Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 02-07-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4369, 200.332.465/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 02-07-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4369, 200.332.465/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 2 juli 2024
- Datum publicatie
- 9 juli 2024
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2024:4369
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2023:4297, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- 200.332.465/01
Inhoudsindicatie
Kort geding. Bedrijf vraagt om gedeeltelijke stillegging van naast gelegen bedrijf omdat die bij de verwerking van brandblusapparaten gevaarlijke afvalstoffen ((potentieel) Zeer Zorgwekkende Stoffen, waaronder PFAS) uitstoot, die op het terrein en het gebouw van eiseres terechtkomen. Eiseres is in z’n vordering wel ontvankelijk en heeft daarbij spoedeisend belang. Overtreding vergunningsvoorschrift voldoende aannemelijk en andere oorzaak voor aangetroffen, veel te hoge concentraties niet. Aard, ernst en omvang van de uitgestoten stoffen en de mogelijke gevolgen daarvan voor eiseres en haar werknemers leveren een onrechtmatige daad op die een voorlopige voorziening rechtvaardigen. Een met een dwangsom versterkt verbod tot uitstoot van dergelijke stoffen is vooralsnog evenzo doeltreffend en minder verstrekkend dan een gedeeltelijke stillegging. Volgt vernietiging van het afwijzend vonnis van de voorzieningenrechter en wordt aan het naast gelegen bedrijf een verbod opgelegd tot uitstoot van (potentieel) gevaarlijke en schadelijke stoffen zoals PFAS, versterkt met een dwangsom.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.332.465/01
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 559560
arrest in kort geding van 2 juli 2024
in de zaak van
Heynen Exploitatie B.V.,
die is gevestigd in Lelystad,
die hoger beroep heeft ingesteld,
en bij de rechtbank optrad als eiseres, hierna: Heynen,
advocaat: mr. J.R. Bügel te Dronten,
tegen
Eerste Lelystadse Schroothandel B.V.,
die is gevestigd in Lelystad,
en bij de rechtbank optrad als gedaagde, hierna: ELS,
advocaat: mr. L. Lemmers te Arnhem.
1 Het verloop van de procedure in hoger beroep
Heynen heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis in kort geding1 dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, (hierna: de rechtbank) op 18 augustus 2023 tussen partijen heeft uitgesproken.
Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding in hoger beroep van 14 september 2023;
- -
-
de memorie van grieven tevens van wijziging van eis van 24 oktober 2023, met producties 1 tot en met 6;
- -
-
de memorie van antwoord van 5 december 2023, met producties 1 en 2;
- -
-
het tussenarrest van 23 januari 2024 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
- -
-
de akte tevens verzoek tot bevel ex artikel 22 Rv van 19 maart 2024, met producties 11 tot en met 17;
- -
-
de van Heynen op 2 mei 2024 ontvangen producties 18 tot en met 20;
- -
-
de van Heynen op 14 mei 2024 ontvangen producties 7 tot en met 10, die ontbraken bij de akte van 19 maart 2024;
- -
-
het bericht van Heynen van 14 mei 2024 tot intrekking van haar verzoek van 19 maart 2024;
- -
-
het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 15 mei 2024 is gehouden.
Na de mondelinge behandeling hebben partijen het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen.
2 De kern van de zaak
Heynen wil dat de uitstoot van PFAS en andere stoffen uit de onderneming van ELS stopt omdat die uitgestoten stoffen ook op en in haar gebouw en terrein terecht komen. Zij heeft daartoe een (tijdelijk) verbod aan ELS op verwerking van brandblussers gevraagd. De rechtbank heeft dat afgewezen omdat zij de zaak niet geschikt vond om in kort geding te beslissen. Het hof is het met dat oordeel niet eens en legt aan ELS een verbod op om stoffen uit te stoten. Dat zal hierna worden uitgelegd, nadat eerst de feiten en de vorderingen zijn beschreven.
3 De vaststaande feiten
Het hof gaat in hoger beroep uit van de navolgende feiten.
Heynen is gevestigd aan de Staalstraat in Lelystad. Heynen heeft ongeveer
60 werknemers in dienst en produceert textiel dat in kussens en bedden wordt gebruikt en maakt machines ten behoeve van deze textielproducten.
