Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12-03-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:1791, 200.290.945

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12-03-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:1791, 200.290.945

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
12 maart 2024
Datum publicatie
25 maart 2024
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2024:1791
Zaaknummer
200.290.945

Inhoudsindicatie

Zwarte lijsten medische beroepsbeoefenaren;

Het voeren van een collectieve actie op grond van artikel 3:305a BW (in kort geding) is ook mogelijk als individuele partijen ook een vordering hadden kunnen instellen maar dat niet hebben gedaan;

Vrijheid van meningsuiting versus recht op eerbiediging van eer en goede naam;

De zwarte lijsten zijn afgeleid van het BIG-register en vinden daarin voor een deel hun feitelijke verankering. De zwarte lijsten gaan echter stelselmatig en in verschillende opzichten (veel) verder dan de openbare versie van het BIG-register zoals dat als BIG-register.nl online staat. Door het toevoegen van foto’s en in sommige gevallen adressen worden persoonlijke gegevens van artsen die in het BIG-register staan aan de openbaarheid prijsgegeven zonder dat daartoe aanleiding is, noodzaak bestaat of dat van toegevoegde waarde is ten aanzien van de openbaarmaking van tuchtrechtelijke maatregelen, zoals door BIG-register.nl reeds wordt gewaarborgd;

Bovendien is gebleken dat SIN c.s. de zwarte lijsten niet steeds aanpast aan de actualiteit: op de zwarte lijsten blijven sommige tuchtmaatregelen zichtbaar nadat de zichtbaarheid in BIGregister.nl (meestal na 5 jaar; soms na 10 jaar) is verdwenen. In die zin wijken de zwarte lijsten dus af van het beschikbare feitenmateriaal van BIG-register.nl.

Door deze verschillen tussen de openbare versie van het BIG-register en de zwarte lijsten wordt het systeem van openbaarmaking van tuchtrechtelijke maatregelen doorkruist;

Verbod t.a.v. zwarte lijsten als geheel;

Een minder vergaande maatregel, zoals een verbod op bepaalde pagina’s van de zwarte lijst, is praktisch niet goed uitvoerbaar (alleen al vanwege de vereiste actualiteit die steeds aanpassing van de lijsten zou vragen) terwijl het diffamerende karakter van het geheel in stand blijft;

Lijfsdwang.

Uitspraak

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.290.945

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht: 511941)

arrest in kort geding van 12 maart 2024

in de zaak van

1. de stichting

Stichting Slachtoffers Iatrogene Nalatigheid-Nederland,

gevestigd te Utrecht,

2. [appellante2],

wonende te [woonplaats1] ,

appellanten,

in eerste aanleg: gedaagden,

hierna: SIN, [appellante2] en SIN c.s.

advocaat: mr. D. Fasseur,

tegen:

de stichting

Stichting Stop Online Shaming,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: SOS,

advocaat: mr. O.M.B.J. Volgenant.

1 Het verloop van de procedure in hoger beroep

Naar aanleiding van het arrest van 29 juni 2021 heeft op 10 februari 2022 een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden, die is geschorst in verband met een wrakingsverzoek. Op 13 februari 2024 is deze mondelinge behandeling voortgezet. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Hierna hebben partijen het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen.

2 De kern van de zaak

2.1

SIN c.s. hebben de websites zwartelijstartsen.com en zwartelijstartsen.nl samengesteld en online gezet. Deze domeinnamen stonden ten tijde van de behandeling van deze zaak bij de voorzieningenrechter op naam van SIN.nl. [appellante2] is de enige bestuurder van SIN.

