Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11-06-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:3889, 200.317.254

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11-06-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:3889, 200.317.254

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
11 juni 2024
Datum publicatie
11 juli 2024
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2024:3889
Zaaknummer
200.317.254

Inhoudsindicatie

Maatschapsrecht en procesrecht. Bij uittreding van een maat uit de maatschap ontstaat aanspraak op een uittredingsvergoeding op de overblijvende maten. Deze aanspraken zijn in rechte toegewezen (voor zover de overblijvende maten nog bestaan). Is de maatschap (met andere maten dan die ten tijde van de uittreding) verhaalsaansprakelijk voor deze (deels niet betaalde) uittredingsvergoeding? En zijn de nieuwe maten (mede) aansprakelijk? Tevens vorderingen op grond van ongerechtvaardigde verrijking en onrechtmatige daad. Verwijzing naar HR 5 november 1976, NJ 1977/586 (Moret Gudde Brinkman). Gezag van gewijsde eerdere procedure? (HR 13 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:683).

Uitspraak

locatie Arnhem, afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof: 200.317.254

(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem: 367463)

arrest van 11 juni 2024

in de zaak van

Mocomar B.V.

die is gevestigd in Rotterdam

die hoger beroep heeft ingesteld

en bij de rechtbank optrad als eiseres in conventie, verweerster in reconventie

hierna: Mocomar

advocaat: mr. M. de Vries

tegen

1 Lodder & Co.

die is gevestigd in Arnhem

2. Lodder & Co. GOODWILL

die is gevestigd in Arnhem

die ook hoger beroep hebben ingesteld

en bij de rechtbank optraden als gedaagden in conventie, eiseressen in reconventie

hierna: ieder afzonderlijk Lodder & Co en LCGM en gezamenlijk de maatschappen

advocaat: mr. R. van Biezen

1 Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep

1.1.

Naar aanleiding van het arrest van 25 juli 2023 heeft op 7 december 2023 een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Van de zitting is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Na een termijn voor beraad over een eventuele schikking heeft Mocomar het hof gevraagd arrest te wijzen.

2 De vast staande feiten

2.1.

Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 3.1 tot en met 3.1.13, 3.4.1, 3.4.2 en 3.7.1 tot en met 3.7.12, 4.1.1. en 4.1.2 van het (bestreden) vonnis van 9 juni 2021.

3 Schets van de zaak

4 Beoordeling van het principaal hoger beroep

5 Het incidenteel hoger beroep en afrondende conclusies

6 De beslissing