Naast Heynen is ELS gevestigd. De loods op het perceel van ELS staat op ongeveer vier meter afstand van het bedrijfsgebouw van Heynen. De foto hieronder toont de bestaande situatie, waarbij de gebouwen van Heynen rechts (-midden en -onder) staan en het terrein met het gebouw van ELS links ligt. Aan de achterzijde van het gebouw van ELS is in de gevel een (afvoer)pijpje gesitueerd.

ELS verwerkt als recyclebedrijf diverse soorten metalen die worden gesorteerd, gescheiden en afgevoerd. Zij verwerkt in dat verband ook CO2-, schuim- en poederblussers en maakt voor het demonteren en vernietigen daarvan gebruik van een brandblusser-demontagelijn.
De schuimblussers bevatten PFAS. Dat is een afkorting voor per- en polyfluoralkyl-stoffen. De term PFAS is een verzamelnaam voor PFOS (perfluoroctaansulfonaten) en PFOA (perfluoroctaanzuur) en overige PFAS. Deze chemische stoffen zijn door mensen gemaakt en komen van nature niet voor in het milieu. Van een aantal PFAS is bekend dat ze ongewenste eigenschappen hebben. Van deze stoffen is bekend dat ze i) niet of nauwelijks afbreken in het milieu (ze zijn persistent), ii) schadelijke effecten kunnen geven in mensen en het milieu (ze zijn toxisch), iii) zich gemakkelijk en snel verspreiden in het milieu (ze zijn mobiel) en/of iv) ophopen in het menselijk lichaam, in dieren en planten (ze zijn bioaccumulerend). PFAS komen inmiddels in kleine hoeveelheden voor in onder andere de bodem, het oppervlaktewater en bloed van mensen. Dit komt bijvoorbeeld doordat fabrieken ze uitstoten bij productieprocessen waar deze stoffen worden gebruikt. Hierbij kunnen PFAS bijvoorbeeld worden uitgestoten naar de lucht en van daaruit verspreiden naar de bodem en het grondwater. PFAS kunnen ook via afvalwater in het oppervlaktewater terecht komen en kunnen zich bijvoorbeeld via rivieren verder verspreiden. Ze kunnen ook in het milieu terecht komen doordat ze vrijkomen uit producten waar PFAS in zitten. Verschillende PFAS (waaronder PFOA en PFOS-stoffen) zijn bestempeld als ‘Zeer Zorgwekkende Stoffen’ (hierna ook: ZZS).2
De poederblussers bevatten ammoniumfosfaat, natriumbicarbonaat en/of ammoniumsulfaat. Deze stoffen zijn corrosief als zij in contact komen met water.
Op 1 mei 2017 heeft de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi- en Vechtstreek (hierna: OFGV) aan ELS een omgevingsvergunning verleend voor het milieuneutraal veranderen van de inrichting om CO2- en schuimblussers te kunnen innemen en verwerken, naast de ELS al per 6 februari 2007 vergunde inname en verwerking van poederblussers. Op 24 mei 2018 heeft OFGV aan ELS een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een nieuwe brandblusserdemontagelijn en voor het vervangen van de reeds aanwezige gasolietank door een nieuwe tank. Aan de vergunning van 6 februari 2007 zijn voorschriften verbonden waarvan artikel 5.2.7 luidt: “Bij de aan- en afvoer, op- en overslag alsmede de be- en verwerking van metalen, papier, karton, bluspoeder en overige (gevaarlijke) stoffen dient er op toegezien te worden dat deze stoffen en materialen zich niet binnen of buiten de inrichting kunnen verspreiden.”
