Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-02-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:954, 200.344.394 en 200.344.395

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-02-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:954, 200.344.394 en 200.344.395

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
20 februari 2025
Datum publicatie
27 februari 2025
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:954
Zaaknummer
200.344.394 en 200.344.395

Inhoudsindicatie

Vernietiging verzocht van de in het echtscheidingsconvenant getroffen regelingen, misbruik van omstandigheden artikel 3:44 BW, benadeling voor meer dan een kwart. Artikel 3:196 lid 1 BW.

Uitspraak

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummers gerechtshof 200.344.394 en 200.344.395

(zaaknummer rechtbank Overijssel 313815)

beschikking van 20 februari 2025

in de zaak van

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats1] (verblijvende te [plaats1] ),

verzoekster in hoger beroep,

verder te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. B.H. van der Zwan,

en

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats1] ,

verweerder in hoger beroep,

verder te noemen: de man,

advocaat: mr. A.C.M. van Gool.

1 De procedure in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 2 mei 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer, verder ook te noemen: de bestreden beschikking.

2 De procedure in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het beroepschrift met producties, ingekomen op 2 augustus 2024;

-

het verweerschrift met producties;

-

een journaalbericht van mr. Van Gool met een productie;

-

een journaalbericht van mr. Van der Zwan van met producties.

2.2

De mondelinge behandeling heeft op 19 december 2024 plaatsgevonden. Aanwezig waren:

- de vrouw, bijgestaan door mr. S. Koçak, waarnemend voor haar advocaat

mr. Van der Zwan;

- de man, bijgestaan door zijn advocaat.

3. De feiten

3.1

In de bestreden beschikking is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. De echtscheiding is op 29 mei 2024 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Eindhoven.

3.2

De kinderen van partijen zijn meerderjarig.

3.3

Partijen hebben de gevolgen van de echtscheiding geregeld in een echtscheidingsconvenant (scheidingsplan) dat door hen beiden is ondertekend op 5 april 2024.

4 Het geschil

4.1

De rechtbank heeft de onderling getroffen regelingen in het echtscheidingsconvenant van 5 april 2024 opgenomen in de bestreden beschikking.

4.2

De vrouw is het niet eens met de beslissing van de rechtbank over het echtscheidingsconvenant en komt daarom met vijf grieven in hoger beroep.

De vrouw verzoekt het hof, voor zover de wet het toelaat uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen (naar het hof begrijpt niet ten aanzien van de beslissing over de echtscheiding) en opnieuw beschikkende te bepalen dat:

-

de in het echtscheidingsconvenant getroffen regelingen worden vernietigd;

-

het huurrecht van de echtelijke woning te [woonplaats1] aan de [adres] aan de vrouw toekomt;

-

de man zal bijdragen in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw (partneralimentatie) met een bedrag van € 512 bruto per maand met ingang van de datum van indiening van haar beroepschrift;

-

de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap geschiedt zoals opgenomen in de punten 39 tot en met 64 van haar beroepschrift;

-

de pensioenen van partijen evenredig worden verdeeld in overeenstemming met de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding.

4.3

De man voert verweer en verzoekt het hof, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te verklaren voor recht dat het echtscheidingsconvenant rechtsgeldig tot stand is gekomen, de daarin vastgelegde afspraken tussen partijen bindend zijn en dienen te worden nagekomen, waarbij de grieven van de vrouw tegen de bestreden beschikking worden verworpen als zijnde ongegrond en haar verzoeken in hoger beroep worden afgewezen, met veroordeling van de vrouw in de kosten van deze procedure.

5 De overwegingen voor de beslissing

6 De slotsom

7 De beslissing