Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14-11-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:9625, 200.323.244
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14-11-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:9625, 200.323.244
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 14 november 2023
- Datum publicatie
- 16 november 2023
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2023:9625
- Zaaknummer
- 200.323.244
Inhoudsindicatie
Overheidsaanbesteding.
Artikel 2:87 lid 1 sub c en lid 2 sub h Aw 2012;
Wet Bibob;
De vraag of van een ernstige beroepsfout sprake is blijft achterwege vanwege niet uitgevoerde proportionaliteitstoets;
Artikel 2.87 lid 2 sub h vereist het zich in ernstige mate schuldig maken aan valse verklaringen bij het verstrekken van de informatie die nodig is voor de controle op het ontbreken van gronden voor uitsluiting. Dat geldt ook voor het achterhouden van informatie in de zin van dit artikel.
Uitspraak
locatie Arnhem, afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof: 200.323.244
(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem: 409449)
arrest in kort geding van 14 november 2023
in de zaak van
[appellante] B.V.,
die is gevestigd in [vestigingsplaats] ,
die hoger beroep heeft ingesteld
en bij de rechtbank optrad als eiseres,
hierna: [appellante] ,
advocaat: mr. F.R.H. Kuiper,
tegen
Waterschap Vallei en Veluwe,
die zetelt in Apeldoorn
en bij de rechtbank optrad als gedaagde,
hierna: het Waterschap,
advocaat: mr. M.J. Mutsaers.
1 Het verloop van de procedure in hoger beroep
Naar aanleiding van het arrest van 27 juni 2023 heeft op 9 oktober 2023 een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Hierna hebben partijen het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen.
2 De kern van de zaak
In april 2022 heeft het Waterschap een Europese openbare aanbestedingsprocedure (hierna: de aanbesteding) uitgeschreven voor het `Transport van Ontwaterd Slib en Vloeibaar Slib'. De aanbesteding bestaat uit twee percelen. Op perceel 1 is [appellante] de enige inschrijver. Op perceel 2 heeft een andere gegadigde ingeschreven, waarvan de inschrijving ongeldig is verklaard.
In het Beschrijvend Document (BD) zijn de facultatieve uitsluitingsgronden van artikel 2.87 Aw 2012 van toepassing verklaard. In par. 3.17 BD heeft het Waterschap toegelicht wat zij (onder meer) verstaat onder een “ernstige beroepsfout” als bedoeld in artikel 2.87 lid 1 onder c Aw 2012.
In het BD is tevens aangekondigd dat na voorlopige gunning een Bibob-onderzoek kan plaatsvinden om te onderzoeken of er indicaties zijn dat op de gegadigde een of meer van de in artikel 2.86 Aw (verplichte uitsluitingsgronden) of een of meer van de facultatieve uitsluitingsgronden van artikel 2.87 Aw van toepassing zijn.
Op 14 juli 2022 heeft het Waterschap [appellante] bericht dat zij voornemens is de opdrachten die betrekking hebben op perceel 1 en 2 aan haar te gunnen.
Op 15 september 2022 heeft het Waterschap de voorlopige gunningsbeslissingen van 14 juli 2022 ingetrokken en aangekondigd niet tot definitieve gunning aan [appellante] over te gaan, de inschrijving van [appellante] op beide percelen ongeldig verklaard en deze terzijde gelegd en [appellante] voor twee jaar uitgesloten van deelname aan nieuwe/andere aanbestedingsprocedures van het Waterschap.
Daaraan legt het Waterschap onder meer ten grondslag dat [appellante] bij haar inschrijving ten onrechte geen melding heeft gemaakt van overtredingen van de Meststoffenwet en de Wet wegvervoer goederen. Door deze informatie niet in haar Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) te vermelden, heeft [appellante] zich (onder andere) schuldig gemaakt aan het afleggen van een valse verklaring, althans informatie achtergehouden in de zin van artikel 2:87 lid 1 sub h Aw 2012.
Daarnaast is het Waterschap van mening dat [appellante] een ernstige beroepsfout als bedoeld in artikel 2.87 lid 1 sub c Aw 2012 heeft begaan.
[appellante] heeft in kort geding gevorderd dat het Waterschap de beslissing van 15 september 2022 intrekt en de opdrachten van perceel 1 en 2 alsnog aan haar gunt. De voorzieningenrechter heeft die vorderingen bij vonnis van 14 december 2022 (het vonnis) afgewezen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [appellante] door het niet noemen van zes overtredingen van de Wet wegvervoer goederen niet correct, accuraat en volledig verklaard. Daarmee is aannemelijk dat [appellante] een valse verklaring in de zin van 2.87 lid 1 sub h Aw 2012 heeft afgelegd. Dat levert een zelfstandige uitsluitingsgrond op, aldus de voorzieningenrechter. Zij heeft daarbij in het midden gelaten of dit ook kwalificeert als een ernstige beroepsfout.
[appellante] heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld en een aantal klachten tegen het vonnis geformuleerd. Haar vorderingen in hoger beroep zijn gericht op het herstel van de gunningsbeslissingen van 14 juli 2022, in die zin dat haar uitsluiting weer ongedaan wordt gemaakt en het Waterschap gunt aan haar. Het Waterschap heeft verweer gevoerd.
3 Feiten
Het hof gaat bij zijn oordeel uit van de feiten zoals de voorzieningenrechter
die in de rechtsoverwegingen 2.1 en 2.14 van het vonnis heeft vastgesteld. Het hof gaat voorts uit van de volgende vaststaande feiten.
Het Waterschap heeft via Tenderned.nl bekend gemaakt dat de aanbesteding is mislukt en dat de opdrachten van percelen 1 en 2 niet worden gegund.
Het Waterschap bereidt een heraanbesteding van de opdrachten van perceel 1 en 2 voor.