Op 23 augustus 2021 heeft de OFGV van het Waterschap Zuiderzeeland (hierna: het Waterschap) een analyserapport van Aqualysis van 25 juni 2021 ontvangen. In dat rapport zijn cijfermatig de geconstateerde concentraties weergegeven van een aantal Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) in het afvalwater (effluent van de OBAS van het terrein) afkomstig van de inrichting van ELS. De OFGV heeft daarop geconcludeerd dat uitgangspunt is dat emissie van dergelijke stoffen in het afvalwater, en indirect het oppervlaktewater, wordt voorkomen, dat in de geldende vergunning geen voorschriften zijn opgenomen met betrekking tot de emissie van (potentiële) ZZS en dat het daarom noodzakelijk is de vergunning van ELS aan te passen. De OFGV heeft vervolgens per brief van 18 november 2021 aan ELS aangekondigd dat de vergunningssituatie ambtshalve wordt gewijzigd. Op 14 juni 2022 is de omgevingsvergunning van ELS bij besluit van het College van Gedeputeerde Staten van Flevoland ambtshalve gewijzigd. Dit besluit geeft als reden voor de wijziging dat de vigerende vergunning onvoldoende bescherming biedt tegen het lozen van afvalwater dat is verontreinigd met ZZS en potentieel ZZS uit de PFAS- en PFOS groepen. In voorschrift 5.3.1 bij deze vergunning is bepaald dat ELS gebonden is aan het sectorplan 45 over brandblussers van het Landelijk Afvalbeheerplan 3 (2017-2029). In sectorplan 45 staat: “Lozen van schuimblusmiddelen op het riool is niet toegestaan, aangezien dit kan leiden tot hinderlijke schuimvorming in het riool en op de afvalwatervoorziening (AWZI). Bovendien worden de gehalogeneerde surfactanten (= oppervlakteactieve stoffen) in de AWZI niet afgebroken.” Heynen heeft tegen dit besluit beroep aangetekend.
Naar aanleiding van het voornemen tot ambtshalve wijziging van de omgevingsvergunning en de daarmee gepaard gaande onderzoeken door de OFGV heeft ELS de verwerking van brandblussers in de periode juni 2021 tot 22 december 2022 gestaakt.
Op 22 december 2022 heeft Heynen bij de OFGV een verzoek tot handhaving gedaan in verband met door Heynen geconstateerde stofwolken en schuimvorming in de tanks bij ELS. Heynen heeft ook verzocht om de productie tijdelijk stil te leggen. Op 28 februari 2022 heeft de OFGV het handhavingsverzoek tegen ELS afgewezen. Heynen is tegen deze beslissing in bezwaar gekomen. Het College van Gedeputeerde Staten van Flevoland hebben bij besluit van 30 oktober 2023 het bezwaar van Heynen gegrond verklaard. Daartoe is samengevat overwogen i) dat aannemelijk is dat schuimblusmiddel, waarvan bekend is dat het PFAS bevat, in de olie- en benzineafscheider (hierna ook: OBAS) terecht is gekomen, en dat daarmee zeer waarschijnlijk voorschrift 5.2.7 van de vergunning van 6 februari 2007 is overtreden, ii) dat het afvoerpijpje in de gevel van de loods van ELS is vergund, maar dat de gestelde hinder door emissie via dat pijpje verder onderzocht moet worden en iii) dat zeer waarschijnlijk is dat PFAS in het afvalwater terecht is gekomen door het lozen van schuimblusmiddel via de OBAS, wat een overtreding is van het voorschrift 5.3.1 van de vergunning uit 2022.
Op 20 februari 2023 heeft Heynen het College van Gedeputeerde Staten verzocht om i) een ambtshalve wijziging van de omgevingsvergunning van ELS door voorschriften op te nemen die de omgeving beschermen tegen de verspreiding van Zeer Zorgwekkende Stoffen uit de PFAS en PFOS groepen en ii) een onderzoek voor te schrijven waarin wordt aangetoond wat de omvang en impact van de vervuiling is geweest.
Heynen heeft onderzoek laten doen door Certicon Bodemexperts (hierna: Certicon), Tauw B.V. (hierna: Tauw) en Sericon.
