Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 04-04-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:2796, 200.305.593/01

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 04-04-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:2796, 200.305.593/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
4 april 2023
Datum publicatie
4 april 2023
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2023:2796
Zaaknummer
200.305.593/01

Inhoudsindicatie

Overheidsprivaatrecht. Didam. Bodemzaak van HR 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778 (Didam Have/Montferland en Groenstaete). Gemeente had voormalige gemeentehuislocatie moeten verkopen in een procedure met mededinging. Het hof vernietigt de koopovereenkomst.

In 2019 heeft de gemeente de voormalige gemeentehuislocatie verkocht aan Groenstaete. De gemeentehuislocatie maakt deel uit van een groter projectgebied. In het projectgebied zou op de gemeentehuislocatie een Coop komen en op de locatie waar nu de Coop is een Aldi. Verder zou bestaande bebouwing in het projectgebied worden gesloopt. Op die plaats zou een parkeerterrein komen. De gemeente en Groenstaete hebben hierover een aantal jaren onderhandeld. Groenstaete zou de kosten dragen. Groenstaete had in de tussentijd de nodige grond in eigendom verworven. In die periode heeft Didam Have, exploitant van de lokale Albert Heijn, gevraagd in aanmerking te mogen komen voor verhuizing naar het projectgebied. Nadat Didam Have daarop geen positieve reactie had gekregen, heeft zij in kort geding een gebod gevorderd dat inhoudt dat de gemeente de gemeentehuislocatie alleen mag verkopen in een procedure, waarin (potentiële) gegadigden zijn uitgenodigd mee te dingen naar de locatie. De Hoge Raad heeft Didam Have daarin gelijk gegeven (Hoge Raad 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778).

Op het moment dat de Hoge Raad uitspraak deed in het kort geding was ook al de bodemprocedure aanhangig. Daarin doet het hof op 4 april 2023 uitspraak. Het hof past de regels uit het arrest van de Hoge Raad toe en beslist dat de gemeente zich daaraan niet heeft gehouden. Het hof verwerpt het argument van de gemeente en Groenstaete, dat er geen ruimte voor mededinging hoefde te worden geboden, omdat alleen Groenstaete, die een grondpositie in het projectgebied had, een serieuze gegadigde was. Volgens het hof had de gemeente niet exclusief met Groenstaete moeten gaan onderhandelen, maar had zij op dat moment ruimte voor mededinging moeten bieden. Het hof vernietigt daarom de koopovereenkomst en gebiedt dat de gemeente de gemeentehuislocatie alleen mag verkopen in een procedure waarin (potentiële) gegadigden zijn uitgenodigd mee te dingen naar de locatie. Het hof beslist ook dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld tegen Didam Have en daarom de schade van Didam Have moet vergoeden.

Uitspraak

locatie Arnhem, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.305.593

zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem 378260

arrest van 4 april 2023

in de zaak van

1 Didam Have B.V.

die beide zijn gevestigd in Didam, gemeente Montferland

die is gevestigd in Doetinchem

die hoger beroep hebben ingesteld

en bij de rechtbank optraden als eiseressen

hierna: samen Didam Have c.s. en ieder afzonderlijk Didam Have, Becedo IV en Becedo Ontwikkeling

advocaat: mr. A.A. al Khatib

tegen

1 Gemeente Montferland

die zetelt te Didam

en bij de rechtbank optrad als gedaagde

hierna: de gemeente

advocaat: mr. B.J.M. van Meer

2. de vennootschap onder firma Bruil Groenstaete Projectontwikkeling

die is gevestigd in Ede

en bij de rechtbank optrad als gedaagde

hierna: Groenstaete

advocaat: mr. T.E.P.A. Lam

1 Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1.

Naar aanleiding van het arrest van 14 juni 2022 heeft op 22 februari 2023 een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Hierna hebben partijen het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen.

2 De kern van de zaak

3 Het oordeel van het hof

4 De beslissing