Home

Gerechtshof Arnhem, 03-03-2009, ECLI:NL:GHARN:2009:259, 200.019.440

Gerechtshof Arnhem, 03-03-2009, ECLI:NL:GHARN:2009:259, 200.019.440

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
3 maart 2009
Datum publicatie
15 februari 2017
ECLI
ECLI:NL:GHARN:2009:259
Formele relaties
Zaaknummer
200.019.440

Inhoudsindicatie

Kort geding. Gebruiksrecht. Erfdienstbaarheid. Ontruiming percelen.

Uitspraak

Sector civiel recht

zaaknummer 200.019.440

arrest in kort geding van de eerste civiele kamer van 3 maart 2009

inzake

1 [appellant 1] ,

gevestigd te [plaatsnaam] , alsmede te [plaatsnaam] , gemeente [gemeentenaam] ,

2. [appellant 2],

wonende te [plaatsnaam] , gemeente [gemeentenaam] ,

3. [appellant 3],

wonende te [plaatsnaam] , gemeente [gemeentenaam] ,

4. [appellant 4],

wonende te [plaatsnaam] , gemeente [gemeentenaam] ,

appellanten,

advocaat: mr A.A. Bos,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon,

Provincie Gelderland,

zetelende te Arnhem,

geïntimeerde,

advocaat: mr A.T. Bolt.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 18 november 2008 dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Arnhem tussen appellanten (hierna onderscheidenlijk ook te noemen: [appellant 4] voor appellant sub 4 dan wel gezamenlijk als [appellanten] ) als eisers in conventie tevens verweerders in reconventie en geïntimeerde (hierna ook te noemen: de Provincie) als gedaagde in conventie tevens eiseres in reconventie in kort geding heeft gewezen; van dat vonnis is een fotokopie aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

[appellanten] hebben bij exploot van 24 november 2008 de Provincie aangezegd van dat vonnis van 18 november 2008 in hoger beroep te komen, met dagvaarding van de Provincie voor dit hof. Zij hebben daarbij zes grieven tegen het bestreden vonnis aangevoerd en toegelicht en hebben aangekondigd te zullen concluderen dat het hof bij arrest, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het bestreden vonnis zal vernietigen en, opnieuw recht doende:

in conventie

1. de Provincie zal veroordelen om de aanleg van de rijksweg N837 te staken en gestaakt te houden voor zover dit betrekking heeft op de percelen [plaatsnaam] [perceel A] , [perceel B] , [perceel C] en [perceel D] , en zich te onthouden van alle handelingen, welke een inbreuk maken op het gebruiksrecht van [appellanten] van deze percelen, dan wel welke ertoe leiden dat het aan hen onmogelijk wordt gemaakt om nog langer van de percelen gebruik te kunnen maken, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50.000,- voor iedere dag dat de Provincie met nakoming in gebreke blijft;

2. de Provincie zal veroordelen om het recht van erfdienstbaarheid van weg, rustende op het lijdende erf te [plaatsnaam] , [perceel E] te respecteren en zich te onthouden van alle handelingen welke een inbreuk maken op dit recht dan wel welke ertoe leiden dat het [appellant 4] onmogelijk wordt gemaakt om nog langer van dit recht gebruik te kunnen maken, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50.000,- voor iedere dag dat de Provincie met nakoming in gebreke blijft;

3. indien de Provincie ten tijde van de betekening van het arrest reeds feitelijke werkzaamheden heeft verricht aan de onder 1 en 2 bedoelde percelen, de Provincie zal veroordelen om binnen een week na betekening van het arrest de feitelijke situatie te herstellen en in oude staat te brengen, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50.000,- voor iedere dag dat de Provincie met nakoming in gebreke blijft;

in reconventie

4. de Provincie alsnog in haar vorderingen niet-ontvankelijk zal verklaren, althans haar deze vorderingen zal ontzeggen;

in conventie en in reconventie

5. de Provincie zal veroordelen in de proceskosten van beide instanties

2.2

De zaak is op de rol van 2 december 2008 aangebracht. Op die rol hebben [appellanten] geconcludeerd voor eis overeenkomstig de inhoud van het appèlexploot.

2.3

Daarna hebben [appellanten] een akte overlegging productie genomen.

2.4

Bij memorie van antwoord heeft de Provincie verweer gevoerd, heeft zij bewijs aangeboden en heeft zij een aantal producties in het geding gebracht. Zij heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van [appellanten] in dit hoger beroep althans tot ongegrondverklaring van dit hoger beroep, en voorts tot bekrachtiging - zonodig onder verbetering van gronden - van het vonnis waarvan beroep, met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van [appellanten] in de kosten van het hoger beroep.

2.5

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

3 De vaststaande feiten

4 De motivering van de beslissing in hoger beroep

5 Slotsom

6 De beslissing