Certicon heeft in opdracht van Heynen op 22 september 2022 een indicatief PFAS onderzoek gedaan door materiaal uit enkele dakgoten van het pand van Heynen te bemonsteren. Van de resultaten is een rapport opgemaakt, gedateerd op 13 oktober 2022. In dat rapport staat onder meer dat de aangetroffen concentraties van PFAS een risico vormen voor de lokale bodemkwaliteit, wat in strijd is met de zorgplicht bodembescherming, zoals omschreven in Artikel 13 uit de wet bodembescherming, dat de aangetroffen concentraties PFAS mogelijk ook gezondheidsrisico’s meebrengen maar dat die risico’s met dit onderzoek niet bepaald kunnen worden aangezien de exacte depositie per oppervlakte en tijdseenheid niet bekend zijn. Certicon concludeert dat nader onderzoek zal moeten bepalen of er door de depositie van PFAS humane risico’s op het terrein van Heynen aanwezig zijn.
Tauw heeft in opdracht van Heynen onderzoek gedaan naar de geconstateerde stoflaag op de vensterbanken van het pand van Heynen door veegmonsters te nemen. Tauw heeft een analyserapport opgemaakt van het laboratoriumonderzoek, gedateerd op
7 juni 2023. In een brief van 15 juni 2023 heeft Tauw de resultaten toegelicht. Daarin staat, onder andere, dat als de resultaten getoetst worden aan het toetsingskader voor bodemmonsters de INEV-waarde (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) wordt overschreden voor PFOS en voor de som PEQ, dat is de som PFAS, en dat als gewerkt zou worden in grond met dergelijke gehalten, enkele veiligheidsmaatregelen getroffen moeten worden.
Sericon heeft in opdracht van Heynen een indicatief PFAS-onderzoek gedaan naar afgevoerd hemelwater in de Staalstraat. Sericon heeft daarvan een rapportage gemaakt gedateerd op 14 juli 2023. Over de uitvoering van dat onderzoek vermeldt Sericon dat een watermonster is genomen uit de centrale hemelwaterafvoer aan de Staalstraat en de Oostervaart. Dat watermonster is genomen door Heynen op aanwijzing door Sericon. In de rapportage van Sericon staat, onder andere, dat in het watermonster tien PFAS-verbindingen zijn aangetroffen boven de 10 ng/l (nanogram per liter), dat rekening houdend met de relatieve potentie en bioaccumulatie ten opzichte van PFOA, dit monster afgerond 27 μg PEQ/l (microgram per liter; 1 microgram is 1.000 nanogram) bevat en dat dit ruim 91.000 keer hoger is dan de risicogrens voor PFOA van 0,3 ng/l. In dat rapport is verder als conclusie vermeld dat de aangetroffen concentraties een aanvullend onderzoek naar de bron van herkomst rechtvaardigen en dat de invloed hiervan op de volksgezondheid en het milieu zeer groot is.
ELS heeft onderzoek laten doen door SGS Belgium N.V. (hierna: SGS), door FMA-Nillisen Bedrijfsadviseurs (hierna: FMA) en haar filterleverancier Vlint.
In opdracht van ELS heeft SGS een PFAS-onderzoek gedaan door monsters van de aanwezige luchtstroom af te nemen in de ruimte waar de brandblussers worden verwerkt en nabij de opslagtank van vrijgekomen bluswater. De resultaten van het onderzoek zijn vastgelegd in een rapport, gedateerd op 3 maart 2023 en aangevuld op 13 juli 2023. In dat rapport is vermeld dat de resultaten van de metingen bestemd zijn voor intern gebruik.
In een briefrapport van 10 februari 2023 heeft FMA het door Certicon uitgevoerde onderzoek bekritiseerd.
Op 9 december 2022 en op 22 december 2022 heeft FMA via laboratorium Eurofins Omegam BV (hierna: Eurofins) in opdracht van ELS twee onderzoeken gedaan naar de substantie uit dakgoten van het gebouw van ELS, ter vergelijking met het onderzoek door Certicon. In een e-mail van 17 juli 2023 heeft FMA een toelichting gegeven op de metingen.
Op 13 januari 2023 heeft Eurofins in opdracht van FMA een onderzoek gedaan naar een monster van afvalwater uit de OBAS van ELS.
ELS heeft door haar filterleverancier Vlint in september 2023 een lektest laten uitvoeren naar haar filterinstallatie. In een e-mail van 28 september 2023 heeft Vlint daarover geschreven dat zij geen lekken heeft geconstateerd en dat er geen doorslag zichtbaar was aan de buitenzijde van het pand.
