Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17-09-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5708, 200.358.448

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17-09-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5708, 200.358.448

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
17 september 2025
Datum publicatie
17 september 2025
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:5708
Zaaknummer
200.358.448

Inhoudsindicatie

Artikel 2:15 en 2:8 BW.

Volledige schriftelijke uitwerking van het kop staart arrest van het hof van 3 september 2025 in het turbo-spoedappel in de zaak Vitesse/KNVB (ECLI:NL:GHARL:2025:5371).

Het hof heeft de besluiten tot onvoorwaardelijke intrekking van de proflicentie van Vitesse geschorst en de KNVB veroordeeld om Vitesse onmiddellijk weer toe te laten tot de betaald voetbalcompetitie.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.358.448

zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht: 597646

arrest in kort geding van 3 september 2025

in de zaak van

B.V. Vitesse

die is gevestigd in Arnhem

hierna: Vitesse

advocaat: mr. B.L.A. van Drunen en mr. N. Entzinger

tegen:

Koninklijke Nederlandse Voetbalbond

die is gevestigd in Zeist

hierna: KNVB

advocaat: mr. M.I. van Dijk

1 Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1.

Vitesse heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht op 8 augustus 2025 tussen partijen heeft uitgesproken (het “principaal hoger beroep”). Ook de KNVB heeft daartegen hoger beroep ingesteld (het “incidenteel hoger beroep”).

1.2.

Het hof heeft toestemming gegeven voor behandeling van het hoger beroep als turbo-spoedappel. Het verloop van de procedure in dit hoger beroep blijkt uit:

-

de turbo-spoedappeldagvaarding van 26 augustus 2025, met producties 1 t/m 85;

-

de memorie van antwoord in principaal appel, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, met producties 1 t/m 24;

-

de memorie van antwoord in het incidenteel appel;

-

berichten van mr. Van Drunen met producties 86, 87 en 88;

-

bericht van mr. Van Dijk met een herziene productielijst en complete versie van productie 18.

1.3.

De partijen die zich in eerste aanleg hebben gevoegd hebben het hof te kennen gegeven dat zij afzien van voeging in het hoger beroep.

1.4.

Het hof heeft een mondelinge behandeling bepaald, die op 1 september 2025 heeft plaatsgevonden. Door en namens partijen zijn de standpunten verder toegelicht en is antwoord gegeven op vragen van het hof. Van de mondelinge behandeling hebben de griffiers aantekeningen gemaakt.

1.5.

Na afloop van de mondelinge behandeling heeft het hof arrest bepaald. Gezien de spoedeisendheid is op 3 september 2025 een verkort arrest gewezen, waarbij is bepaald dat de volledige schriftelijke uitwerking zo spoedig mogelijk zal volgen. Deze uitwerking is hieronder opgenomen.

2 De kern van de zaak en van de motivering

2.1.

Vitesse is lid van de KNVB en neemt op basis van een door de KNVB verstrekte licentie deel aan de door de KNVB georganiseerde betaald voetbalcompetitie, momenteel de Eerste Divisie (Keuken Kampioen Divisie). De Licentiecommissie van de KNVB heeft de proflicentie van Vitesse op 10 juli 2025 ingetrokken. Volgens de Licentiecommissie heeft Vitesse de afgelopen jaren zo vaak de regels overtreden dat er sprake was van een meerjarig patroon van misleiding, omzeiling en ondermijning van het licentiesysteem, en een gebrek aan transparantie. Vitesse ging in beroep bij de Beroepscommissie van de KNVB, maar deze commissie verklaarde op 31 juli 2025 het beroep ongegrond. Daardoor bleef het besluit van de Licentiecommissie in stand.

2.2.

Vitesse heeft toen de voorzieningenrechter in de rechtbank Midden-Nederland in kort geding gevraagd om de besluiten van de Licentie- en Beroepscommissie te schorsen en de club toe te laten tot de betaald voetbalcompetitie. De voorzieningenrechter heeft dat niet gedaan. Vitesse is het daar niet mee eens en heeft hoger beroep ingesteld. Vitesse heeft het hof gevraagd haar vorderingen in dit kort geding alsnog toe te wijzen. De KNVB vindt dat de vorderingen van Vitesse terecht zijn afgewezen. Zij is het alleen niet eens met een onderdeel van de motivering van de voorzieningenrechter.

2.3.

Het hof zal de door Vitesse gevraagde schorsing van de besluiten van de Licentiecommissie en de Beroepscommissie toewijzen en de KNVB veroordelen Vitesse toe te laten tot de betaald voetbalcompetitie. Het hof zal heel kort samenvatten waarom het tot dit oordeel komt.

2.4.

Deze zaak betreft een kort geding. Daarin kan de rechter geen beslissingen geven waarmee de rechtstoestand tussen partijen definitief wordt vastgesteld. Dat kan alleen de rechter in een bodemprocedure. Wel kan de rechter in kort geding een onmiddellijke voorziening (voorlopige maatregel) geven. Bij een inhoudelijke beoordeling moet de kort geding rechter zich daarbij richten naar het te verwachten oordeel van de bodemrechter.

