Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 05-03-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:1639, 200.322.167

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 05-03-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:1639, 200.322.167

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
5 maart 2024
Datum publicatie
14 maart 2024
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2024:1639
Zaaknummer
200.322.167

Inhoudsindicatie

Hoger beroep. Schending geldende privacyregels (AVG en Wbp) door registratie en handhaving persoonsgegevens in het Extern verwijzingsregister (EVR); onvoldoende onderzocht of deze personen waren betrokken bij het incident (artikel 5.2.1 Protocol incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen)

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zaaknummer gerechtshof: 200.322.167

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht: 529285)

arrest van 5 maart 2024

in de zaak van

1 [appellant1]

2. [appellant2]

die wonen in [woonplaats1]

die hoger beroep hebben ingesteld

en bij de rechtbank optraden als eisers

hierna: [appellanten]

advocaat: mr. M. de Boorder

tegen

Defam B.V.

die is gevestigd in Bunnik

en bij de rechtbank optrad als gedaagde

hierna: Defam

advocaat: mr. J.M. Penders.

1 Het verloop van de procedure in hoger beroep

Naar aanleiding van het arrest van 25 juli 2023 heeft op 8 september 2023 een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Hierna hebben partijen het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen.

2 De kern van de zaak

2.1.

Defam heeft op 18 mei 2017 online een kredietaanvraag ontvangen voor een persoonlijke lening van € 45.500,-. De aanvraag is ingediend via een tussenpersoon: De Nederlandse Kredietmaatschappij (DNK). In de aanvraag staat het e-mailadres [de betrokkene] @gmail.com vermeld en het huwelijksjaar, de geboortedata en het adres van [de betrokkene] en [de echtgenoot] . Defam heeft vervolgens een ondertekende kredietovereenkomst met kopieën van identiteitsbewijzen, salarisstroken en een bankafschrift ontvangen via DNK.

Defam is een onderzoek gestart, omdat zij twijfelde aan de juistheid van de aanvraag en de ontvangen stukken. Op de salarisstroken die zij had ontvangen stonden [de betrokkene] en [de echtgenoot] als werknemers en het bedrijf van [de betrokkene] en [de echtgenoot] als werkgever vermeld. Uit de salarisstroken bleek dat het loon werd gestort op een rekeningnummer bij de ING-bank.

Op een bankafschrift met dit rekeningnummer stonden stortingen van het salaris, die gelijk waren aan de bedragen op de loonstroken. Nadat Defam daarover navraag had gedaan bij de ING-bank, heeft de ING-bank in een e-mailbericht van 23 mei 2017 gemeld dat de salarisbijschrijvingen niet correct zijn, omdat de enige inkomsten op deze rekening afkomstig zijn van het UWV, te weten een WAJONG-uitkering ter hoogte van € 988,54.

2.2.

Defam heeft [de betrokkene] en [de echtgenoot] op 23 mei 2017 opgenomen in het incidentenregister en het Extern Verwijzingsregister (hierna: EVR). Zij zijn geregistreerd voor de duur van vijf jaar. Defam heeft deze registratie op 23 mei 2017 in een brief aan [de betrokkene] en [de echtgenoot] meegedeeld.

Op 26 mei 2017 is er telefonisch contact geweest tussen Defam en [de betrokkene] . Tijdens dat telefoongesprek heeft [de betrokkene] onder meer gezegd dat zowel hij als [de echtgenoot] van niets weten.

Op 15 juni 2017 heeft Defam bij de politie aangifte gedaan tegen [de betrokkene] en [de echtgenoot] van poging tot oplichting en het plegen van valsheid in geschrifte. Daarop volgde een strafrechtelijke vervolging van [de betrokkene] die heeft geleid tot een veroordelend vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant. In het daarop volgende hoger beroep heeft het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch een aanvullend politieonderzoek verzocht. In het proces-verbaal van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant van 12 augustus 2020 staat onder meer dat in de metadata van de kredietaanvraag twee e-mailadressen staan, te weten [naam1] @hetnet.nl en [de betrokkene] @gmail.com en dat uit de metadata niet gehaald kan worden met welk mailadres de aanvraag gedaan is. Het gerechtshof te ’sHertogenbosch heeft [de betrokkene] op 23 oktober 2020 vrijgesproken. Daarbij overwoog het hof dat [de betrokkene] de ondertekening van de kredietovereenkomst heeft betwist en niet kan worden vastgesteld dat hij de stukken naar Alfam Holding N.V. (de moedermaatschappij van Defam) heeft gestuurd. De zaak tegen [de echtgenoot] is door de officier van justitie vanwege onvoldoende bewijs geseponeerd.

[de betrokkene] en [de echtgenoot] hebben Defam op 26 november 2020 hierover ingelicht en verzocht om de registraties te verwijderen.

Op 6 januari 2021 heeft Defam de persoonsgegevens van [de betrokkene] en [de echtgenoot] verwijderd uit de registers.

2.3.

De ING bank heeft bij brieven van 13 oktober 2017 [de betrokkene] en [de echtgenoot] geïnformeerd dat de betaalrekeningen die zij bij de ING bank aanhielden zijn geblokkeerd en dat zij bijbehorende producten niet meer kunnen gebruiken. Daarnaast zijn zij door de ING bank geregistreerd in het IVR (het Intern Verwijzingsregister) van deze bank. Ook kwamen [de betrokkene] en [de echtgenoot] niet meer in aanmerking voor een creditcard bij de ING bank, omdat zij geregistreerd stonden in een verwijzingsregister.

2.4.

[appellanten] hebben bij de rechtbank een verklaring voor recht gevorderd dat Defam door het doen van valse aangifte tegenover [de betrokkene] en [de echtgenoot] aansprakelijk is voor de hieruit voorvloeiende schade op grond van onrechtmatige daad. Daarnaast vorderden zij een verklaring voor recht dat Defam door het onterecht registreren en/of het ten onrechte langer handhaven van de persoonsgegevens in het incidentenregister en/of het EVR de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG) heeft geschonden en daarom op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade van [appellanten] , nader op te maken bij staat. Tevens vorderden zij veroordeling van Defam in de daadwerkelijke proceskosten, dan wel de proceskosten inclusief de nakosten.

2.5.

De rechtbank heeft deze vorderingen afgewezen en [appellanten] veroordeeld in de proceskosten die Defam in die procedure had gemaakt. De bedoeling van [appellanten] met het hoger beroep is dat de afgewezen vorderingen alsnog worden toegewezen, met dien verstande dat zij geen veroordeling van Defam meer vorderen in de werkelijke proceskosten, maar slechts in de “gebruikelijke” proceskosten van beide instanties.

3 Het oordeel van het hof

4 De beslissing