

Op 20 augustus 20195 heeft dit hof eindarrest gewezen. Het hof heeft daarin het vonnis van de rechtbank Utrecht van 8 augustus 2007 bekrachtigd, behoudens voor wat betreft de verklaring voor recht onder 8.1, dit vonnis in zoverre vernietigd en (met compensatie van kosten en onder afwijzing van alle overige vorderingen) als volgt beslist:

“verklaart voor recht dat Groeivermogen wat betreft het Contract GroeiVermogen en wat betreft die tranches van het Contract VermogensVersneller die een restschuldrisico kenden, onrechtmatig heeft gehandeld door schending van de op haar rustende bijzondere zorgplicht;

verklaart voor recht dat Groeivermogen onrechtmatig heeft gehandeld door cliënten aan te nemen van een cliëntenremisier zonder vergunning, indien de cliëntenremisier jegens de belegger als financieel adviseur is opgetreden en Groeivermogen hiervan op de hoogte was of behoorde te zijn;

2.7

Tegen het eindarrest is geen cassatieberoep ingesteld, zodat dit arrest op 20 november 2019 in kracht van gewijsde is gegaan.

Correspondentie (gemachtigde/advocaat) [appellant] en overige partijen

2.8

Bij brief van 27 februari 2006 heeft Groeivermogen de ontvangst bevestigd van een brief van Leaseproces B.V. (hierna: Leaseproces) van 20 februari 2006, waarin zij als gemachtigde van [appellant] de nietigheid, vernietiging, dan wel ontbinding van de overeenkomst inroept op grond van misbruik van omstandigheden, wanprestatie, dwaling, onrechtmatige daad en/of misleidende reclame.

2.9

Bij brief van 21 januari 2011 heeft Leaseproces namens [appellant] de verjaring van zijn vordering gestuit.

2.10

Bij brief van 18 februari 2020 heeft VCG Groeivermogen verzocht om over te gaan tot vergoeding van de schadeclaims van de individuele afnemers en meegedeeld dat zij op de voet van artikel 3:316 BW de verjaring van de zorgplichtschendingsvorderingen in de meest ruime zin van het woord stuit.

2.11

Bij brief van 18 februari 2020 heeft Leaseproces mede namens [appellant] aan Groeivermogen bericht dat de vorderingen onverkort worden gehandhaafd en dat de brief bedoeld is om de verjaring van vorderingen te stuiten. Daarnaast verzoekt Leaseproces Groeivermogen om binnen twee weken na ontvangst van de brief mee te delen of zij bereid is met haar in gesprek te gaan om de afnemers van Groeivermogen-producten financieel te compenseren. Groeivermogen heeft op 17 en 18 februari 2020 vergelijkbare brieven ontvangen van de Stichting Platform Aandelen Lease en de Stichting Aequitas Belangenbehartiging.

2.12

Groeivermogen heeft Leaseproces op of omstreeks 3 maart 2020 medegedeeld dat de (in haar brief van 18 februari 2020 vermelde) stuiting naar haar mening geen rechtsgevolg heeft en dat Groeivermogen de claims individueel zal afwikkelen. Op 22 april 2020 heeft Groeivermogen de eerste vijf claims van Leaseproces ontvangen.

3 De kern van de zaak

3.1

In deze zaak is de vraag aan de orde of de individuele vordering van [appellant] tot vergoeding van de schade die hij stelt te hebben geleden als gevolg van het sluiten van twee effectenleaseovereenkomsten met Groeivermogen, is verjaard.

3.2

[appellant] heeft bij de kantonrechter gevorderd voor recht te verklaren dat Groeivermogen onrechtmatig heeft gehandeld en/of toerekenbaar tekort is geschoten, althans haar zorgplicht heeft geschonden jegens [appellant] en om Groeivermogen te veroordelen om aan [appellant] te voldoen al hetgeen hij uit hoofde van de overeenkomsten aan Groeivermogen heeft voldaan, vermeerderd met de wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en proces- en nakosten.

3.3

De kantonrechter heeft het beroep op verjaring van Groeivermogen gehonoreerd en [appellant] niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering en hem veroordeeld in de proces- en nakosten. De bedoeling van het hoger beroep is dat [appellant] ontvankelijk wordt verklaard en zijn schadevergoedingsvordering alsnog worden toegewezen.

4 Het oordeel van het hof

5 De beslissing