Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-04-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:3563, 200.321.232/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-04-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:3563, 200.321.232/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 20 april 2023
- Datum publicatie
- 1 mei 2023
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2023:3563
- Zaaknummer
- 200.321.232/01
Inhoudsindicatie
Ook bij éénhoofdig gezag kan de keuzevrijheid van de met het gezag belaste ouder ten aanzien van de woonplaats van het kind worden beperkt.
Uitspraak
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.321.232/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 206592)
beschikking van 20 april 2023
inzake
[verzoeker] (de vader),
wonende te [woonplaats1] ,verzoeker in het principaal hoger beroep,
verweerder in het incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. B.L. van Riel te Assen,
en
[verweerster] (de moeder),
wonende te [woonplaats2] ,
verweerster in het principaal hoger beroep,
verzoekster in het incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. O.J.C. Toxopeus te Veendam.
In zijn toetsende en/of adviserende taak is gekend:
de raad voor de kinderbescherming (de raad),
regio Noord Nederland, locatie Groningen.
1 1. Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar beschikkingen van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 29 september 2022 en 22 december 2022, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. De laatstgenoemde beschikking wordt hierna ook wel de bestreden beschikking genoemd.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met bijlage(n) ingekomen op 6 januari 2023;
- een journaalbericht namens de vader van 16 januari 2023 met bijlage(n);
- het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep;
- een journaalbericht namens de moeder van 15 maart 2023 met bijlage(n);
- een journaalbericht namens de vader van 20 maart 2023 met bijlage(n);
- het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep met bijlage(n).
De mondelinge behandeling heeft op 30 maart 2023 plaatsgevonden. Aanwezig waren de vader en de moeder, bijgestaan door hun advocaten. Namens de raad was [naam1] aanwezig. Mr. Van Riel heeft het woord mede gevoerd aan de hand van de door haar overgelegde pleitnotities.
Na de mondelinge behandeling is ingekomen een brief van [naam2] van 9 april 2023. Omdat de mondelinge behandeling al was gesloten en het hof geen toestemming had gegeven nog stukken na te zenden, slaat het hof geen acht op deze brief. Het hof heeft de brief aan de afzender retour gezonden.
3 De feiten
Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Zij zijn de ouders van [de minderjarige1]
, geboren [in] 2017. De relatie was toen al verbroken.
Partijen oefenen sinds 22 augustus 2021 gezamenlijk het ouderlijk gezag over [de minderjarige1] uit.
De moeder is in de zomer van 2021 van [plaats1] naar [woonplaats2] verhuisd. Sindsdien verblijft [de minderjarige1] door de week bij de vader in [woonplaats1] en in het weekend bij de moeder. [de minderjarige1] gaat nog in [plaats1] naar school.
[de minderjarige1] heeft twee halfzussen: [de minderjarige2] , geboren [in] 2009, en [de minderjarige3] , geboren [in] 2011. Zij wonen bij de moeder.
Bij beschikking van 14 februari 2023 heeft het hof de werking van de bestreden beschikking geschorst.