Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26-08-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:5384, 200.332.312/01

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26-08-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:5384, 200.332.312/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
26 augustus 2024
Datum publicatie
4 september 2024
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2024:5384
Zaaknummer
200.332.312/01

Inhoudsindicatie

Art. 12 en 15 AVG; Inzageverzoek; reikwijdte verzoek; loggegevens vallen onder het inzagerecht; inzage in registratiegegevens van medewerkers vallen buiten het recht op inzage.

Uitspraak

locatie Arnhem, afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof: 200.332.312

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht: 545440)

beschikking van 26 augustus 2024

inzake

[verzoeker] ,

die woont in [woonplaats1] ,

die hoger beroep heeft ingesteld

en bij de rechtbank optrad als verzoeker,

hierna: [de vader] ,

advocaat: mr. J. Bredius,

tegen:

Stichting Sint Antonius Ziekenhuis,

die is gevestigd in Nieuwegein

en bij de rechtbank optrad als verweerster,

hierna: Antonius Ziekenhuis ,

advocaat: mr. W.K. Bischot.

en

[de moeder] , wonende te [woonplaats2] ,belanghebbende,hierna: de moeder.

1 De procedure bij de rechtbank

1.1.

Voor de procedure bij de rechtbank verwijst het hof naar de inhoud van de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 14 juni 2023.

1.2.

[de vader] had bij de rechtbank, na een aanvulling van zijn verzoek, onder meer verzocht Antonius Ziekenhuis te bevelen om inzage te verlenen in:

  1. de complete dossiers van zijn dochter, inclusief alle contactmomenten, correspondentie en verslagleggingen;

  2. alle (medische) persoonsgegevens over zijn dochter, haar situatie en over hemzelf;

  3. de logoverzichten betreffende de dossiers van zijn dochter;

  4. e registratiegegevens van de betrokken zorgverleners.

1.3.

De rechtbank heeft de verzoeken van [de vader] afgewezen.

2 De procedure in hoger beroep

2.1.

[de vader] is in hoger beroep gekomen van de beschikking van de rechtbank. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit:

-

het beroepschrift met producties A tot en met C;

-

het verweerschrift van Antonius Ziekenhuis met bijlagen A tot en met C;

-

akte overlegging nadere producties van [de vader] met producties D tot en met H.

2.2.

Op 27 mei 2024 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). In het proces-verbaal staat per ongeluk bij het lid van het hof mr. Lucassen foutief een ‘K.’ vermeld als voorletter in plaats van ‘P.E.’, zoals onder deze beschikking staat. Ondanks dit verschil in voorletters betreft dit hetzelfde lid van het hof.

2.3.

Vervolgens heeft het hof beschikking bepaald.

3 De feiten

3.1.

Vanwege de klachten van [de vader] tegen de feitenvaststelling van de rechtbank, stelt het hof hierna zelf de feiten vast.

3.2.

[de vader] en zijn ex-partner hebben in 2012 een dochter gekregen. De dochter is in juli en augustus 2012 opgenomen geweest in het Antonius Ziekenhuis , omdat zij te vroeg was geboren. Daarna is de dochter nog een keer kort opgenomen en is zij nog een paar jaar bij Antonius Ziekenhuis in behandeling geweest.

3.3.

Tijdens haar eerste opname was een maatschappelijk werker vanuit Antonius Ziekenhuis betrokken bij de dochter en de ouders. [de vader] heeft begin oktober 2012 het vertrouwen in deze maatschappelijk werker opgezegd. Dat is op 4 oktober 2012 door de maatschappelijk werker bevestigd. [de vader] heeft in de jaren daarna diverse klachten geuit richting het Antonius Ziekenhuis .

3.4.

[de vader] heeft op zijn verzoek in februari 2015 een kopie van het medisch dossier van zijn dochter van het Antonius Ziekenhuis ontvangen. Volgens [de vader] ontbreken diverse gegevens in de door hem ontvangen kopie van het medisch dossier, waaronder de opzegging van het vertrouwen in de maatschappelijk werker.

3.5.

Partijen hebben een mediationtraject gevolgd dat in september 2022 is geëindigd zonder dat partijen tot een oplossing zijn gekomen.

3.6.

In mei 2022 vraagt [de vader] Antonius Ziekenhuis om de registratiegegevens van de maatschappelijk werker en om inzage in het dossier dat betrekking heeft op het verrichtte maatschappelijk werk voor zijn gezin, dan wel zijn dochter vanaf 2012. Later heeft [de vader] ook om de loggegevens van het dossier van zijn dochter gevraagd.

3.7.

Op 17 oktober 2022 wordt namens de raad van bestuur en de functionaris voor gegevensbescherming (FG) per e-mail gereageerd op de e-mails van [de vader] . In die e-mail staat onder meer:

Loggegevens medisch dossier

Namens de FG (...) sturen we u (...) de loggegevens van de inzages in het medisch dossier van uw dochter door de [maatschappelijk werker, hof] die zich in onze systemen bevinden (...).

Dossier maatschappelijk werk en melding AMK

U hebt ons meermalen gevraagd om afgifte van het ‘dossier maatschappelijk werk’. Aan dit verzoek kunnen wij niet voldoen omdat een dergelijk dossier niet bestaat. (...) Relevante informatie voor de behandeling van het kind geven zij door aan de behandelend kinderarts of betrokken verpleegkundigen en die zorgen voor vastlegging in het medisch dossier of noteren zij zelf rechtstreeks in het medisch dossier.

(...)

Tot slot

Wij weten en begrijpen dat het voor u heel belangrijk is dat voor u helder wordt wat door het ziekenhuis aan derden is medegedeeld in relatie tot de behandeling van uw dochter en de melding die door de huisarts is gedaan. Met het bovenstaande en de eerder verstrekte informatie hebben wij u daarover geïnformeerd.

4 De motivering van de beslissing in hoger beroep

5 Slotsom

6 De beslissing