Op een melding van Heynen over stofoverlast heeft op 1 juni 2023 een controleonderzoek plaatsgevonden door de heer [naam1] (hierna: [naam1] ), werkzaam bij de OFGV. Daarvan is een controleverslag opgemaakt, gedateerd op 16 juni 2023. [naam1] heeft geconstateerd dat de filterende installatie niet optimaal werkt. ELS is daarop een termijn gesteld de filters voor 1 juli 2023 te vervangen.
Bij besluit van 29 augustus 2023 heeft de OFGV aan ELS een last onder dwangsom opgelegd wegens het niet aanleveren van emissiegegevens als bedoeld in artikel 2.4 lid 3 Activiteitenbesluit milieubeheer. In dit besluit wordt gerefereerd aan door ELS aangeleverde emissiegegevens van 4 augustus 2023 en opgemerkt dat die gegevens zijn beoordeeld door de luchtspecialist van de OFGV. Daarover is vermeld dat het is opgevallen dat uit het rapport van 3 maart 2023 blijkt dat er bij ELS PFOS en PFAS vrij naar de lucht komt in een vrij hoge concentratie, dat er naar verwachting nog veel meer soorten PFAS vrijkomen, naast de twee van de honderden soorten PFAS-soorten die zijn bemonsterd. Verder is in voornoemd besluit verwoord dat uit het rapport van 4 augustus 2023 onvoldoende blijkt in welke mate PFAS uit de inrichting van ELS vrijkomt.
Op 16 november 2023 heeft de OFGV aan ELS een waarschuwingsbrief gestuurd in vervolg op het handhavingsverzoek van Heynen (zie rov 3.8). In die brief is vermeld dat ELS in overtreding is met voorschrift 5.2.7 van de vergunning uit 2007 doordat met de incidenten van 2 en 14 december 2022 van vrijkomend schuimbluswater bij de overslag van opslagtank naar tankwagen (gevaarlijke) afvalstoffen zich buiten haar inrichting verspreiden. Verder is verwoord dat uit onderzoek van het Waterschap van 19 december 2022 blijkt dat PFAS in het afvalwater van ELS is gevonden en dat ELS in overtreding is met het voorschrift geen schuimblusmiddel op het riool te lozen. In de brief wordt daarnaast gerefereerd aan de analyseresultaten van het Waterschap van 21 september 2023 waaruit blijkt dat het op de gemeentelijke riolering geloosde afvalwater een hogere concentratie PFAS heeft dan bij eerdere monsternemingen.
Op 5 december 2023 heeft de OFGV op een Woo-verzoek van Heynen geweigerd onder meer het SGS-rapport aangaande de in opdracht van ELS gedane PFOA en PFOS-metingen openbaar te maken. Daartoe is overwogen dat in de last onder dwangsom van 29 augustus 2023 is aangegeven dat het rapport is afgekeurd en het een achterhaald document betreft.
In een brief van 5 maart 2024 heeft de OFGV aan ELS geschreven dat zij de emissiegegevens over de uitstoot van PFAS naar de lucht van ELS heeft ontvangen en dat ELS die uitstoot zoveel mogelijk moet beperken. De OFGV heeft verder vermeld dat zij van het Waterschap emissiegegevens naar het afvalwater in de OBAS van ELS heeft ontvangen met de volgende concentraties PFAS/PFOS: op 15 juni 2021 50,14 μg/l, op 19 december 2022 70,40 μg/l, op 21 september 2023 114,53 μg/l, op 10 november 2023 53,62 μg/l en op 12 december 2023 15,059 μg/l. De OFGV heeft daarop van ELS geëist dat zij binnen vier weken een vermijdings- en reductieprogramma opstelt als bedoeld in het sinds 1 januari 2024 geldende Besluit activiteiten leefomgeving.
In werking stoot de filterinstallatie via een pijp in de gevel van het pand van ELS stofwolken uit; volgens Heynen iedere 25 seconden, volgens ELS iedere 60 seconden. ELS heeft vanwege het functioneren van haar filterinstallatie de verwerking van poederblussers begin april 2024 (tijdelijk) gestaakt.