Home

Gerechtshof Den Haag, 21-10-2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:3435, 2200492913

Gerechtshof Den Haag, 21-10-2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:3435, 2200492913

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
21 oktober 2014
Datum publicatie
27 oktober 2014
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2014:3435
Zaaknummer
2200492913

Inhoudsindicatie

Doodslag; beroep op noodweer gehonoreerd.

OVAR

Uitspraak

Rolnummer: 22-004929-13

Parketnummer: 10-730354-12

Datum uitspraak: 21 oktober 2014

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 5 november 2013 in de strafzaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 7 oktober 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het impliciet primair ten laste gelegde (moord) vrijgesproken en ter zake van het impliciet subsidiair ten laste gelegde (doodslag) ontslagen van alle rechtsvervolging.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 05 december 2012 te Rotterdam opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte opzettelijk en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, (met kracht) (met) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in de borst, althans het lichaam van die [slachtoffer] gestoken, ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het impliciet primair ten laste gelegde en dat de verdachte ter zake van het impliciet subsidiair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7 jaren met aftrek van voorarrest. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat de gevangenneming van de verdachte zal worden bevolen.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak van het impliciet primair (moord) ten laste gelegde

De impliciet primair ten laste gelegde moord is niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. Nu dit zowel door de advocaat-generaal is gevorderd, als ook is bepleit door de raadsman, zal dit oordeel niet nader worden gemotiveerd.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het impliciet subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 05 december 2012 te Rotterdam opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte opzettelijk en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, (met kracht) (met) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in de borst, althans het lichaam van die [slachtoffer] gestoken, ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het impliciet subsidiair bewezen verklaarde levert op:

doodslag.

BESLISSING