Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21-03-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:2513, 200.265.991/01

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21-03-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:2513, 200.265.991/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
21 maart 2023
Datum publicatie
27 maart 2023
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2023:2513
Zaaknummer
200.265.991/01

Inhoudsindicatie

Eigendomsoverdracht zeiljachten ontbeert geldige titel wegens strijd met fiduciaverbod (art. 3:84 lid 3 BW), EU-Insolventieverordening, faillissement beheerst door Duits recht, gevolgen beslaglegging op zich in Nederland bevindende zeiljachten, sprake van een Absonderungsrecht naar Duits recht, schadevergoeding door waardevermindering als gevolg van frustratie executieveiling zeiljachten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof: 200.265.991

zaaknummer rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen: 154605

arrest van 21 maart 2023

in de zaak van

1 [appellant] ,

en

2. [appellante],

die wonen in [woonplaats1] (Duitsland),

die hoger beroep hebben ingesteld en bij de rechtbank optraden als eisers,

hierna samen te noemen: [appellant],

vertegenwoordigd door mr. J.C. van Zuethem die kantoor houdt in Breda,

tegen

Jachthaven Lemmer Vastgoed B.V.,

gevestigd in Lemmer,

geïntimeerde, die bij de rechtbank optrad als gedaagde,

hierna te noemen: Jachthaven Lemmer,

vertegenwoordigd door mr. K.C. Adam die kantoor houdt in Enschede.

1 Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1.

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de vonnissen die de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, op 12 september 2018 en 29 mei 2019 tussen partijen heeft uitgesproken. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit:

-

de dagvaarding in hoger beroep,

-

de memorie van grieven, tevens akte wijziging van eis,

-

de memorie van antwoord, tevens antwoordakte eiswijziging,

-

de akte van 7 mei 2021 houdende overlegging producties, tevens akte wijziging van eis van de zijde van [appellant] ,

-

het verslag (proces-verbaal) van de zitting van het hof op 21 mei 2021 waarbij pleidooien zijn gehouden,

-

de akte wijziging van eis van de zijde van [appellant] van 7 december 2021,

-

de antwoordakte, tevens wijziging van eis, van de zijde van Jachthaven Lemmer van 1 februari 2022,

-

de antwoordakte na wijziging van eis van de zijde van [appellant] van 12 april 2022.

1.2.

Tijdens de mondelinge behandeling was mr. W.P. Sprenger een van de raadsheren die deel uitmaakten van de combinatie. Mr. Sprenger is nu niet meer aan het hof verbonden. Hij wordt vervangen door mr. M. Aksu.

1.3.

De griffie van het hof heeft de advocaten van partijen op 7 september 2022 hiervan in kennis gesteld. Partijen hebben daarop niet verzocht om een nieuwe mondelinge behandeling. Het hof heeft vervolgens arrest bepaald.

2 De kern van de zaak

2.1.

[naam1] (hierna: [naam1] ) heeft tot september 2016 zeiljachten verhuurd vanuit de jachthaven van Jachthaven Lemmer. [naam1] is op 8 oktober 2018 in Duitsland failliet verklaard. [appellant] heeft een vordering op [naam1] en wil zich ter voldoening van die vordering op grond van een naar Duits recht zogenoemd ‘Absonderungsrecht’ bij voorrang verhalen op de verkoopopbrengst van een drietal zeiljachten in Jachthaven Lemmer, waarop [appellant] ruim twee jaar voor [naam1] faillissement beslag had laten leggen. Daarnaast wil [appellant] onder meer de bewaarkosten vergoed zien door Jachthaven Lemmer.

Volgens Jachthaven Lemmer is dit alles niet mogelijk omdat de jachten in de eerste plaats niet [naam1] maar Jachthaven Lemmer in eigendom toebehoorden. Voor zover niet Jachthaven Lemmer maar [naam1] eigenaar van de jachten zou zijn geweest, zou [appellant] bij gebrek aan een voorrangsrecht een (concurrente) vordering moeten indienen in het faillissement van [naam1] . Jachthaven Lemmer vordert daarom op haar beurt dat het hof voor recht verklaart dat zij i) eigenaar was van de jachten en ii) gerechtigd is tot de verkoopopbrengst van de jachten en dat [appellant] wordt veroordeeld haar schade te vergoeden wegens onrechtmatige beslaglegging.

2.2.

Het hof zal concluderen dat Jachthaven Lemmer geen eigenaar was van de zeiljachten, omdat de titel voor de overdracht van die jachten door [naam1] aan Jachthaven Lemmer ongeldig was. Vervolgens zal het hof, anders dan de rechtbank, onder meer beslissen dat [appellant] wél het zogenoemde Absonderungsrecht toekomt op grond waarvan hij zich bij voorrang zou mogen verhalen op de verkoopopbrengst van de zeiljachten.

3 De feiten

4 De procedure bij de rechtbank

5 De eiswijziging in hoger beroep

6 De beoordeling

7 De beslissing