Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-04-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:2564, 200.291.617

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-04-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:2564, 200.291.617

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
16 april 2024
Datum publicatie
24 april 2024
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2024:2564
Zaaknummer
200.291.617

Inhoudsindicatie

Bestuurdersaansprakelijkheid, aandeelhoudersaansprakelijkheid. Artikel 2:9, 216, 248 en 394 en 6:162 BW. Rechtsverwerking. Voor vermoeden van 2:248 lid 2 (te late deponering jaarrekening) is de 12-maandstermijn na einde boekjaar (2:394 lid 3) relevant, niet de 8-dagentermijn na vaststelling (2:394 lid 1). Geen persoonlijk ernstig verwijtbare onbehoorlijke taakvervulling of onrechtmatig handelen komen vast te staan met betrekking tot dividenduitkering, niet benutten kredietruimte en aanvraag eigen faillissement.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.291.617

zaaknummer rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo 238364

arrest van 16 april 2024

in de zaak van

[appellant] ,

die handelt in hoedanigheid van curator in het faillissement van Emotech B.V.,

die woont in [woonplaats1] ,

die hoger beroep heeft ingesteld,

en bij de rechtbank optrad als eiser,

hierna: de curator,

advocaat: aanvankelijk mr. A. Honça-Muradjan, thans mr. E.H. Geertman,

tegen

1 Rovis Holding B.V.,

die is gevestigd in Hengelo,

2. Donwel B.V.,

die is gevestigd in Enschede

3. [geïntimeerde3],

die woont in [woonplaats2] , en

4. [geïntimeerde4],

die woont [woonplaats3] ,

die bij de rechtbank optraden als gedaagden,

hierna: samen Rovis c.s. en ieder afzonderlijk Rovis, Donwel, [geïntimeerde3] en [geïntimeerde4] ,

advocaat: mr. A.C. Huisman.

1 Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1.

De curator heeft hoger beroep ingesteld tegen het tussenvonnis, gedeeltelijk eindvonnis, dat de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, op 2 december 2020 tussen partijen heeft uitgesproken. Geen hoger beroep is ingesteld tegen het eindvonnis van 24 augustus 2022. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit het tussenarrest van 1 augustus 2023.

1.2.

Naar aanleiding van dat tussenarrest heeft op 10 januari 2024 een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Partijen hebben nog reacties gestuurd op het verslag. De reacties zijn aan het procesdossier toegevoegd. Hierna hebben partijen het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen.

2 De kern van de zaak

2.1.

Rovis is enig aandeelhouder van Emotech. Rovis, Donwel, [geïntimeerde3] en [geïntimeerde4] waren direct of indirect bestuurder van Emotech. Emotech heeft in 2013 een grote opdracht aangenomen van Brammer GmbH & Co KG (hierna Brammer); het KRD-project. Tijdens de uitvoering van het KRD-project is de liquiditeitspositie van Emotech door een aantal ontwikkelingen verslechterd. Emotech beschikte nauwelijks meer over de middelen om het KRD-project af te ronden terwijl afronding van het project uit zicht bleef. Er is tussen Emotech en Brammer een geschil ontstaan over de uitvoering van het project en Brammer wilde niet bevestigen dat zij verdere betalingen zou doen. Uiteindelijk heeft Emotech in september 2014 geen (verder) gebruik gemaakt van haar kredietruimte maar heeft zij haar eigen faillissement aangevraagd. De curator maakt de bestuurders en Rovis als aandeelhouder van een en ander verwijten en houdt hen aansprakelijk voor het tekort in het faillissement van Emotech althans voor de ontstane schade, op grond van artikel 2:248, 2:9 of 6:162 BW.

2.2.

De curator vordert (voor zover in hoger beroep relevant) een verklaring door recht dat Rovis c.s. hoofdelijk aansprakelijk is voor het tekort althans de schade en veroordeling tot betaling daarvan, en betaling van een voorschot van € 1,5 miljoen.

2.3.

De rechtbank heeft deze vorderingen afgewezen, omdat het beroep van Rovis c.s. op rechtsverwerking slaagt. De bedoeling van het hoger beroep is dat de vorderingen alsnog worden toegewezen.

3 Het oordeel van het hof

4 De beslissing