Gerechtshof Den Haag, 22-02-2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1393, 22-004298-15
Gerechtshof Den Haag, 22-02-2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1393, 22-004298-15
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 22 februari 2017
- Datum publicatie
- 18 mei 2017
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2017:1393
- Formele relaties
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2018:1764, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 22-004298-15
Inhoudsindicatie
De verdachte heeft op de bewezen verklaarde wijze zwaar lichamelijk letsel toegebracht aan het slachtoffer.
Het hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis. Daarnaast wordt de vordering tot schadevergoeding volledig toegewezen.
Uitspraak
Rolnummer: 22-004298-15
Parketnummer: 10-278628-14
Datum uitspraak: 22 februari 2017
TEGENSPRAAK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 17 september 2015 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortejaar] 1991 te [geboorteplaats],
[adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 8 februari 2017.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, waarvan 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorts is beslist omtrent de vordering van de benadeelde partij als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 16 november 2014 te Dordrecht aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten (een) (af)gescheurde binnenste en/of buitenste knieband(en), voorste kruisband en/of binnen- en/of buiten meniscus, heeft toegebracht door een sliding of tackle en/of een trap op het/een (linker) been uit te voeren.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, waarvan 60 dagen, subsidiair 30 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op of omstreeks 16 november 2014 te Dordrecht aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten (een) (af)gescheurde buitenste knieband(en), binnenste en/of voorste kruisband en/of binnenste- en/of buitenste meniscus, heeft toegebracht door een sliding of tackle en/of een trap op het/een (linker)been uit te voeren.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Nadere bewijsoverweging
Anders dan de politierechter is het hof, gelet op de gebruikte bewijsmiddelen, van oordeel dat bij de verdachte geen voorwaardelijk opzet op het plegen van de bewezen verklaarde zware mishandeling aanwezig is geweest, maar acht het hof bewezen dat de verdachte deze mishandeling opzettelijk heeft gepleegd.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op: