Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 02-05-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:3702, 200.312.095/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 02-05-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:3702, 200.312.095/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 2 mei 2023
- Datum publicatie
- 4 mei 2023
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2023:3702
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOVE:2022:2528, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- 200.312.095/01
Inhoudsindicatie
Zwemschool gaat failliet. Vraag of aan de bank verpande vorderingen voor zwemgeld in de maand volgend op het faillissement, die enkele dagen na het faillissement door middel van automatische incasso zijn betaald, ten tijde van het faillissement bestaand of toekomstig zijn. Anders dan de rechtbank oordeelt het hof dat sprake is van bestaande vorderingen en dat deze vorderingen dus onder het bereik van het pandrecht vallen.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.312.095/01
(zaaknummer rechtbank Overijssel 268226)
arrest van 2 mei 2023
in de zaak van
Coöperatieve Rabobank U.A.,
die is gevestigd in Amsterdam,
appellante,
bij de rechtbank: gedaagde,
hierna: de Rabobank,
advocaten: mr. T.T. van Zanten en L. van den Reek, die kantoor houden in Utrecht,
tegen
[geïntimeerde] , in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Akwaak Acquisitie B.V.,
die woont in [woonplaats1] ,
geïntimeerde,
bij de rechtbank: eiser,
hierna: de curator,
advocaat: mr. G.M. Volkerink, die kantoor houdt te Zwolle.
1 De verdere procedure bij het hof
Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 1 november 2022 hier over.
In dat tussenarrest heeft het hof beslist dat een mondelinge behandeling zal worden gehouden. Deze mondelinge behandeling heeft op 14 april 2023 plaatsgevonden. Van de mondelinge behandeling is een verslag (‘proces-verbaal’) gemaakt.
Aan het slot van de mondelinge behandeling heeft het hof een datum vermeld waarop arrest zal worden gewezen. Partijen hebben ermee ingestemd dat op een eerdere datum arrest zal worden gewezen, wanneer het arrest eerder gereed is. Dat is het geval.
De vordering van de Rabobank bij het hof komt erop neer dat het hof het vonnis van de rechtbank vernietigt, de vorderingen van de curator alsnog afwijst en de curator in de kosten van de procedure bij de rechtbank en het hof veroordeelt.
2 2. Waar gaat het in deze zaak om?
De curator heeft de door Akwaak Acquisitie B.V. (hierna: Akwaak) gedreven onderneming - een zwemschool met ruim 1.700 leerlingen - na het faillissement van Akwaak tijdelijk voortgezet met het oog op een doorstart. De zwemlessen die Akwaak gaf, werden na haar faillissement ook nog gegeven. Door de ouders van de leerlingen is na het faillissement door middel van automatische incasso ruim € 50.000,- voor de zwemlessen betaald op de rekening die Akwaak bij de Rabobank aanhield. Het bedrag is betaald voor de zwemlessen die de volgende maand zouden worden gegeven en ook daadwerkelijk gegeven zijn.
Deze zaak draait om de vraag of de Rabobank een pandrecht heeft op dat bedrag. Om die vraag te kunnen beantwoorden moet worden beoordeeld of de vordering tot betaling van het lesgeld een toekomstige of een bestaande vordering is. De curator vindt dat het eerste het geval is, volgens de Rabobank is sprake van een bestaande vordering.
De rechtbank heeft de curator gelijk gegeven. Het hof komt tot een ander oordeel. Volgens het hof is de vordering tot betaling van het lesgeld waar het hier om gaat - het lesgeld voor de maand juli 2020 - een bestaande vordering, waarop de Rabobank haar pandrecht kan uitoefenen. Het hof zal dit oordeel hierna toelichten, door eerst de relevante feiten te vermelden en door daarna in te gaan op de standpunten van partijen.
3 3. De relevante feiten
Akwaak verzorgde tegen betaling van lesgeld zwemlessen vanuit meerdere vestigingen in Nederland. Het lesgeld was een bedrag per maand waarvan de hoogte afhankelijk was van het soort en de frequentie van de zwemlessen. Het lesgeld diende vooruit betaald te worden per automatische incasso. De klanten van Akwaak ontvingen maandelijks een zogenaamde pre-notificatie, waarin werd aangekondigd wanneer het lesgeld voor de daaropvolgende maand van hun bankrekening zou worden afgeschreven. Dat gebeurde doorgaans tussen de 25e en 28e van de voorafgaande maand.
Op de overeenkomsten tussen Akwaak en haar klanten waren de algemene voorwaarden van Akwaak, versie 1 februari 2017, van toepassing. Deze luiden, voor zover van belang:
‘2) Activiteiten
a. a) Het geven van zwemles aan kinderen met als doel het behalen van het zwemdiploma (...)
b) Het stimuleren en onderrichten van watergebonden activiteiten voor verschillende uiteenlopende doelgroepen.
(...)
5) Ziekte of afwezigheid
a. a) Lessen die vanwege incidentele ziekte of afwezigheid om andere redenen worden gemist, worden niet verrekend, noch vergoed. Wanneer u de les vooraf afmeldt, via de persoonlijke pagina van uw kind, dan wordt er een inhaaltegoed bijgeschreven, tot een maximum van 5 openstaande inhaallessen.
b) Indien er sprake is van langdurige afwezigheid door ziekte, dient u een doktersverklaring te overleggen. Alleen dan zal er verrekening van het lesgeld plaatsvinden. (...)
(...)
9) Betaling
a. a) Betaling van lesgelden vindt plaats middels automatisch incasseren; hiertoe heeft u Akwaak bij uw inschrijving een machtiging tot automatische incasso gegeven.
b) Het lesgeld wordt periodiek geïncasseerd, voorafgaand aan de betreffende lesperiode. U ontvangt hiervan tijdig per email een prenotificatie waarin de wettelijk verplichte informatie is weergegeven.
(...) d) Wanneer u de afgegeven ‘machtiging tot automatische incasso’ wilt intrekken, dient dit schriftelijk te gebeuren.
(...)
10) Opzegging
a. a) Opzegging dient ten allen tijde schriftelijk te gebeuren.
b) De opzegtermijn bedraagt een maand, volgend op de maand van opzegging.
(...)
14) Restitutie gelden
a. a) Bij het afzwemmen vóór het einde van een lesperiode vindt er geen restitutie plaats van reeds betaalde lesgelden.
b) Bij uitsluiting van deelname aan de lessen heeft u geen recht op teruggave van reeds betaald lesgeld.
c) Bij het door overmacht geen doorgang vinden van lessen als gevolg van het onbruikbaar zijn van (één van) de leslocaties, vindt er van de lopende lesperiode geen restitutie van het lesgeld plaats.
d) Inhaaltegoed kan niet worden verrekend met te betalen lesgelden of ingewisseld ter uitbetaling. Inhaaltegoed kan alleen worden gebruikt voor het inplannen van een inhaalles.’
Op 17 februari 2011 heeft Akwaak (onder andere) haar bestaande en toekomstige vorderingen op derden verpand aan de Rabobank. Op 22 juli 2011 is tussen Akwaak en de Rabobank een kredietovereenkomst tot stand gekomen.
In de pre-notificatie van 24 juni 2020 stond vermeld dat het lesgeld voor de periode van 1 juli 2020 tot en met 31 juli 2020 zou worden geïncasseerd op 26 juni 2020.
Akwaak is op 24 juni 2020 failliet verklaard door de rechtbank Overijssel, met benoeming van de curator als zodanig.
Van 24 juni 2020 tot en met 31 juli 2020 heeft de curator, met het oog op een doorstart van de onderneming, de zwemlessen van Akwaak voortgezet. Door de klanten van Akwaak is na het faillissement op een bankrekening van Akwaak bij de Rabobank € 50.413,94 betaald aan lesgelden voor de in juli 2020 gegeven zwemlessen. Er was € 69.993,94 geïncasseerd, maar daarvan is € 19.580,00 gestorneerd. De bankrekening vertoonde op 24 juni 2020 een debetsaldo van € 35.549,78. De Rabobank heeft het geïncasseerde lesgeld verrekend met het debetsaldo en met een andere vordering op Akwaak.
De Rabobank en de curator hebben onderhandeld over een minnelijke regeling. De Rabobank heeft de curator een schikkingsvoorstel gedaan, dat de curator heeft voorgelegd aan de rechter-commissaris in het faillissement van Akwaak. De curator liet de Rabobank weten dat de rechter-commissaris hem geen toestemming had gegeven voor de voorgestelde schikking omdat de Rabobank ‘haar bij voorbaat verloren discussie probeert te schikken.’