Op deze websites staan de namen van ongeveer 900 artsen en andere medische beroepsbeoefenaren (hierna samen aan te duiden als: artsen), vaak met foto. Daarbij staat vermeld of ze van de tuchtrechter op enig moment een tuchtrechtelijke maatregel zoals een waarschuwing, berisping, schorsing of doorhaling hebben opgelegd gekregen. Bij een (groot) aantal van de vermeldingen is (een deel van) de tuchtrechtuitspraken gevoegd. Op de openingspagina van de website staat (op het moment dat de voorzieningenrechter zijn oordeel uitsprak) onder meer vermeld: “Informatie over falende artsen, tandartsen, verpleegkundigen, verloskundigen, psychologen, bestuurders, politici, juristen en rechters.” En onder de kop “Over de zwarte lijst” staat het volgende: “Deze zwarte lijst bevat alle namen van artsen, tandartsen, verpleegkundigen en psychologen die in het BIG-register opgenomen zijn met een berisping, schorsing, of doorhaling artsen, en andere personen en organisaties uit de gezondheidszorg en de overheid die hun wettelijke en professionele zorgplicht schenden. Deze falende zorgverleners weigeren aan slachtoffers van medische fouten correcte informatie, diagnostiek en herstelbehandeling.”

2.2

SOS heeft ten doel het behartigen van de belangen van slachtoffers van online privacy-inbreuken en online onrechtmatige uitingen, in het bijzonder door het handhaven, het bevorderen en het verkrijgen van afdoende juridische bescherming van de rechten en belangen van die slachtoffers. Zij tracht haar doel onder meer te bereiken door het inzetten van juridische middelen. In dat kader heeft zij bij de voorzieningenrechter onder meer gevorderd dat de onrechtmatige uitingen op en het gebruik van zwartelijstartsen.com en zwartelijstartsen.nl (hierna: de zwarte lijsten) worden verboden, de domeinnamen aan SOS worden overgedragen en aan Google wordt verzocht vermeldingen van deze websites uit de zoekresultaten te verwijderen. Aan deze vorderingen heeft SOS onder andere ten grondslag gelegd dat SIN c.s. onrechtmatig handelt door via deze websites de eer en goede naam van de artsen die genoemd worden aan te tasten, waardoor deze schade lijden. SOS stelt verder dat de zwarte lijsten in strijd zijn met onder meer artikel 10 AVG.

SIN c.s. heeft zich tegen deze vorderingen verweerd met -onder andere- een beroep op haar vrijheid van meningsuiting en de noodzaak het publiek goed voor te lichten over medische misstappen. Daarbij heeft zij er op gewezen dat de vermeldingen op de websites direct zijn ontleend aan het BIG-register waarop van overheidswege dezelfde informatie met het publiek wordt gedeeld.

2.3

De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van SOS toegewezen, dwangsommen opgelegd tot een maximum van € 150.000, - en lijfsdwang voor het geval dat, nadat dat maximum is bereikt, niet aan het vonnis wordt voldaan.1 De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat in dit geval de belangen van SOS en de artsen die zij vertegenwoordigt bij eerbiediging van hun eer en goede naam zwaarder wegen dan de vrijheid van meningsuiting van SIN c.s.

2.4

SIN c.s. heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld en een aantal klachten tegen het vonnis geformuleerd. SOS heeft verweer gevoerd.

Het hoger beroep van SIN c.s. faalt. Het hof zal het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigen. Daarvoor geldt het volgende.

3 Feiten

3.1

Het hof gaat bij zijn oordeel uit van de feiten zoals de voorzieningenrechter

die in de rechtsoverwegingen 2.1 en 2.3 tot en met 2.9 van het vonnis heeft aangenomen.

3.2

SIN c.s. heeft na executie van de door de voorzieningenrechter opgelegde dwangsommen volledig uitvoering gegeven aan het bestreden vonnis. Dat betekent dat de websites zwartelijstartsen.com en zwartelijstartsen.nl niet meer online staan. Voorts zijn deze domeinnamen overgedragen aan SOS en is aan Google verzocht vermeldingen van deze websites uit de zoekresultaten te verwijderen. Waar het hof refereert en oordeelt over deze lijsten baseert het zich op de als productie 7 bij inleidende dagvaarding overgelegde print-out van deze lijsten.

4 Het oordeel van het hof

5 De beslissing