Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-03-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:1724, 200.318.408

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-03-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:1724, 200.318.408

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
25 maart 2025
Datum publicatie
28 april 2025
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:1724
Zaaknummer
200.318.408

Inhoudsindicatie

Appartementsrechten. Artikel 5:139 lid 2 BW. Het besluit tot wijziging van de splitsingsakte, zodat de servicekosten gelijkelijk over de appartementseigenaars worden verdeeld, is nietig. Het besluit is niet met de vereiste meerderheid van stemmen genomen. De stemmen die zijn uitgebracht met de volmachten die zijn verstrekt aan het bestuur van de VvE kunnen niet meetellen als uitgebrachte stemmen vóór het besluit (artikel 3:60 BW).

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.318.408

zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem 381780

arrest van 25 maart 2025

in de zaak van

1 [appellant1]

2. [appellante2] 3. [appellant3] 4. [appellante4] 5. [appellant5] 6. [appellante6] 7. [appellante7] 8. [appellant8]

die wonen in [woonplaats1]die hoger beroep hebben ingestelden bij de rechtbank optraden als eisershierna samen: appellanten, appellanten 1, 2, 3, 5, 7 en 8 samen ‘ [appellanten1,2,3,5,7 en 8] ’ en appelante 4 [appellante4] en appellante 6 [appellante6]

advocaat: mr. H. Krans

tegen

Vereniging van Eigenaars van het Woonzorgcomplex [naam1] , [adres1] te Arnhem

die is gevestigd in Arnhem

en bij de rechtbank optrad als gedaagde

hierna: de VvE

advocaat: mr. R.J. Verweij

1 Het verloop van de procedure in hoger beroep

Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, (hierna: de rechtbank) op 6 juli 2022 tussen partijen heeft uitgesproken.1 Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit:

-

de dagvaarding in hoger beroep;

-

de memorie van grieven met producties;

-

de memorie van antwoord met producties;

-

het bericht van 18 november 2024 namens de VvE met producties;

-

het bericht van 25 november 2024 namens appellanten met producties;

-

het bericht van 2 december 2024 namens de VvE met producties;

-

het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 11 december 2024 in dit hoger beroep is gehouden.

2 De kern van de zaak

2.1.

[appellanten1,2,3,5,7 en 8] zijn gerechtigden tot een aantal van de appartementsrechten in een gebouw gelegen aan het [adres2] in [woonplaats1] . [appellante4] en [appellante6] zijn, hoewel zij mede dit hoger beroep hebben ingesteld, niet gerechtigd tot een appartementsrecht in dat gebouw. In de splitsingsakte van het gebouw is bepaald dat de appartementseigenaars verplicht zijn bij te dragen in de gemeenschappelijke kosten naar verhouding van de aan hen volgens de splitsingsakte toekomende breukdelen. Sinds de appartementen in het gebouw worden bewoond (2001) worden de gemeenschappelijke kosten echter gelijkelijk over de appartementseigenaars verdeeld (in plaats van naar breukdelen). Door de VvE is besloten tot wijziging van de splitsingsakte, zodat daarin wordt opgenomen dat de gemeenschappelijke kosten (conform de praktijk) gelijkelijk over de appartementseigenaars worden verdeeld (hierna: het besluit). Tussen partijen is in geschil of het besluit rechtsgeldig is genomen en of het besluit vernietigbaar is.

2.2.

Appellanten hebben bij de rechtbank (primair) gevorderd het besluit te vernietigen en de VvE te veroordelen tot vergoeding van de schade die appellanten lijden als gevolg van het besluit. Appellanten hebben daarnaast (subsidiair) een verklaring voor recht gevorderd dat het besluit nietig is, omdat niet is voldaan aan het in artikel 5:139 lid 2 BW voorgeschreven meerderheidsvereiste van ten minste vier vijfde van het aantal stemmen. Appellanten hebben tot slot gevorderd de VvE in de proceskosten te veroordelen.

2.3.

De rechtbank heeft deze vorderingen afgewezen. Volgens de rechtbank is het besluit met de vereiste meerderheid van stemmen rechtsgeldig genomen en is het besluit niet vernietigbaar, omdat twee van de appellanten geen schade lijden dan wel omdat aan vier van hen een redelijke schadevergoeding is aangeboden, danwel omdat [appellante4] en [appellante6] geen appartementseigenaar zijn. De bedoeling van het hoger beroep is dat de afgewezen vorderingen alsnog worden toegewezen. In hoger beroep wordt in het petitum niet langer uitgegaan van een primaire en een subsidiaire vordering, zodat het hof niet gehouden is te oordelen aan de hand van de volgorde waarin appellanten de gevraagde beslissing hebben voorgelegd.

3 De feiten

4 Het oordeel van het hof

5 De beslissing