Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18-06-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4117, 200.320.951

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18-06-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4117, 200.320.951

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
18 juni 2024
Datum publicatie
16 september 2024
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2024:4117
Formele relaties
Zaaknummer
200.320.951

Inhoudsindicatie

Hoger beroep van ECLI:NL:RBGEL:2022:5238. 2:248 BW Bestuurders niet aansprakelijk: vermoeden van art. 2:248 lid 2 BW ontzenuwd.

Uitspraak

locatie Arnhem, afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof: 200.320.951

(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, 391219)

arrest van 18 juni 2024

in de zaak van

1 [appellant1]

die woont in [plaats1]

2. [appellant2]

zonder bekende woon- en verblijfplaats in Nederland

die hoger beroep hebben ingesteld

en bij de rechtbank optraden als gedaagden

hierna: [appellant1] en [appellant2]

advocaat: mr. E.E.V. Sweebe

tegen

[naam1] , q.q. curator in het faillissement van Humanic Development B.V.

kantoorhoudende te [plaats1]

die bij de rechtbank optrad als eiseres

hierna: de curator

advocaat: mr. S.R. Effting

1 Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1.

Na het arrest van 21 november 2023 heeft op 3 april 2024 een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Hierna hebben partijen het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen.

2 De kern van de zaak

2.1.

Het hof moet in deze zaak beslissen of [appellant1] en [appellant2] als bestuurders aansprakelijk zijn voor het boedeltekort van Humanic Development B.V. (hierna: Humanic Development). Daarvoor moet het hof de volgende vragen beantwoorden: hebben [appellant1] en [appellant2] aannemelijk gemaakt dat andere feiten of omstandigheden dan hun onbehoorlijke taakvervulling, die volgt uit het feit dat de jaarrekeningen voor Humanic Development niet tijdig zijn gedeponeerd, een belangrijke oorzaak van het faillissement van deze vennootschap zijn geweest? Het hof beantwoordt deze vraag bevestigend. Vervolgens moet de vraag beantwoord worden: heeft de curator aannemelijk gemaakt dat kennelijk onbehoorlijke taakvervulling door [appellant1] en [appellant2] mede een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest? Het hof beantwoordt deze vraag ontkennend. [appellant1] en [appellant2] zijn daarom niet aansprakelijk voor het boedeltekort.

3 De feiten, de procedure bij de rechtbank en de inzet van het hoger beroep

4 De beslissing