Het gaat hier om de toetsing van besluiten van organen van de rechtspersoon KNVB. Op grond van de wet kan de rechter een besluit van een orgaan van een rechtspersoon vernietigen wegens strijd met regels die het tot stand komen van besluiten regelen, wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid of wegens strijd met een reglement. Bij de toetsing aan de redelijkheid en billijkheid gaat het erom of het orgaan bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Daarbij past terughoudendheid van de rechter. De rechter gaat dus niet op de stoel zitten van het orgaan van de rechtspersoon. In dit kort geding moet dus worden beoordeeld of aannemelijk is dat de rechter in de (inmiddels door Vitesse gestarte) bodemprocedure zal oordelen dat de besluiten van de Licentiecommissie en Beroepscommissie op één van deze gronden niet in stand kunnen blijven.

2.5.

Het hof is van oordeel dat dit het geval is. Daarvoor zijn de volgende aspecten van belang:

-

De besluitvorming van de commissies is in dit geval zo ingericht dat vóór de start van de competitie 2025/26 definitief moest zijn beslist. Dat heeft ertoe geleid dat de procedures onder hoge druk zijn gevoerd en behandeld alsof het spoedprocedures zijn. Dat waren het niet: het waren reguliere procedures bij de Licentiecommissie en de Beroepscommissie van de KNVB over de meest verstrekkende sanctie die op grond van het Licentiereglement opgelegd kan worden, namelijk het onvoorwaardelijk intrekken van de proflicentie. Daarbij moet de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht worden genomen. Door de snelheid zijn beginselen van een behoorlijke procesorde in het gedrang gekomen. Daardoor zijn de actuele ontwikkelingen rond Vitesse (met name de overname door de zogenoemde Sterkhouders en de beoogde nieuwe inrichting van de organisatie) onvoldoende meegenomen in de besluitvorming. Gelet daarop is het voldoende aannemelijk dat de rechter in de bodemprocedure zal oordelen dat de besluiten vernietigbaar zijn wegens strijd met regels over het tot stand komen van besluiten en het Licentiereglement.

-

Het hof kan het oordeel van de Licentiecommissie en Beroepscommissie volgen dat Vitesse haar informatieverplichting op een aantal materiële punten niet heeft nageleefd. Dat gaat niet alleen om zaken uit het verdere verleden, maar met name ook om de gang van zaken rondom de verkoop van de vordering van Common Group op Vitesse aan vijf anderen en de conversie in aandelen die daarop is gevolgd, en de informatieverschaffing hierover vanuit Vitesse aan de KNVB. Een deel van de aan Vitesse verweten overtredingen van informatieverplichtingen beoordeelt het hof echter anders. Het hof ziet daarmee ook geen grond voor het oordeel dat sprake is van een in de beroepsprocedure nog steeds aanhoudend patroon van misleiding, omzeiling en ondermijning van het licentiesysteem, zoals de Beroepscommissie heeft aangenomen. Gelet daarop is het voldoende aannemelijk dat de rechter in de bodemprocedure zal oordelen dat de Licentiecommissie en Beroepscommissie, bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, in redelijkheid niet tot het besluit hebben kunnen komen om de proflicentie van Vitesse onvoorwaardelijk in te trekken.

2.6.

Gelet op de belangen die op dit moment spelen, vindt het hof dat de hiervoor genoemde voorzieningen tot schorsing van de besluiten en toelating tot de betaald voetbalcompetities toewijsbaar zijn. Voor de door Vitesse gevorderde rectificatie ziet het hof geen grond. Het hof ziet geen reden om een dwangsom te verbinden aan de veroordelingen, omdat de KNVB heeft verklaard vrijwillig aan de beslissing van het hof te zullen voldoen.

2.7.

Zoals vermeld volgt de volledige schriftelijke uitwerking hieronder.

3 De feiten

3.1.

Vitesse is lid van de KNVB. Zij neemt op basis van een door de KNVB verstrekte licentie deel aan de door de KNVB georganiseerde betaald voetbalcompetitie, momenteel de Keuken Kampioen Divisie.

3.2.

De Licentiecommissie ziet als orgaan van de KNVB toe op de naleving van de licentie-eisen en verplichtingen door de licentiehouders en dat doet zij op basis van het Licentiereglement Betaald Voetbal (hierna: het Licentiereglement). De Beroepscommissie is een orgaan van de KNVB dat besluit over voor beroep vatbare beslissingen van de Licentiecommissie. Zij maakt deel uit van de rechtsprekende macht binnen de KNVB.

3.3.

Op 10 juli 2025 heeft de Licentiecommissie besloten tot intrekking van de licentie van Vitesse. Op 17 juli 2025 is Vitesse daartegen in beroep gegaan. Op 31 juli 2025 heeft de Beroepscommissie het beroep van Vitesse ongegrond verklaard en het besluit van de Licentiecommissie in stand gelaten.

3.4.

De Licentiecommissie heeft in haar besluit overwogen dat Vitesse over een periode van een aantal jaren in ernstige en structurele mate (de doelstellingen van) het licentiesysteem heeft overtreden en niet bereid was en/of in staat is gebleken om zich te voegen naar (de regels van) het licentiesysteem. De Beroepscommissie heeft in haar besluit geoordeeld dat sprake is van een meerjarig patroon van misleiding, omzeiling en ondermijning van het licentiesysteem en een gebrek aan transparantie door Vitesse. Dit patroon is naar het oordeel van de Beroepscommissie structureel, ernstig en persistent. Daarom is de Beroepscommissie van oordeel dat Vitesse haar licentie niet kan behouden.

4 De motivering van de beslissing van het hof

5 De beslissing